+ Meer informatie

Problemen en Systemen in de verhouding van Kerk en Maatschappelijk werk

6 minuten leestijd

WAT IS HET MAATSCHAPPELIJK WERK?

I. Duidelijkheid gewenst.

Het is heel moeilijk een eenparig oordeel te vinden over het wezen van het maatschappelijk werk. Een eensluidende en alles-samenvattende definitie is nog niet geprodueeerd voor deze tak van arbeid in de hulpverlening. Velen zien er maar van af om er moeite voor te doen en verwachten betere dingen van latere tijden, als men op langere afstand het werk nauwkeuriger kan overzien.

De ondoorzichtigheid van de werkelijkheid van het maatschappelijk werk, waarmee samenhangt de dynamiek van die werkelijkheid en de huidige stand der wetenschappelijke bezinning op deze werkelijkheid, roept ook bij definiëringspogingen op tot grote voorzichtigheid en bescheidenheid.

Wel vindt men het algemeen noodzakelijk te omschrijven, minder of meer uitvoerig, wat het maatschappelijk werk inhoudt. Vooral is een zeker inzicht in deze speciale arbeid in de samenleving geboden om de juiste verhouding tussen Kerk en maatschappelijk werk theoretisch te projecteren en practisch te doen functioneren.

Daarom leek het ons goed vooraf ons te bezinnen op de vraag: Wat is het maatschappelijk werk? We oriënteren ons daarbij naar drie kanten, waardoor ons langzamerhand duidelijk zal worden, wat we onder maatschappelijk werk hebben te verstaan.

Deze drie kanten zijn:

II. Een historische bepaling.

Men is het er over eens, dat het maatschappelijk werk een bepaalde vorm van hulpverlening is. Doch niet alle bieden van hulp is maatschappelijk werk. De aparte manier van het helpen in het maatschappelijk werk moet daarom uit de grondverf komen. Daartoe nemen we een duik in de historie.

Helpen is zo oud als de wereld. Waar mensen bijeen zijn, ontspringen er spontaan allerlei vormen van onderling hulpbetoon. Dat zien we de hele geschiedenis door.

Bij de Grieken en Romeinen worden ze al gevonden. Hulpverlening komt bij deze volken voort uit philanthropie (menslievendheid) en humaniteit (menselijkheid). Ze heeft niet zozeer de armen op het oog, maar rieht zich tot de mens in het algemeen, met name tot de medeburgers. Het was hoofdzakelijk staatszorg voor haar onderdanen. Het werd niet bepaald gedragen door een religieuze achtergrond, maar werd verricht vanuit politieke oogpunten om het volk zo weerbaar mogelijk te houden. De hulp was zeer veelzijdig. Ze was van medische, culturele, economische en materiële aard.

In het Christendom komt een totaal andere gedachtewereld voor het oog. We zien dit met Pinksteren zich baanbreken. Er is spontaniteit in de hulp, gedreven door liefde. Men zorgde voor elkaar, als een groot gezin. Geleidelijk echter veranderde deze zorg van karakter, zowel door de ontzagelijke uitbreiding der Kerk sinds de 4e eeuw, als ook ten gevolge van veranderde inzichten in de vormen van weldoen. De noden worden massaler. Sterkere bronnen moeten aangeboord ter leniging.

Tijdens de Middeleeuwen ontstaan allerlei inrichtingen van verpleging en verzorging. De activiteiten van de bisschop en zijn medehelpers, later door de kloosterorden, wordt heel wat werk en hulp verricht. Naardat de maatschappelijke struetuur verandert, verschuift ook het terrein en de vorm van hulpverlening. De Kerk met haar dienaren staan op de bres voor de velerlei nooddruftigen. Men zag daar zelfs een zekere verdienstelijkheid in. Er ontstaan gasthuizen, waar zieken, invaliden, reizigers en zwervers worden opgenomen, aan armen voeding en kleding worden verstrekt.

In het midden der 19e eeuw gaan zich enorme verschuivingen voltrekken, tengevolge van velerlei oorzaken, als de intrede der moderne techniek met zijn mechanisatie, industrialisatie. Dit brengt fundamentele struetuurveranderingen in de samenleving teweeg, en wordt oorzaak van het ontstaan van een aparte, eigensoortige sociale nood. Vele verhoudingen moeten herzien en aangepast aan de nieuwe situatie. Niet ieder kan hierin meekomen. Niet iedereen blijft er geestelijk en lichamelijk gezond bij. De spaning, ja de overspanning van de doorbraak van de nieuwe tijd met zijn verhoogde levenstempo en werkritme grijpt verstorend menig leven aan.

Zo ontstaan er in de 20e eeuw een aparte hulpverlening voor déze nood. Een eigen vorm van hulp meldt zich aan om levensverstoring te genezen en nog liever te voorkomen. Dat noemt men het maatschappelijk werk.

III. Een sociologische begrenzing.

Het maatschappelijk werk is dus een speciale vorm van hulpverlening aan mensen in nood, in een aparte nood. Het maatschappelijk werk wil de mens aanpassen aan het hoge levenstempo en de snelle ontwikkeling van deze tijd met haar vertechniseerde, vermechaniseerde en verautomatiseerde levenspatroon. Ze wil alles doen om de mens er gezond bij te houden.

Het maatschappelijk werk heeft daarom een eigen begrensd object in de samenleving. Ze gebruikt ook eigen werkmethoden. Ze verricht haar hulp door middel van het casework, het groupwork en de community organization. Het maatschappelijk werk krijgt zo het karakter van deskundige en methodische hulp voor maatschappelijke aanpassing onder zeer verschillende moeilijke omstandigheden. Er is daarom goede reden om beroepskrachten voor dit gespecialiseerde werk op te leiden. Een geschoolde benadering van de zeer ingewikkelde noodsituatie is geboden, wil de hulp verantwoord en doeltreffend zijn. Er is een organisatie, een stichting nodig, die dit werk ter hand neemt. controleert, stimuleert en financiert.

Als sociologisch verschijnsel is het maatschappelijk werk af te grenzen tegenover allerlei andere vormen van hulpverlening. Ze is geen specifieke, traditionele armen-, ziekenverzorging, bejaarden- of welvaartszorg, al heeft ze met deze takken van hulpverlening zeker te maken en al zijn er raakvlakken. De nood, waarmee het maatschappelijk werk zich bemoeit, is uitsluitend: de conflictsituatie, die de moderne maatschappijontwikkeling in het menselijk leven teweeg brengt.

Zo staat het maatschappelijk werk in zijn sociologische omlijning voor ons als „de opzettelijke, geïnstitutionaliseerde en methodische hulp in situaties, waarin door de aanwezigheid van een moeilijk te ontwarren complex van innerlijke en uiterlijke factoren, de weg naar aanpassing aan (als zodanig door cultuurgeijkte) sociaal-normale levenswijzen versperd is, enwel op een wijze, die voor het besef van het betrokken individu onoverkomelijk is, doordat noch hijzelf, noch zijn omgeving deze situatie duidelijk overziet en begrijpt of kan veranderen. Maatschappelijk werk tracht in zulke gevallen de elementaire voorwaarden te scheppen, die aanpassing kunnen bevorderen en verder zodanig directe hulp te bieden bij het eigenlijke aanpassingsproces”.

Of anders gezegd: Het moderne maatschappelijk werk stelt als zijn speciale en beperkte taak het helpen van de mens bij zijn vastgelopen of bemoeilijkte sociale aanpassing en zoekt naar uitbouw van een eigen techniek op dit terrein.

IV. Een psychologische verdieping.

Bij het zich inwerken in deze nood en dit leed kan de maatschappelijke werker (ster) gebruik maken van de moderne middelen der psychologic die het innerlijk van de mens, waar de eigenlijke aanpassingsworteling zich voltrekt, enigszins voor hem opent. Ook vermag de sociale psychologie hem een blik te slaan in de verborgen liggende plekken, waar de kortsluitingen ontstaan voor de mens in onze huidige samenleving.

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.