+ Meer informatie

DE KAMERLING

3 minuten leestijd

Een weergekeerde Kamerling, Was zeer teleurgesteld. Men had hem, in Jeruzalem, Te weinig nog gemeld, 't Vijandig — blinde priesterdom, Kan hem geen uitleg geven. En vele vragen doen zich voor, In deze man z'n leven. Geen heilbegerige als hij, Krijgt antwoord op zijn vragen. Dus blijft het bij hem duisternis, 't Begint nog niet te dagen.

Nu ja, hij heeft een rol gekocht, Waarin hij wat zal lezen. Maar het blijkt een gesloten boek, Voor deze man te wezen. En toch, het lezen staakt hij niet, — Daar zorgt Gods Geest wel voor — „Verstaat ge ook hetgeen gij leest? " Die vraag klinkt hem in 't oor. Want ziet op deze stille weg, Stuurt God nog een cfezant. God heeft hier voor Filippus werk. Zie, hoe des Heeren Hand, Zijn dienaars leidt waarheen Hij wil, 't Is: Voeg U bij deez' wagen. Wie zal dan naar 't waarom en 't hoe, Van 's Heeren handelen vragen?

„Verstaat gij ook hetgeen ge leest? " Die vraag komt men te stellen. Hij zal Filippus kort en goed, Zijn toestand hier vertellen. Hoe het van binnen was gesteld? 't Was bij hem nachtlijk duister! Gods Woord is een verzegeld Boek, 't Verspreid geen glans en luister. En daarom antwoordt deze man: „Hoe zou ik dat toch kunnen? Zou men mij echter onderricht, In deze Schrift vergunnen, Zo zou mij dit profijtelijk, En nuttig kunnen wezen." Zie, hoe de kamerling belijdt: Ik kan Gods Woord niet lezen, Zo mij niet iemand onderricht. Maar toch, 't begint te dagen. Filippus wordt z'n reisgenoot, Zit naast hem op de wagen.

\ Jesaja's boekrol, daaruit kwam De Kamerling te lezen. Wat wordt gemeld van schaap en ['t lam; Blijkt duister slechts te wezen,

(Hand. 8)

Dewijl hij maar niet vatten kan, Van wie Jesaja 't zegt. Geldt dit zichzelf, een ander soms? Filippus, 's Heeren knecht, Betoont zich hier een trouw gezant, Een knecht door God gezonden, Dus mag hij deze zwarte Moor, Van Jezus gaan verkonden, Dié staat hier in het middelpunt Gods Geest komt erin mede. Hier is nu hemels onderwijs, God schenkt een zielevrede, Die hij voorheen niet heeft gekend, Gods Woord gaat voor hem open. Nu daalt hij van de ivagen af, Filippus zal hem dopen, Nadat hij met z'n ganse hart, Belijdenis heeft gedaan. En dan zien wij de Kamerling. Z'n reis vervolgen gaan. De mens — Filippus — valt hier [weg.

[weg. Want Jezus is hem dl, Zodat hij nu zijn verdere weg, Met blijdschap reizen zal.

Als ik dan U heb o Heer' mijn, Dan zij Uw Naam geprezen. Dan zal toch ook die verre tocht, Niet tevergeefs nog wezen. Dan vallen alle middelen weg, Dan niet gestaard op mensen. Als ik dan U heb o Heer' mijn, Wat zou ik anders wensen? Een zwarte huid, een blanke ziel, Gereinigd in het bloed Des Lams, dat ook op Golgotha, Voor mij aan 't kruis voldoet. Voor mijne schuld werd ook iioldaan. De losprijs is betaald. Wat stille vree is in de ziel Van deze man gedaald.

Een zwarte Moor gaat velen voor, Die wél de Schriften kennen, Maar die zich in hun ij delen waan, Toch niet aan God gewennen. Geen vrede wordt er dan gesmaakt. Men wil voor Hem niet buigen. Deez Kamerling uit Morenland, Zal tegen elk getuigen, Die toel de Schrift geweten heeft, Maar toch is doorgegaan, In wereldzin en zondelust, Od zelfgekozen paan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.