+ Meer informatie

Centraal in gemeente staat gemeenschap der heiligen

4 minuten leestijd

Ten diepste moet de hefde het kerkelijk werk en het geloofsleven bepalen. Liefde gaat samen met meditatie, nederigheid, verlangen en verwondering. Daarop dienen we ons te richten, ondanks de feilen in de gemeente.

De diepste ontdekking in het geestelijk leven is de ontdekking vanuit de liefde. Het is opvallend dat met name in de Psalmen de dienst des Heeren een „liefdedienst wordt genoemd, die niet verdriet." Er wordt over de tempel met liefde en met heimwee gesproken (26, 42,43,48, 84, 119, 122 etc.) Liefde, verlangen en vreugde gaan hier hand in hand.

Centrale punt
Dat is voor ons allen een gezegend voorbeeld om zo te spreken en te denken over de gemeente waartoe we behoren, ondanks de feilen die zij vertoont. De Psalmisten richten zich op het meest centrale punt van de dienst des Heeren: de gemeenschap met de Heere en met al de heiligen. De Heilige Geest is de Geest van uitbranding en de Geest der genade en der gebeden. Dat betekent dat de Heilige Geest in de eerste plaats alles uitbrandt wat niet beantwoordt aan de heiligheid van Zijn Naam. Dat houdt in bekering, een radicale ommekeer in gedachten, woorden en werken. Maar positief stort de Heilige Geest de liefde uit in het hart. Daardoor komt er ook een verlangen naar Hem. Daarom wordt er zoveel gesproken over altaren, verzoening en offeranden, waardoor de gemeenschap met de Heere wordt uitgedrukt. Deze liefde gaat gepaard met een diepe verwondering en blijdschap. Het missen van de dienst des HEEREN geeft heimwee. De Psalmen, die het verlangen naar de tempel bezingen, getuigen van de kinderlijke eenvoud en vreze in 's Heeren dienst.

Meditatie
Wat ons in de Psalmen ook bijzonder treft, is de stille overdenking. Ik denk dat de meditatie haaks staat op de drukte en overorganisatie in het kerkelijk leven vandaag. Zelfs de stille tijden willen we organiseren. Dat betekent dat de stille overdenking niet ingekaderd is in het geestelijke leven van alle dag. We hollen en vliegen maar door in deze zo drukke tijd. Vinden we nog werkelijk rust voor overdenking? Van Luther is bekend dat hij extra tijd nam voor meditatie wanneer hij het erg druk had. Datzelfde zien we bij de kerkvaders, de (Nadere) Reformatoren en Puriteinen. Ze stonden vroeg op, om de Heere te zoeken. Opvallend is het dat de Psalmen spreken over de overdenking ook in de nacht en in de morgen om de Heere te zoeken (bijv. Psalm 119). De moderne mens ontwijkt de stilte en de eenzaamheid. Het ware geloof wordt in de stilte geboren in het hart, wanneer we stil voor God zijn geworden. De Heilige Geest is de bescheiden Geest, Die doorgaans in het verborgen werkt en het Woord, dat gebracht wordt, in de stille overdenking in het hart uitwerkt. We zullen als kerk meer de binnenkamer moeten zoeken. Dat is een van de eerste dingen die de Heere Jezus in de bergrede gepredikt heeft. In Psalm 119 wordt een grote lofzang gezongen op de overdenking voor Gods Aangezicht. Wanneer de overdenking ontbreekt, is er uiteraard ook geen denken aan de dingen van Gods Koninkrijk. De overdenking bepaalt in Psalm 119 de dag en de nacht. Gaan we zo dagelijks met het woord Gods om?

Verwondering
In de genoemde Psalmen treft ons hoe de majesteit en nederigheid samengaan. De majesteit van God, de HEERE, Die als de Trouwe Verbondsgod bij nederigen van hart wil wonen. Om die twee polen: majesteit en nederigheid, gaat het in de dienst des Heeren. Zoals een magneet de tegenpool aantrekt, zo werkt de HEERE door de Heilige Geest. De Heere geeft de nederigen genade. De rechte kennis van God in Christus is er, wanneer we niets meer zijn voor Gods Aangezicht. Wanneer we de rechte ootmoed leren door de Heilige Geest, worden we al minder in eigen oog. Jezus zei al tot de discipelen: „worden als een kind." Dat is de hoge les van de Heilige Geest. Kinderlijk leven is eenvoudig leven.Dan blijft er verwondering over over zoveel Hefde.

Verlangen
Het geloof blijft beschouwelijk, wanneer die verootmoediging ontbreekt. Er is dan ook geen echt verlangen naar de Heere en Zijn dienst. Dat blijft een voortdurende les, ook na ontvangen genade. Wat ons bij de discipelen en de Emmaüsgangers opvalt, is dat er bij hen een vurig verlangen ontstaat naar de Heere en Zijn dienst (Lukas 24). Als Hij spreekt, dan hebben ze brandende harten, die helemaal heengetrokken worden naar de prediking van de Heere Jezus. Hier ziet u, hoe liefde doet verlangen, maar ook liefhebben en loven!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.