+ Meer informatie

Kasteeltransen beklimmen en de ,,Spielbank" mijden

Toeristisch tochtje naar Bad Bentheim:

5 minuten leestijd

Wat hebben de Gereformeerde synodegasten in Bentheim de afgelopen paar dagen uitgevoerd buiten hun kerkelijk bedrijf om? Ze kwamen bijeen in de fraai gerestaureerde Kursaal van het Kurhaus in deze stad met zijn zwavel- en zouthoudende bronnen. Een lichamelijke opkikker na een afmattende synodezitting kan natuurlijk van pas komen, maar zover.was het nog niet: de synoide van Bentheim, dat zich trouwens sinds kort ietwat luxueuzer Bad Bentheim noemt, kwam nog niet veel verder dan het opstellen van een agenda.

Wie als afgevaardigde tijd over had zou zich natuurlijk ook naar het plaatselijke casino kunnen begeven, al wil ik dat niet direkt aannemen... Advertenties in Oostnederlandse kranten roepen ons volk op om een gokje te komen wagen. Maar daarheen wil ik de toeristen in elk geval niet sturen. Wel naar een paar andere zaken in dit liefelijk gelegen stadje aan de uitlopers van het Teutoburgerwoud; de natuur heeft aardig wat te bieden, maar de cultuur ook.

Romeinse Drusus

Ieder ziet als hij de stad nadert de grote burcht boven deze plaats, ooit voornaam centrum van dé graven van Bentheim, maar naar een gedenksteen bij de noorderzij van de rotswand ons doet geloven een kasteel met veel oudere papieren. Niemand minder dan de beroemde Romeinse veldheer Drusus Germanicus, stiefzoon van keizer Augustus, zou op deze strategisch gelegen rots al een vesting hebben opgetrokken, terwijl ook de Frankische koningen hier hof zouden hebben gehouden.

't Is best mogelijk al vult de sage aan, waar de historie tekortschiet. Dat Drusus in deze omgeving recht gesproken heeft over de Tubanten is heel aannemelijk, al is het onzeker, dat de steen die nu Drussusstoel heet, hem werkelijk ooit tot gerichtszetel diende. Wat doet het er ook toe; Bentheim heeft een goed verhaal en het is een indrukwekkende burcht met liefst twee musea binnen zijn muren.

Hofkapel museum

Het eerste is het „Schlossmuseum" in de Catharinakerk van het kasteel, naast de ingangspoort tot het binnenplein. Al in 1415 was dit de slotkapel, maar de inhoud der verkondiging wisselde met de wenteling der tijden: na „Rome" kwam de kerk in Lutherse grafelijke handen; toen werden de vorsten weer rooms-katholiek en later herbergde de kapel de hofpredikers der Gereformeerde confessie.

Nu is de kerk museum. In één der andere vleugels van het complex is het „Fürstliches Museum" ondergebracht, waarvan prins Hubertus Bentheim und Steinfurt directeur is.

De Catharinakerk toont tal van herinneringen aan ons land: een schouw uit Frenswegen met het stadswapen van Amsterdam anno 1650 bijvoorbeeld, of het wapen van „Brunchorst", zandstenen wapenborden uit 's Heerenberg, ,,Groesbeck" (Groesbeek), Neuenahr, maar ook Vianen/Ameide. Op een grafzerk van Van den Camp/Boetzelaer komen naast de Nederlandse tekst ook ,,Velut umbra fugit" tegen, naar Job 14 vers 2: als een schaduw vlucht hij. Het is het grafmonument van de hoogwelgeboren vrouwe Helena van den Camp.

Uiteraard herinnert hier veel aan de grafelijke familie: gedenkstenen van „in Gott saliglich gestorbfen" edele heren en vrouwen, maar Frenswegen komen we ook meermalen tegen: een houten r-k tabernakel, grote architectentekeningen van het klooster en de bijbehorende boerderij, de olie- en de korenmolen, een 16e-eeuwse witte zandstenen Renaissancekansel, een schoorsteenmantel en zo meer.

Ook het dagelijks leven komt via de Heimatverein Bentheim een beetje aan bod: munten, legeruniformen, losse epauletten en gouden knopen, oude gereedschappen, paardetuig, huisraad e.d.

Het ,,Vorstelijk Museum der Graven van Bentheim" bevat natuurlijk veel dynastie-geschiedenis, o.m. over graaf Everwijn III, de wapenborden van Manderscheid, Lippe, Hoorn, Bronkhorst, Limburg, een grote kaart van het huis van Oranje-Nassau en de relatie tussen prins Willem I, zijn moeder Juliana van Stolberg en ook latere leden van dat roemruchte geslacht: Emma van Waldeck zorgde voor een 19e-eeuwse schakel tussen Oranje en Bentheim. Ook de stad en burcht zelf in oude prenten komen we tegen, bijv. in copieën naar schilderijen van J. van Ruijsdael.

Vermakelijk is het wel, uit een VVV-folder over de musea van de stad nog een bijna eerbiedige (erg Duitse?) verering voor de grafelijke familie en alles eromheen. Bijna lyrisch wordt over een paar oude uniformen van de generaalmajoors van de Garde du Corps gesproken in termen van ,,een lust voor het oog" en over het,,fonkelen achter glas" der documenten van Bentheims historie.

Van de aanwezige schietwapens wordt gezegd, dat ,,ze vooral de jeugd aanspreken". Tja, ik ben d'er ook bang voor, maar hoop van niet.... Datzelfde geldt mogehjk voor de ouderen als ze de orden van de Rode en de Zwarte Adelaar op de uniformborsten gespeld zien. Ondertussen heeft Bentheim u ook nog een streekmuseum, een Braziliëmuseum, een speciaal christelijk postzegelmuseum en een geologisch openluchtmuseum te bieden. Genoeg dus voor een aardige dagtocht vanuit ons land: via de E8 mat ik vanaf Apeldoorn over Oldenzaal tot aan Bentheim maar zo'n 110 km; gemakkelijk te doen.

Kerk van Gildehaus

Stad en omgeving zijn aantrekkejijlt genoeg, zoals vanaf de massieve kruitr toren (Bergfried) van het slot goed té zien is. Kijk dan ook even in de rosmor len in dé grote ronde slottoren en in de daarin ondergebrachte folterkelder, Maar ook de slottuin met waterpartijen en het buiten de stad gelegen Kurhaus zijn een wandeling waard.

Het gebiedsdeel Gildehaus heeft niet alleen een interessante Hervormde kerk, waarvan volgens de overlevering de duivel ooit de toren een eindweegs naar het nabijgelegen Ochtrup voorwaarts had geschoven tot het kruis eraf viel en de toren niet verder wilde..., maar ook een mooi natuurgebied: de Gildehauser Venn, waarvan het landschap herinnert aan de Veluwe en Kootwijkse zandverstuivingen.

Wie eens wil rondkijken in de graafschap herrinnert aan de Veluwe en Kootdesgewenst best verstaat - kan natuurlijk eerst materiaal aanvragen bij het Stadtisches Verkehrsbüro, 4444 Bad Bentheim, Postfach 158, telefoon vanr uit ons land: 09-49.5922.3166, of bij het Duits Reis- en Verkeersbureau, Spui 24 te Amsterdam, tel. 020-241293.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.