+ Meer informatie

Geen belijdenisformulier in oude Gereformeerde liturgie

6 minuten leestijd

In de oude christenkerk was het gebruik om op de avond van de stille zaterdag de onderwezen aankomende leden te dopen, als met Christus begraven en geroepen tot de opstanding van het nieuwe leven. In onze tijd vinden we grote verscheidenheid. Openbare geloofsbelijdenis geschiedt in de Hervormde Kerk — naar de ordinantie voor de catechese — bij voorkeur op zondag vóór het Paasfeest, palmzondag. In menige gemeente is echter op de afgelopen rustdag het jawoord gegeven. Anderen doen met Pinksteren belijdenis.

Ook het roomse sacrament van de confirmatie, het vormsel, wordt de 7- tot 12-jarigen bij voorkeur met het Pinksterfeest bediend. Het vormsel — zeggen de rooms-katholieken — „geeft de genade om het geloof standvastig te belijden". Het is in zoverre vergelijkbaar met de belijdenis dat het voorbereiding is voor het ontvangen van de communie.

De kerk van de Reformatie verwierp het vormsel en liet de gedoopten toe tot het avondmaal na gedegen onderwijs en geloofsbelijdenis. Die twee — het heilig avondmaal en belijdenis — staan in nauwe relatie tot elkaar.

Geen formulier
Inmiddels is het opvallend dat wij niet het één of ander formulier van onze gereformeerde vaderen hebben gekregen dat, kerkelijk geijkt, verplicht gebruikt moet worden bij openbare geloofsbelijdenis. De „andere" leer over de doop bijvoorbeeld — de rooms-katholieken leren immers dat door dat sacrament de erfzonde vergeven wordt — legde men wel vast in een formulier.

Bestaat dat formulier echt niet? De oorspronkelijke uitgave van Datheens psalmberijming en liturgie van 1566 bevatte de volgende onderdelen: 1. „Forme om den heylighen Doop wt te rechten"; 2. „Een korte ondersoeckinge des gheloofs, ouer degene die sich tot der Ghemeynte begheuen willen"; 3. „Forme om dat heylige Auendtmael te houden"; 4. „Forme om de houwelicken voor die Ghemeynte te beuestigen"; 5. „Christelicke Ghebeden".

In de door de synode van Dordt 1618/1619 vastgestelde liturgie zijn enkele formulieren en gebeden toegevoegd, maar ontbreekt de „korte onderzoeking des geloofs", als zelfstandig onderdeel. Wel komen we die „korte onderzoeking" tegen achter het Kort begrip van Faukelius in ons huidige kerkboek, echter niet als onderdeel van de aangenomen liturgie.

Andere vragen
Zo komen ook allerlei andere vragen in zwang. Waren die in Datheens uitgave van A Lasco, bekend zijn de vragen van Voetius die in de Gereformeerde Gemeenten meestal gebruikt worden. De Gereformeerde Kerken aanvaardden in 1923 voor het eerst een eigen formulier voor de openbare belijdenis des geloofs. Ook het Hervormde dienstboek bevat een formulier.

Met de verscheidenheid in belijdenisvragen is wellicht meegekomen de verschillende visies op de waardering en de consequenties van het doen van belijdenis. De betekenis van de geloofsbelijdenis is geen onomstreden zaak.

Heilig avondmaal
Zoals al gezegd, de belijdenis stond in de tijd van de Reformatie in nauwe betrekking tot het heilige avondmaal, ontsloot de toegang daartoe. Die geloofsbelijdenis kon aanvankelijk — niet alleen in het Calvijnse Geneve — diverse malen per jaar, vlak voor de bediening plaats hebben. Wellicht ligt in de ondergeschiktheid aan het heilig avondmaal een reden van het ontbreken van een officieel formulier. De belijdenis werd immers niet als iets op zichzelf staand, iets zelfstandigs gezien.

Want het Convent van Wezel (1568) bepaalde: „men zal niemand tot des Heeren avondmaal toelaten als die tevoren belijdenis des geloofs gedaan heeft..." De synode van Dordt 1578 bepaalt betreffend de stichting van een nieuwe gemeente dat de dienaar des Woords „zijn toehoorders zal vermanen dat zij zich door belijdenis des geloofs tot het gebruik van het avondmaal bereiden..."

Om maar niet meer te noemen: De Dordtse Kerkorde zegt in art. 61: „Men zal niemand ten avondmaal des Heeren toelaten, dan die naar de gewoonheid der kerken, tot dewelke hij zich voegt, belijdenis der gereformeerde religie gedaan heeft, mitsgaders hebbende getuigenis eens vromen wandels..."

Verval
In de tijd van de Reformatie ging belijdenis doen en gereformeerd te zijn, gepaard met levensgevaar. Een kerk van wedergeborenen alleen heeft echter nooit bestaan. De dorsvloer bevat kaf en koren. Met het beëindigen van vervolging groeide het aantal geveinsden. De mannen van de Nadere Reformatie hebben in de zeventiende en achttiende eeuw ernstig gewaarschuwd tegen opkomend verval, de noodzaak van de ware levensheiliging en vreemdelingschap gepredikt.

Het gevaar was steeds groter dat geloofsbelijdenis een kwestie werd van mond en niet van hart.

Bevindelijke theologen namen echter niet altijd de toevlucht tot noodoplossingen. Ze hielden vast aan de nauwe relatie tussen geloofsbelijdenis en avondmaalsviering. Verschuir zegt zelf dat hij zijn „belydenis Predikatie der lere van de Gereformeerde Kerke" „veelmaal" gebruikte als voorbereidingspreek. Toch houdt hij terecht uitdrukkelijk vast dat slechts ware gelovigen aan het heilig avondmaal mogen. Vandaar dat een man als Schortinghuis slechts enkele tientallen mensen geloofsbelijdenis afnam in de vele jaren dat hij Midwolda diende.

Welke oplossing
Onze tijden zijn niet beter dan die van de Nadere Reformatie. De verwereldlijking neemt toe. Toch wordt in vele kerken de avondmaalspraktijk „gezond" genoemd: vrijwel alle belijdende leden maken gebruik van het heilig sacrament. De gang van de verloren zoon blijkt echter menigmaal onbekend.

Verwerpelijke prediking voedt een verondersteld geloof. Er is in feite sprake van een historisch geloof dat ellende, verlossing en dankbaarheid niet bevindelijk kent.

Het is de gedachtengang van hen die van tweeërlei kinderen des verbonds nauwelijks willen weten. De doop maakt dan scheiding tussen kinderen der wereld en kinderen des koninkrijks en is teken van aanneming tot kind van God als vrucht van de verkiezing der genade. En men stelt dat Calvijns onderscheid tussen algemene en bijzondere verkiezing meer kwaad dan goed gedaan heeft. Zelfbeproeving heet al spoedig valse mystiek.

Het lijkt een simpele oplossing om de reformatorische relatie tussen geloofsbelijdenis en heilig avondmaal vast te houden. Maar het is niet de juiste oplossing.

Ontdekkend
Anderzijds gaat met een meer ontdekkende prediking soms niet alleen avondmaalsmijding maar ook het nalaten van geloofsbelijdenis gepaard. Ik wees al op Schortinghuis' situatie. Vooral in de noordelijke provincies maar ook wel op de Veluwe is lang sprake geweest van een groot aantal volwassen doopleden en weinig belijdeniscatechisanten. Dat geldt niet alleen de oudvaderlandse maar ook afgescheiden kerken.

Ook deze oplossing is dunkt mij onjuist.

Toch wil ik ook niet graag de geloofsbelijdenis inwisselen voor een „belijdenis der waarheid" die na de cursus gereformeerde dogmatiek een verstandelijk examen vraagt. Die noodoplossing doet al te gemakkelijk rusten in rechtzinnigheid. Kennis van de waarheid is wel vereist maar niet genoeg.

Rusteloos
Geloofsbelijdenis is een plicht. Zij die leven op het erf van het verbond leven onder de eis van geloof en bekering. Enerzijds vormt belijdenis doen en niet ten avondmaal gaan een tegenstrijdigheid. Anderzijds is het vreselijk zichzelf te helpen met een ingebeeld geloof zonder wedergeboorte dat onze onwil om God lief te hebben van nature schijnt te overwoekeren, hoezeer men dan ook een reformatorische traditie schijnt vast te houden.

Er blijft geen verontschuldiging over. Want het gaat ten diepste niet over belijdenis of avondmaal. Het gaat om de rusteloos makende en alles overschaduwende en ontdekkende vraag van M'Cheyne: mijn ziele, doorziet gij uw lot? hoe zult gij rechtvaardig verschijnen voor God. Het is de vraag die in Luthers, in veler leven klonk.

Die vraag brengt mij in nood wanneer ik mijn ja-woord moet dekken met mijn leven. In nood wanneer mijn Catechismus wil weten: waarom wordt gij een christen genoemd. Zonder oplossing van die vraag als levensnoodzaak is mijn beste werk en godsdienstigste plicht als een wegwerpelijk kleed.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.