+ Meer informatie

Uit de Praktiik

6 minuten leestijd

10.

Wat is er al veel veranderd tijdens ons leven, zo horen wij soms ouderen zeggen op huisbezoek. Hetgeen in onze jeugd onbetamelijk geacht werd, is nu de gewoonste zaak geworden; als we denken aan de gewoonten in onze jonge tijd, en we zien wat nu allemaal maar kan en mag, wat zijn we toch ver weg. Als we daar wat inkomen, dan moeten wij wel zeggen: waar zal dat op uitlopen? Soortgelijke uitdrukkingen horen wij tegenwoordig meerdere malen, en dan wordt in afkeurende zin gesproken over vele dingen, die tegenwoordig met het christen-zijn schijnen gepaard te kunnen gaan. Het is niet alleen dat in gezinnen van belijdende mensen de instrumenten om gehoor en gezicht te strelen aanwezig zijn, maar ook dat de jeugd wordt toegelaten heen te gaan naar allerlei vermaak, waar de naam christelijk voorstaat, maar dat puur werelds is, en dan wordt wel opgemerkt dat voorheen de scheidslijn tussen kerk en wereld toch veel duidelijker was. Inderdaad, hebben we gezegd, merken we een groot verschil op. Wat tegenwoordig schijnt toelaatbaar te zijn, werd vroeger niet verenigbaar geacht. Er is heel wat veranderd, maar is het wel ten goede?

Dan wordt ons wel tegengeworpen: de tijden veranderen, en men moet met de tijd mee; tegenwoordig hebben wij snelle verkeersmiddelen, die vroeger ontbraken. Nu kan men in korte tijd zijn waar men wU; heeft men zin om ergens een kerk te bezoeken op Gods dag, al is het een uur rijden, men heeft er vrijmoedigheid toa Maakt men daartegen enige bedenkingen, dan hoort men: onze leiders gaan ons er toch in voor!

Het is vooral van de jeugd, dat we dit moeten horen. Het is wel gemakkelijk om er zich van af te maken en te zeggen: een ieder zij in zijn gemoed ten voUe verzekerd. In zo’ n geval hebben wij weleens gezegd: waar blijft men toch tegenwoordig met die bekende uitspraak van onze Godvruchtige vaderen als zij schreven: Als God een mens wederbaart, stort Hij in die ziel liefde tot Zijn Naam, Zijn Woord, Zijn dag. Zijn volk, maar wat zien wij er thans van? En ook dit was der ouden uitspraak, dat een christen gekend wordt aan zijn gelaat, gepraat en gewaad. Waar vinden we het nog?

Maar zie eens vriend, moeten wij dat waarnemen, en in het algemeen afkeuren de verslapping of vervlakking die allerwege is op te merken, laten we de kring eens wat kleiner maken. Deze dingen ontstaan niet ten eerste uit de grote massa, maar het begin ligt bij de enkeling. Al deze dingen komen hier uit voort, dat u en ik niet meer zijn die we krachtens onze schepping behoren te zijn.. Zouden al deze dingen voor Adam wel een probleem geweest zijn? Ik geloof het niet, want zijn leven en verlustiging was zijn Schepper, en de werken Zijner handen, maar zodra Adam gevallen is, gaat hij zijn eigen weg, en wij, zijn nakomelingen, met hem. Nu kunnen wij niet anders dan leven en handelen tegen onzes Scheppers ordinantie in, en bezien wij nu ons leven eens, begeren wij van nature wel om naar Gods Woord te leven? We spreken nu niet over opvoeding en onderwijs, want uit kracht daarvan kunnen we het wel menen een eind te brengen, maar het gaat hier over het inwendige Als we geheel van nature zijn, is er toch geen rechte begeerte om in des Heeren wegen te wandelen. Voelt u hieruit niet welke ongelukkige schepselen wij zijn? Nu zegt u van uzelf, dat u van die echte begeerte niet afweet. U begeert wel net en burgerlijk te leven. Dat is wel goed en betamelijk, en misschien wilt u dat nog gedekt zien met een stempel van godsdienst, maar uit welk beginsel komt dat voort?

Ja, ik moet u gelijk geven, met een burgerlijk leven alleen is het niet klaar, er zal wat anders gekend moeten worden, verstandelijk weten we dat wel, maar hoe kom jedaaraan?Jekunt er toch zelf niets aan doen, het moet toch gegeven worden? Ja vriend, dat is wel waar, maar hier hebben we juist een belangrijk punt. Weten wij uit eigen ervaring dat wij zo onmachtig zijn, of zeggen wij dat anderen maar na, want er wordt dienaangaande wat nagepraat en men blijft ondertussen dezelfde knecht, en heimelijk wordt de schuld van onze onmacht op onze Schepper geschoven. Maar zo is het niet, want de Heere maakt Zich vrij van ieder die maar enigermate onder Zijn Woord verkeert. En wat vraagt de Heere nu van ons? Dat we ons zullen bekeren! Hebt u wel eens opgemerkt in het Woord, dat de Heere Zijn eis gepaard doet gaan met een belofte? Lees maar: Zoek Mij en leef, of bekeer u en leef. Och vriend, die recht voor de Heere als een doemwaardig schepsel mogen leren invallen, die ontmoeten zulk een goedertieren God. Voor Hem kunt u niet te diep buigen. Daar ligt al zoveel zoetheid in. Als u daar wat van mag ervaren, dan kan het wezen dat u zegt: Laat al wat leeft Hem eren. Niet één van Zijn volk heeft ooit een feU aan Hem gevonden. Die God kunnen we u van harte aanbevelen. Wij kunnen niets meer verliezen, want we zijn alles kwijt, en het gaat op de eeuwigheid aan, en ons is na onze diepe val nog een mond ge laten om te roepen tot die (iod. Die ons geschapen heeft, en een mens is nooit te slecht voor de Heere. Kijk maar eens naar die tollenaars. Dat waren ook zulke brave jongens niet. Het was het plebs van de natie, en de Heere Jezus, Die dat alles wel wist, ontving ze en at met hen. Wat een begenadiging, vriend, en nu is Hij nog Dezelfde om te redden en te zaligen die uit de nood van hun ziel tot em leren vluchten, en daar Hij Zich over ontfermt, daar geldt het niet alleen voor de eeuwigheid, maar ook voor de tijd naar ziel en lichaam. Maar de waarschuwing gaat ons allen aan, die we vinden in Gods Woord Haast u om uws levens wil. En hiermede willen we voor ditmaal van u afscheid nemen. Overdenk met ernst hetgeen wij deze avond met elkander breedvoerig hebben besproken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.