+ Meer informatie

Nieuwjaar 1947

4 minuten leestijd

Nu dan, ik bidde, indien ik genade gevonden heb in Uwe oogen; zoo laat mij nu Uwen weg weten, en ik zal U kennen, opdat ik genade vinde in Uwe oogen; en zie aan, dat deze natie Uw volk is. Hij dan zeide: Zou Mijn aangezicht moeten medegaan, om u gerust te stellen? " Exodus 33 : 13—14.

Zoo ligt het jaar 1946 met al zijn lief en leed weer achter ons en zijn wij weer een nieuwen jaarkring ingetreden.

Hoe leven nog de goedertierenheden, die we uit 's Heeren hand ontvingen, voort in de gedachten. Maar ook de oordeelen en roepstemmen, die de Heere ons toezond, mochten niet aan de vergetelheid worden prijsgegeven. Hoe sterk is Gods drukkende hand over ons nog merkbaar, nog is de vrede niet weergekeerd. Alhoewel de Heere ons verademing geschonken had, door ons te verlossen van hen, die ons onderdrukten, in het afgeloopen jaar werd ons volk met nieuwe zorg vervuld in verband met onze Overzeesche bezittingen. Hoevelen van onze mannen en zonen hebben het Vaderland verlaten en zijn aan zeer groote gevaren overgegeven. En gelijk de zonde met het gouden kalf den Heere noopte, om Zijn aangezicht te verbergen voor het hardnekkig Israël; zoo ook zijn de zonden van Overheid en volk de oorzaak van al deze bezoekingen.

Wat zou het groot zijn, als ons volk met de intrede van het jaar 1947 zich leerde verootmoedigen voor des Heeren aangezicht. Want dat alleen kan heil aanbrengen voor het gansche Nederlandsche volk. Mocht die genade eens worden afgesmeekt.

De droeve vooruitzichten in Mozes' dagen bewogen hen tot boetvaardigheid en zwijgende rouw. En dat zal ook voor ons allen de eenige weg des behouds uitmaken.

Israël legde alle versierselen af en toen Mozes, als hun voorspreker, op Gods barmhartigheid pleitte, liet de Heere Zich genadig verbidden, ja, zou Zijn aangezicht medegaan om hen gerust te stellen, opdat zij in vrede mochten voortreizen.

Géén land vloeiende van melk en honig, nóg het meezenden van een Engel kon Mozes gerust stellen, neen de Heere zelf moest meegaan, met minder kon zijn hart niet gerust zijn.

Dan maar geen stap verder, als hij die gunst moest missen.

Mozes wist, dat hij met den Heere alles kon doorleven, maar zonder Hem vermocht hij niets. Hoe dan ook de weg zou zijn, dat wil hij niet bedillen, hij wenscht achter den Heere te volgen.

Op zulk een wezenlijke behoefte mogen wij wel met groote jaloerschheid nederzien. Daarin alleen ligt „Heil en Zegen" opgesloten. Dan maakt Hij het met Zich goed, wat Hij ons dan ook toeschikt.

Helaas, de mensch van nature kan het buiten die tegenwoordigheid Gods stellen. Zoo wordt het jaar gesloten en zoo treedt men het nieuwe jaar in. Het is dan ook de oprechte wensch van de Redactie van „Daniël", dat al zijn lezers en lezeressen die behoefte door Gods Geest mogen leeren, bedenkende, dat die God en Zijn gunst mist, alles mist.

Die dat echter mag kennen en beoefenen, heeft alles voor tijd en eeuwigheid. Dat God ZiiiT kinderen daaraan dan ook een gedurige behoefte geve, want Zijn vriend'lijk aangezicht geeft vroolijkheid en licht. Dit mogen wij elkander dan wel toewenschen, zoowel hun, die nabij, als die verre zijn.

We denken dan wel bijzonder aan onze mannen en zonen in Indië. Wat zal er veel in jullie hart zijn omgegaan, toen de klok 12 uur sloeg en het jaar van jullie heengaan naar Indië werd beëindigd. Wat zullen de gedachten aan ouders, vrouwen en kinderen jullie wel hebben vervuld. Hoe velo open vragen zullen er in jullie hart zijn. De Heere geve, dat ge met dat alles bij Hem mocht schuilen. De innerlijke behoefte, dat Zijn tegenwoordigheid ook jullie mag geschonken worden, kan alleen ook je sterkte en kracht geven. Dat uit al deze wegen maar geleerd mag worden onze dagen te tellen, om een wijs hart tot zaligheid te verkrijgen. Wij leven in alle opzichten met jullie mee, weest daarvan overtuigd. Uit „Daniël" zult ge vernemen dat alle - pogingen worden aangewend, om al het mogelijke voor jullie te doen.

Inzonderheid met de intrede van het nieuwe jaar bidden we u allen 's Heeren zegen toe. Hij bearbeide ons tot een nieuw en geestelijk leven, opdat wij ons als verloren in ons zelf leeren kennen, maar ook dat heil deelachtig mogen worden, wat Christus verdiend en verworven heeft. Ook stelle de Heere ons nog zoo jonge blad , , Daniël" in dit pas begonnen jaar tot een rijken zegen, opdat jong en oud leerde buigen voor Daniëls God, met open vensters naar het hemelsch Jeruzalem. De Heere geve nog vreeze Gods aan ons geliefd Vorstenhuis en bedeele ons volk met Zijn geestelijk en stoffelijk heil in het jaar 1947. Dit is de wensch van de Redactie van „Daniël" aan medewerkers, lezers en lezeressen.

Ds. A. VERHAGEN.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.