+ Meer informatie

Voor de jeugd

8 minuten leestijd

Beste Jongelui!

Jullie zouden denken over die tekst-preek van Jona. Je weet nog wel, dat korte, scherpe woord: Nog veertig dagen en dan zal Ninevc worden omgekeerd.

Er zijn mensen, als ze zulk een tekst horen aflezen, clan weten ze het al. Dan hebben ze al gegeten en gedronken. Daar horen ze liever maar niet van. Dat is te eenzijdig. Daar is, zegt men dan, niets van het evangelie bij. Zij horen maar liever een evangelie preek. Zo in de zin van: Wie in de Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven. Dat „lijkt” hen gemakkelijker. Dat is voor een mens meer aannemelijker, dat trekt tenminste aan. Daar kunnen nog mensen door jaloers gemaakt worden. Veel meer als door zo'n onweerstekst, waarmee Jona de straten van Ninevc doorwandelde.

Nu willen we natuurlijk niet tegenspreken, dat door een tekst als bovengenoemd, vol evangelie, er geen mensen bekeerd kunnen worden. Wees er maar heilig van overtuigd. En als er zo'n tekst wordt afgelezen, denkt dan bij voorbaat maar niet, dat dit wel een „lichte” dominee zal zijn, omdat hij deze tekst gekozen heeft, om er over te preken.

Dat wil natuurlijk ook weer niet zeggen, dat er naar deze kant geen eenzijdigheden zijn. Ik geloof zelfs van maar al te veel. Men stelt het dan zo gemakkelijk en zo ruim voor, dat er zo ongeveer geen zondaar meer overschiet, die bekeerd moet worden. Je moet, zo heet het dan, maar geloven. De zonde, en de ontdekking daaraan, die komt later wel. Je moet de ellende niet voorop stellen. Want dat maakt de preek maar „ellendig”. Je moet de Heere Jezus Christus verkondigen. Dat is roeping. Accoord! Maar hoe?

Kijk, daar gaat het nu over. Hoc preekt men?

Ik kom nog even terug op die preek van Jona. Vinden jullie dit nu zo'n eenzijdige tekst? Is dat nu een tekst waar geen evangelie in zit? Op het eerste gehoor, lijkt het alsof de Ninevicten daarin alleen maar hun ondergang konden beluisteren. De Ninevicten zelf hebben het echter anders beluisterd. Want hun werd medegedeeld: Ninevc zal worden omgekeerd. Dat was recht. Dat hadden zij verdiend. Want hun zonden waren al zoveel jaren lang ten hemel opgeklommen. Zij protesteerden niet tegen deze waarheid. Zij hebben Jona niet de stad uitgebezemd. Zij hebben hem niet als een onruststoker aan de kaak gesteld. Neen! Doch er staat van de Ninevieten opgetekend dat ze God geloofden. Zij geloofden niet .lona, een mens. Jona was maar een „stem”, net als .lohannes de Doper zichzelf heelt genoemd en zoals uiteindelijk al Gods ware knechten zijn. Het zijn met meer dan mensen, die de boodschap moeten doorgeven uit het woord van God.

De Ninevieten geloofden God. Wat zou er veel kritiek weg vallen, als we ook eens God gingen geloven. Dan werd alles „waar” voor ons. Dan geloofden we ook dat we zondaren waren. Nu geloven we dat natuurlijk ook wel. Maar we hebben er geen pijn aan. Het zit wel goed. Alle mensen zijn immers zondaren’.’ Nou, ik ben het ook. Ik ben net als iedereen. Wat kan me derhalve gebeuren?

Maar als je werkelijk God gaat geloven, dan moet je sterven omdat je een zondaar bent. Want God zegt, dat de ziel die zondigt sterven moet. En sterven betekent: God ontmoeten. Want het is de mens ge/et om eenmaal te sterven en daarna het oordeel.

Als een getrouwe dienaar de ernst van de/e dingen zijn hoorders, ook jonge hoorders, op het hart zoekt te binden, noem dan deze man niet zwaar of naar. maar dankt er liever God voor, dat Hij je nog eerlijk laat waarschuwen, ook al kost hel je leven. Want dit kan leiden tot je behoud.

Zo hebben de Ninevieten het ook verstaan. Want dat Nineve zou worden omgekeerd, dat hebben ze geloofd. Maar die mensen gingen daarover nadenken. Waarom kregen ze nog veertig dagen uitstel.’ Waarom werd het vonnis niet dadelijk voltrokken? Dat hadden ze toch verdiend.’ De Heere was al lang genoeg lankmoedig over hen geweest. En nu kregen ze nog weer veertig dagen te leven. Waarom toch eigenlijk? Hen beledigde Majesteit, Die zo iets doet. Die moet toch wel eindeloos goed zijn. Zou Hij. Die rechtvaardig is. ook niet barmhartig wezen en zeer genadig. Schoon zwaar getergd, lankmoedig en weldadig, en groot van goedertierenheid?

Die veertig dagen, dat hebben die Ninevieten goed begrepen, dat was voor hen nog genadetijd. En die tijd hebben ze goed besteed. Ze lieten geen dag, geen uur verloren gaan. Zij hebben een vasten uitgeroepen en zich met zakken bekleed en as op hunne hoofden gedaan en zij hebben zich bekeerd.

Zij hebben zich tot God gekeerd, met smeking en met geween, zeggende: Wie weet. God mocht Zich wenden, en berouw hebben van de hittigheid Zijns toorns, zodat wij niet vergingen.

En God heeft Zich gewend. Nineve heeft zichzelf omgekeerd en daarom behoefde God het niet meer te doen. Hij heeft Zich toen ook omgewend, in hittigheid des toorns. Hij heeft Zich tegen Zijn Zoon gewend en Hem de last van de oneindige toorn Gods, waaronder Nineve had moeten verzinken, doen dragen.

Dat is voor die Ninevieten een wonder geweest. Dat is voor elke zondaar het wonder, die God gaat geloven. Want die gelooft, dat het aan zijn kant verloren is. Dat staat immers in de bijbel? Dat zegt de Heere. Dat kunnen alle sehriftcritiei er niet uit wegredeneren. De Heilige Geest schrijft dat ook op de wanden van het hart. Het brengt een zondaar in de nood. En die nood drijft hem uit naar God. De tollcnaarsbede wordt dan gekend. Maar dan wordt ook ervaren dat er bij de Heere veel vergeving is. Vergeving terwille van de Heere Jezus Christus, Die al de zonden van Zijn volk op Zich heeft doen aanlopen. Die om onze overtredingen is verwond, Die om onze ongerechtigheden is verbrijzeld. De straf, die ons de vrede aanbrengt was op Hem en door Zijne striemen is ons genezing geworden.

Als men voor God geen zondaar geworden is, in de beleving, dan kan men wel over een wonder praten, maar het wonder als zodanig, daar zal men zich nooit over verwonderen.

Het is ten deze precies eender als wanneer men hoort van iemand die f 100.000,— schuld had en door een ander is geholpen. Dat is natuurlijk prachtig. Daar kun je een artikei over in de krant schrijven. Maar alleen de man die geholpen is, weet wat het zeggen wil, geholpen te zijn. De vaardige „krantenschrijver” schrijft er slechts beschouwend over, doch weet van de zaak als zodanig niets af.

Geestelijk ligt het niet anders.

Wat dus zulk een zware tekst-preek al niet uit kan werken. Er werd een hele stad door bekeerd. Neemt men uu die andere tekst, daar is het precies eender mee gesteld. Want deze tekst mag uit andere woorden bestaan, zelfs ook een andere inhoud hebben, maar de uitwerking, als er goed over gepreekt wordt, /al geen andere zijn.

„Wie in de Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven”. Het is een pracht tekst. Maar wie gelooft er nu in de Zoon. Het geloof is met aller, lees ik in de bijbel. Het geloof is een gave Gods, zo staal er op een andere plaats. En ei geloofden er zo veel. als er van eeuwigheid toe veroidineerd waren. zo lees ik het ook nog. laten we dus voorzichtig zijn om iemand het geloof aan te praten. Want dit is een zaak die met aan te praten is. Wel aan te prijzen. Maar dat is wat anders.

Voor Wie is de Heere Jezus nu in de wereld gekomen.’ Hij zegt Zelf dat Hij gekomen is om te zoeken en zalig te maken, datgene wat verloren is. Die hebben zich juist aan de Heere Jezus geërgerd. En zo is het nog. Degenen die het meest de mond vol hebben over Jezus, ergeren zich dikwijls het meest aan Hem. Zij zijn net als die oudste zoon uit de gelijkenis. Die ergerde zich ook, dat zijn vader die jongste zoon, een hele slechte, zo rijk en royaal onthaalde. Maar die jongste heeft het wonder van de vergevende liefde ervaren.

En dat is nog het deel van alle „verloren zonen”. Zij keuren zich niet waardig een zoon genaamd te worden, en die worden nu juist als een zoon aangenomen. En dat terwille van de Zoon van God, Die het uitgeroepen heeft: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten.’ Ja, waarom.’ Opdat verloren zonen door God in genade zouden kunnen worden aangenomen. Wie in de Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven. Het is eeuwig waar, maar dan alleen voor verloren zonen. Die beleven het wonder.

Ik hoop, beste vrienden, dat jullie daar iets van zullen mogen kennen, n.l. in de beleving, dat alleen „zondaren” zalig kunnen worden, door het geloof in de Heere Jezus Christus. En houd je dan, wat het beoordelen van de preken betreft, maar aan de I leidelbergse Catechismus: Drie stukken: ellende, verlossing en dankbaarheid. Dat is de orde waarlangs God werkt. Zo vindt ik het in Gods woord en ook in de belijdenisgeschriften. Studeren jullie daar nog wel eens in? Doe het maar veel. Het is de taal van de Kerk van alle eeuwen. Tot de volgende keer.

Jullie aller vriend,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.