+ Meer informatie

Ziel

Woorden van leven

3 minuten leestijd

Het woord 'ziel' is een van die woorden, met bijvoorbeeld hart, geest en leven, die het wonder en het geheim van het leven als schepping van God aanduiden. Het wordt de meeste keren gebruikt om aan te geven wat de mens tot een levend wezen maakt, maar het kan ook duiden op het leven van dieren. Het is de levensadem, die God gegeven heeft. De grondbetekenis van het Hebreeuwse woord 'nèfesj' — we vinden het woord 'ziel' overigens verreweg de meeste keren in het Oude Testament — is 'nek, keel', de weg waarlangs de mens ademhaalt. Wordt die weg, de ziel dus, 'afgesneden', dan rest niets dan de dood. Ook het Griekse psuchè' heeft van oorsprong de notie aan zich van 'adem'.
De ziel van de mens is het geheim van zijn leven. Het is wat zijn lichaam tot een levende realiteit maakt. De ziel kan onderscheiden worden van het lichaam, denk aan het woord van de Heere Jezus over de duivel, die meer dan alleen het lichaam, ook de ziel, kan verderven. Er is echter ook een zeer nauwe eenheid van lichaam en ziel. God heeft beide gegeven en aan elkaar verbonden toen Hij de mens schiep.
Het woord 'ziel' kan eenvoudig de betekenis hebben van de persoon van de mens. 'Mijn ziel', dat ben ik zelf, dat is mijn 'ik'. De mens kan zichzelf ermee aanspreken: 'o, mijn ziel'. De ziel is dan niet zozeer iets wat een mens heeft, maar dat wat hij is. Het gaat daarbij om het mens-zijn met alle gevoelens en innerlijke bewogenheid, angst en verlangen, liefde en verwachting. Alle stemmingen, die het mensenleven tot een bewogen zaak maken. Vele keren wordt er met verschillende beelden gesproken over de benauwdheid van de ziel, de bedreiging van het leven. De vijanden en de machten van de dood zijn het, die 'de ziel zoeken'. Er wordt een kuil gegraven voor de ziel, men wil het leven ten grave verderven. De gelovige weet echter, dat God zijn ziel kan bewaren. Al is de ziel temidden van leeuwen, al gaan er wateren overheen, bij God is de ziel veilig en geborgen. Zelfs in het rijk van de dood zal God de ziel van Zijn kind bewaren. Hij redt de zielen van en door de dood. De ziel vindt bij Hem eeuwige geborgenheid. Het kan dus niet anders, of de ziel van de gelovige is vol van verlangen naar God, om in Hem veilig te zijn, om sterkte en vreugde te vinden in de Heere. Vooral de Psalmen zijn vol van dit hunkeren naar God, de Levende God. Naast het gebed om bewaring van de ziel mag niet vergeten worden, dat er ook gesmeekt wordt om de genezing, die nodig is vanwege de zonde: 'genees mijn ziel, want ik heb tegen U gezondlgd' (Psalm 41 : 5). De zonde is immers de grootste bedreiging van het leven: zo hebt gij gezondigd tegen uw ziel' (Habakuk 2 : 10). En ook staat er geschreven: De ziel die zondigt, die zal sterven' (Ezechiël 18 : 20).
Het laatste waar bij dit woord op gewezen mag worden, is dat er ook gesproken wordt van de ziel van de Heere Jezus. Alle bewogenheid en intensiteit, die dit woord inhoudt, wordt samengevat in dit ene: 'Nu is Mijn ziel ontroerd' (Johannes 12 : 27). En het grote wonder, waardoor er eeuwige hoop en verwachting mag zijn voor onze ziel èn lichaam, vindt het hart in dit heerlijkste woord van Christus, dat de Zoon des mensen gekomen is om 'Zijn ziel te geven ctot een rantsoen voor velen' (Markus 10 : 45).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.