+ Meer informatie

CAREL GELOOFT NIET MEER

3 minuten leestijd

ALLEDAAGS VERSCHIJNSEL

Bovenstaande titel zou zomaar in een huisbezoekverslag aan de orde kunnen komen. Er zijn inmiddels ontstellend veel Carels en Carlijns voor wie dat geldt. Vaak slaak je als broeders een diepe zucht als er wéér zo’n naam voorbij komt. Met daarachter een mens die geschapen is voor de eeuwigheid. Zoveel pogingen werden ondernomen om hem of haar bij de kerk te betrekken. Je probeerde ‘aan boord’ te komen om het gesprek op de relatie met de Heere te brengen. Maar meer dan eens worden ‘mensen van de kerk’ al niet eens meer toegelaten. ‘Nee, dank u, ik heb er geen behoefte aan’.

De cijfers liegen er niet om: acht van de tien jongeren verlaten de kerk. Ouders en ook ambtsdragers met pijn en verdriet achterlatend. Vaak ook met schuldgevoelens: ‘Wat hebben we fout gedaan? Waarom konden we hem of haar niet vasthouden?’

Het is een bekend verschijnsel geworden. Maar we wennen er toch niet aan? Het is zo aangrijpend. En we vragen ons af: wat gebeurt er met mensen dat ze die goede God en lieve Heiland vaarwel zeggen?

Het gaat vaak van lieverlee. Zoals de inmiddels klassiek geworden woorden van wijlen Okke Jager het uitdrukken: ‘God is voor velen een steeds kleiner wordende stip in hun achteruitkijkspiegel geworden’.

AANGRIJPEND BERICHT

Toch is de ene Carel de andere niet. Te midden van al die verhalen van Carels en Carlijns viel dat van die ene Carel toch wel op. Nee, hij heeft niet de kerk verlaten. Hij blijft emerituspredikant van de Protestantse Kerk in Nederland. Maar met het geloof in een persoonlijke God heeft hij niets meer. Ik bedoel ds. Carel ter Linden, de ongekroonde hofprediker. Hij bevestigde de huwelijken van de kinderen van (inmiddels) prinses Beatrix en prins Claus, ging in verschillende doopdiensten van de Oranjes voor en leidde de uitvaartdiensten van prins Claus en prins Bernhard.

In zijn boek ‘Wat doe ik hier in godsnaam?’ trekt hij de lijn vanuit zijn eigen denken in het verleden door. God is voor hem een geestelijke werkelijkheid, maar geen Persoon. Hij is een soort krachtcentrale. God als Schepper of als Wezen dat over ons waakt, heeft afgedaan. Soms verlangt hij nog wel een beetje terug naar de tijd dat hij als klein jongetje bad: ‘Heere, houd ook deze nacht, over Careltje de wacht’. Maar dat is passé.

Dat dergelijke gedachten een soort domino-effect hebben blijkt: ook in een leven na de dood gelooft ds. Ter Linden niet meer. Belangrijker is of wij ‘een footprint hebben achtergelaten die anderen – en daarmee ook God – werkelijk een beetje op weg heeft geholpen.’

APPEL TOT GEBED

Schrijf ik dit om op ds. Ter Linden af te geven? Allerminst. Maar ik heb wel met hem te doen. Ook deze dominee moet straks voor God verschijnen, net als u en ik. En daarom een krachtig appel op ons allen: vergeet al die Carels en Carlijns niet in uw gebed. Maar ook hen die zich nog christen noemen, maar ‘geloven in een god die niet bestaat’.

En wij? ‘Zie erop toe, broeders, dat er nooit in iemand van u een verdorven hart zal zijn, vol ongeloof, om daardoor afvallig te worden van de levende God’ (Hebr. 3:12).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.