+ Meer informatie

TOLERANTIE

8 minuten leestijd

In hoeverre kunnen, mogen of móeten we zelfs tolerant zijn?

DE BIJBEL

Is de Bijbel een tolerant boek? Die vraag komt vandaag met grote hevigheid op ons af. De heer Wilders voerde recentelijk een pleidooi de koran te verbieden, vanwege voor andersgelovigen intolerante en zelfs gewelddadige passages daarin. Maar hoe is het in dit opzicht met de Bijbel gesteld? De laatste tijd horen we niet zo veel van christelijke fundamentalisten die met een beroep op de Bijbel oproepen tot een ‘heilige oorlog’, maar hoe zal de publieke opinie en de politiek reageren als er daar ineens een stel van zouden opstaan en actie ondernemen?

Binnen de beperkte ruimte die er voor een artikel staat, kan ik op die vandaag heftig bediscussieerde vraag niet echt ingaan, en ik ben blij dat ik hier kan verwijzen naar de recente Apeldoornse studie van mijn collega Peels. Toch moet er wel iets van gezegd worden. Vaak valt de gedachte te beluisteren, dat het Nieuwe Testament een geest van liefde ademt, en dus ook heel tolerant is. Niet zelden heeft men het Nieuwe Testament in dit opzicht tegen het Oude Testament afgezet, en ook meteen de joden ervan beschuldigd een godsdienst aan te hangen van een God die verbiedt andere goden voor zijn aangezicht te hebben en ook wraak oefent. Het ‘voelde goed’ om op die manier het eigene van het evangelie te laten uitkomen in contrast met anderen.

Nu gaat deze vlieger niet op. Het Nieuwe Testament is in deze zin zeker niet ‘toleranter’ dan het Oude Testament; het laat er geen twijfel over bestaan, dat er maar één Naam onder de hemelen is gegeven, waardoor wij behouden moeten worden. De boodschap van het Evangelie is ook geen vrijblijvend aanbod, maar komt tot ons met een bevel van geloof en bekering. We komen ook niet weg met te beweren, dat de HERE niet meer met mensen omgaat als bijvoorbeeld met Korach, Datan en Abiram in het Oude Testament (Num. 16). Wat te denken van Ananias en Saffira (Hand. 5), en van Herodes in Handelingen 12:23?! Het is en blijft vreselijk te vallen in de handen van de levende God (Hebr. 10:31), en het boek Openbaring laat zien, dat er een strijd met kosmische afmetingen gaande is, en dat God mensen in de poel van het vuur werpt (21:8).

Maar Jezus is toch zachtmoedig en nederig van hart?! Zeker, en dat is ook niet maar een beeld dat wij van Hem gemaakt hebben — Hij zegt het zelf (Mat 11:29). Dat weerhoudt Hem er overigens niet van in een heilige ijver voor het huis des Heren de tempel te ontdoen van handelaars met hun waren, en daarbij — aldus Johannes 2 — zelfs een zweep te gebruiken. Er vallen echter geen slachtoffers bij, en als Petrus de knecht van de hogepriester het oor afslaat, herstelt Christus dat. Hoe krijgen we al die gegevens bij elkaar in één, samenhangend beeld?

Ik meen, dat we kunnen zeggen, dat waar het Oude Testament laat zien, dat alle vormen van opstand tegen de HERE voor Hem onverdraaglijk zijn, het Nieuwe Testament ons verkondigt dat God in Christus de zonde weg doet in de weg van het kruis. Van de buitenkant gezien lijkt het erop, alsof Christus met zich laat doen, maar de Evangeliën laten er geen twijfel over bestaan, dat Hij de handelende is en blijft. Maar God is niet veranderd. De vraag aan ons wordt zelfs alleen maar klemmender: hoe zullen we kunnen ontkomen, als we geen ernst maken met een zo groot heil als God in Christus bereid heeft (Hebr. 2:3)?

GEEN DWANG

Eén ding moet nadrukkelijk eraan toegevoegd worden: God gebruikt geen geweld om ons tot geloof te brengen. ‘Niemand gelooft, of hij doet het vrijwillig’, zei Augustinus. Toen onze verre voorouders met een beroep op Lucas 14:23 (‘dwing hen om in te gaan’) ertoe gedwongen werden zich te laten dopen, was dat dus niet in overeenstemming met de weg en de boodschap van Jezus Christus. De HERE schenkt ons mensen het geloof door zijn Geest, en wie tot geloof komt wil en kan niet anders meer, maar van dwang is geen sprake. Toen de mensen in Galilea zich ergerden aan Jezus’ ‘harde’ woorden en massaal bij Hem wegliepen, vroeg Jezus aan zijn leerlingen of zij niet óók wilden weggaan. Petrus antwoordde namens hen allen: ‘Bij U weggaan is geen optie, U alleen hebt immers woorden van eeuwig leven!’ (Joh. 6:68). Dat zei Petrus in volle vrijheid.

Twee elementen dienen we — meen ik na het voorgaande te kunnen zeggen — goed vast te houden. Ten eerste: Het is niet in overeenstemming met de feiten om met een beroep op het Nieuwe Testament te stellen, dat de liefde boven alles gaat, en dat we daarom de strijd om de waarheid van het Evangelie niet op de spits moeten drijven. Het gaat in de strijd om de waarheid om onze redding, om de weg waarlangs de Heilige Geest de liefde in mensenharten kan en wil uitstorten! Daarnaast: het is wezensvreemd aan het geloof om het met dwang op te leggen. Wie het probeert geeft daarmee te kennen niet te beseffen wat geloven in bijbelse zin is. Hoe komen die twee elementen in een mensenhart echt bij elkaar, en vormen ze een leven dat de liefde van Christus weerspiegelt?

WAT IS TOLERANTIE?

Het gaat om de vraag wat echte tolerantie is. Ik meen, dat we voor een goed christelijk antwoord bij Luther in de leer kunnen gaan, die de diepte van de zonde omschreef als ‘niet kunnen willen dat God God is, en zelf god willen zijn’. De vraag dringt zich op, hoe God zulke mensen nog kan dulden op aarde. Hoe bestaat het, dat Hij tarwe en onkruid samen laat opgroeien tot de oogst (Matt. 13:30)? Waarom brengt Hij niet nu al een scheiding aan?

Luther antwoordt: ‘besef je wel, dat God ook in de gelovigen nog geen vreugde kan hebben, maar binnen in Zich ook hen in hun zondaar-zijn moet verdragen?’ We kunnen denken aan Jezus’ uitroep in het Evangelie: ‘O ongelovig geslacht, hoe lang zal Ik nog bij u zijn? Hoe lang zal Ik u nog verdragen?’ (Mar. 9:19) Die woorden spreekt Jezus niet tot zijn tegenstanders, maar tot zijn discipelen! Als gelovigen beseffen hoezeer de HERE juist ook hèn heeft te verdragen, zal dat hen mild en terughoudend maken in hun oordeel over anderen.

Dat God zondaars verdraagt, wil echter niet slechts zeggen dat Hij zijn toorn in-houdt. God draagt de zonde der wereld Zelf tot op het kruis. Luther spreekt van tolerantia cruris (de verdraagzaamheid van het kruis). Zo doorkruist de HERE door de manier waarop Hij met ons omgaat de gerechtigheid die zij denken te hebben en op basis waarvan ze menen recht te hebben op enigerlei vorm van beloning — en tegelijk uitzien naar straf voor anderen! Zo draagt het ‘tolereren’ van niet-chris-tenen bij aan de afbraak van de ‘oude mens’, die de onuitroeibare neiging heeft zichzelf te verheffen boven anderen. Daarnaast ontstaat er in deze weg een echt van binnenuit verdragen van anderen, als een daad van liefde, die gestalte krijgt in een gebed voor hen die hun het leven zuur of zelfs onmogelijk maken. Zó leren gelovigen Christus te volgen, die aan het kruis heeft gebeden voor zijn beulen.

DE VRIJHEID VAN DE LIEFDE

De exclusiviteit van het geloof gaat bij Luther samen met de tolerantie van de liefde. Als de volgelingen van Christus op een geweldloze, niet-aanmatigende en niet-agressieve manier leven, vormen zij in al hun zwakheid in zichzelf en in hun kracht in Christus een levende verwijzing naar Hem. Jezus heeft in Matteüs 5:3842 een voorbeeld gegeven van ware tolerantie. Als Hij spreekt over een ‘dwingen een mijl te gaan’, verwijst Hij naar het recht dat de Romeinen zich hadden toegekend om burgers van de door hen bezette landen te dwingen over een afstand van één mijl een last voor hen te dragen. Het kost ons niet veel moeite voor te stellen in wat voor ijzige sfeer die gezamenlijke mijl vaak zal zijn afgelegd. Het was ook niet die last alleen. Het zal iedere keer weer heel pijnlijk geweest zijn om aan den lijve te ondervinden wat het inhoudt dat je land bezet was door de Romeinen. Wanneer je nu die Romein aanbood die last nóg een mijl te dragen, deed je iets wat hij wel het laatst had verwacht. Je gaf er blijk van vrij te zijn van al die gevoelens van haat en wraak, die een mensenhart kunnen verteren. Die verrassende houding kon bij de ander de vraag oproepen wat jou ertoe dreef om dat te doen, en zicht bieden op de liefde van Christus.

Een dergelijk verrassend handelen is niet een ‘vreemde lap’ op het kleed van de verdraagzaamheid, zoals het Nieuwe Testament daarover spreekt, maar vloeit eruit voort en hoort er wezenlijk bij.

Uit het voorgaande mag duidelijk zijn dat het veel, zo niet alles uitmaakt wat men onder tolerantie verstaat. We kunnen als christenen in de praktijk een eind-weegs meegaan met niet-christenen, die zich respectvol jegens andersdenkenden gedragen. Het maakt echter groot verschil, of men de vraag naar de waarheid buiten haakjes plaatst óf dat men Christus kent en van Hem zachtmoedigheid heeft geleerd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.