+ Meer informatie

DE GEESTELIJK VERZORGER EN VERANDERINGEN IN DE ZORGSECTOR

7 minuten leestijd

‘Er komen gemiddeld acht patiënten naar de kerkdienst.’ Ik ben op bezoek bij het hoofd van de geestelijke verzorging van een academisch ziekenhuis. Ik schrik ervan: maar acht kerkgangers terwijl er toch zo’n 800 bedden in het ziekenhuis zijn. Hij nuanceert zijn uitspraak nog wat door op te merken dat er daarnaast ongeveer 20 mensen de kerkdienst volgen op hun ziekenkamer. Toch is dit geringe aantal niet alleen aan de secularisatie te wijten. De gang van zaken in een ziekenhuis is veranderd en dit betekent dat bijvoorbeeld veel patiënten het weekend naar huis gaan of voor het weekend ontslagen worden. Vroeger was een aantal weken ziekenhuisopname niet uitzonderlijk, nu is de gemiddelde opname teruggebracht tot een paar dagen en gaan mensen die nog niet uitbehandeld zijn naar een verpleeghuis om te revalideren of verder te herstellen. Voor de geestelijke verzorging betekent dit dat de nadruk is komen liggen op de persoonlijke begeleiding van mensen die daarom vragen, naast natuurlijk de begeleiding en scholing van de medewerkers en de (ethische) advisering.

Voor u als ambtsdragers betekent dit dat u vaker een gemeentelid zult bezoeken in een verpleeghuis. Maar de veranderingen in het ziekenhuis hebben ook zijn weerslag op de verpleeghuizen. Zo zijn er in ons verpleeghuis meerdere afdelingen gekomen voor kortdurende zorg, waar mensen gedurende zes weken verblijven voor revalidatie of om op te knappen bij zwakte of anderszins. Hoewel qua periode te overzien, is dit toch vaak een ingrijpende tijd voor deze zorgvragers. Ze moeten deze weken zien door te komen in een vreemd huis, in een kale kamer met mensen om zich heen voor wie ze niet gekozen hebben maar met wie ze toch een groep vormen. Ze kunnen niet altijd meedoen met de activiteiten die in het verpleeghuis georganiseerd worden, wat betekent dat ze – ondanks de weinige privacy – toch heel eenzaam kunnen zijn.

De kortdurende opname brengt ook een verandering in de geestelijke verzorging met zich mee. Mensen nemen niet altijd de moeite om de zondagse dienst bij te wonen, ook al zijn ze gelovig. Daarentegen is er wel meer behoefte aan persoonlijke gesprekken, omdat er in het leven van deze zorgvragers in korte tijd veel gebeurt. Natuurlijk gun je de mensen een zo kort mogelijke opname, maar dat betekent voor de geestelijk verzorger dat er weinig continuïteit in de contacten zit en dat gespreksgroepen erg wisselen van samenstelling, wat de onderlinge verbondenheid niet bevordert.

HAAGSE BESLUITEN

De laatste tijd zijn er van de zijde van de overheid nogal wat maatregelen getroffen met betrekking tot de zorgsector. Zo mogen sinds 1 januari 2013 woon- en zorgcentra geen mensen meer opnemen die een indicatie hebben voor een Zorgzwaartepakket (ZZP) van 1 tot en met 3 (en vanaf volgend jaar zelfs tot en met 4). Door de bijeenkomsten die in het land georganiseerd zijn zullen de diakenen onder u wellicht op de hoogte zijn van de gevolgen die dit beleid heeft en wat dat voor onze kerken betekent. Toch wil ik het hier nog kort weergeven. Doordat er veel minder mensen opgenomen mogen worden door deze maatregel moeten de komende tijd overal in het land zorgcentra (zo’n 800 las ik in de krant) gesloten worden. Zorgbehoeftige bewoners kunnen niet meer in een tehuis terecht, maar worden gedwongen thuis te blijven wonen, met alle gevolgen van dien. Ik besef dat ik het nu precies andersom zeg dan het meestal gebracht wordt. Als je gezond bent en in de kracht van je leven wil je altijd thuis blijven en daar zo nodig zorg ontvangen (wie niet, zou ik zeggen), maar als je heel oud mag worden kan het een zegen zijn om te wonen in een huis met allerlei voorzieningen (culturele activiteiten, winkeltje, kapper en belangrijk: de zorg onder handbereik), want je wilt en kunt niet overal meer de deur voor uit. De overheid legt de organisatie van de zorg voor deze ouderen nu bij de gemeenten neer, maar kort tegelijkertijd op de financiële middelen voor de WMO. Zo doemt een toekomstbeeld op van zorgbehoeftige ouderen die vereenzamen en geen of te laat adequate zorg ontvangen. In het ideaalbeeld wordt dit voorkomen door de vrijwillige zorg die kinderen en buren verlenen, maar, en dan denk ik bijvoorbeeld aan de grote stad, hoeveel mensen zijn er niet die deze contacten niet hebben? Kerken beraden zich om te doen wat ze kunnen en daar komen gelukkig allerlei goede initiatieven uit voort, zoals een dagopvang, speciale bezoekgroepen etcetera, maar hoeveel vrijwilligers kunnen er ingezet worden?

Een speciale groep vormen de licht dementerende ouderen. Ook al hebben ze nog een partner, dan zijn deze vaak overbelast. Als de dementerende niet meer naar de dagopvang kan – het plan is om deze te sluiten – dan zijn ze 24 uur in touw met de zorg voor hun partner en dat houdt niemand vol, laat staan als je op leeftijd bent en wellicht zelf ook niet helemaal gezond.

De laatste groep die ik hier moet noemen zijn de mensen met een verstandelijke beperking. Diegenen onder hen die niet in de zwaarste categorieën vallen mogen volgend jaar niet meer in een groep wonen, maar moeten zichzelf zien te redden. We zien en lezen in de media wat voor gevolgen deze maatregel zal hebben en terecht is hier veel verzet tegen. Ook hier liggen zelfverwaarlozing en grote vereenzaming op de loer.

GEESTELIJKE VERZORGING

En hoe zit dat nu met de geestelijke verzorging in de zorgcentra? Nog niet zo lang geleden had je in de meeste gevallen als zorginstelling een dominee. Die was geestelijk verzorger en had tot taak om voor te gaan in kerkdiensten, een bijbelgespreksgroep te leiden en op bezoek te gaan bij bewoners voor een pastoraal gesprek. Als het einde naderde was daar de terminale zorg en het leiden van de uitvaart. En als het management ervoor openstond kon je af en toe een advies uitbrengen op ethisch gebied.

De geestelijke verzorging van nú is volop in beweging en dat niet allemaal uit vrije keuze. Als ik naar de organisatie kijk dan zijn er aan de ene kant veel fusies geweest waardoor grote stichtingen ontstonden met meerdere verpleeg- en verzorgingshuizen. Christelijke huizen kwamen samen met niet-christelijke, wat tot gevolg had dat de geestelijk verzorger in een team kwam met humanistische en soms ook islamitische collega’s, met wie het beleid samen vorm gegeven moest worden. Aan de andere kant zijn er de laatste tijd veel verpleeghuizen opgesplitst in kleinschalige woonvormen. Zo’n woonvorm bestaat meestal uit een huis of flat met zes á acht bewoners. Die woningen kunnen in een groot gebouw zitten, maar vaak ook staan ze verspreid over stad of dorp. Voor de geestelijk verzorger betekent dit niet alleen veel heen en weer gereis maar ook een versnippering van het werk. In plaats van een zijn er nu meerdere gespreksgroepen; een kerkdienst op zondag valt uiteen in meerdere diensten door de week; overleggen kunnen niet meer gecombineerd worden.

De plaats van de geestelijk verzorger in de organisatie is ook veranderd. Vroeger viel je direct onder de directeur; er waren faciliteiten zoals een eigen kamer en (parttime) secretaresse. Nu maken – in ieder geval in de verpleeghuizen – de geestelijk verzorgers deel uit van de dienst Behandeling en Begeleiding. Dit houdt in dat je samen met de artsen, psychologen, paramedici (zoals bv. de fysiotherapie, ergotherapie, diëtiste) en het maatschappelijk werk deel uit maakt van één dienst. Deze organisatiestructuur maakt dat je veel meer moet samenwerken en dat is een goede zaak, want het komt de zorg voor de bewoner ten goede. Maar de geestelijk verzorger heeft ook van ouds een ‘vrijplaats’-functie (wat betekent dat de inhoudelijke kant van het beroep onafhankelijk van de instelling uitgeoefend kan worden) en deze dreigt als gevolg van deze structuur weleens in de knel te komen. Dan kan er een situatie ontstaan dat je je steeds verdedigen moet tegenover je collega’s, bijvoorbeeld waarom een bepaald gesprek pastoraal van inhoud was en niet algemeen psychologisch. Een geestelijk verzorger kan als het goed is uitstekend begeleidende gesprekken voeren en ik vind dat ook onder de – je zou kunnen zeggen diaconale – verantwoordelijkheden van hem/haar vallen, maar dat laat onverlet dat een geestelijk verzorger over geestelijke zaken moet kunnen spreken en dan bedoel ik in Bijbelse zin.

VINGER AAN DE POLS

Door de kortingen op de zorg moeten instellingen keuzes maken en dan kan het zomaar gebeuren dat de geestelijke verzorging tot een minimum teruggebracht wordt. Kerken kunnen de gevolgen hiervan lang niet altijd opvangen, al zouden ze dat willen. De teruggang in verzorgingshuizen heeft ook zijn weerslag op de mate van geestelijke verzorging: de thuiswonende zorgvragers kunnen geen beroep meer doen op ondersteuning door een geestelijk verzorger en met name de 70% onder hen die niet aangesloten is bij een kerk of levensbeschouwelijk genootschap zal hieronder lijden. En laten we nu niet denken: die mensen willen immers niets met een kerk te maken hebben? Want juist als mensen geconfronteerd worden met ziekte en ongemak zijn ze vaak verlegen om troost en ondersteuning; ik kom hier dagelijks de voorbeelden van tegen.

Werk aan de winkel dus voor onze kerken; plannen maken, gemeenteleden motiveren en toerusten. Het omzien naar elkaar handen en voeten geven, zoals dat altijd het adagium geweest is van diaconaat en gemeenschap.

Drs. Lia Romkes (1952) is redactielid van Ambtelijk Contact en is als geestelijk verzorger verbonden aan verpleeghuis Jan Bonga en de kleinschalige woonvormen De Raak, De Beu-semaecker en Meer & Oever.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.