+ Meer informatie

Ter overweging

7 minuten leestijd

Liefde en sexualiteit; pastorale handreiking. Uitgave Boekencentrum n.v., ’s-Gravenhage. Prijs f 5,70.

In zijn vergadering van 20 juni 1972 heeft de generale synode der Nederlandse Hervormde Kerk besloten een pastorale handreiking te doen uitgaan, die oorspronkelijk was ontworpen onder de titel „Sexualiteit en nieuwe moraal”, maar thans, na overleg met de hoofdopsteller, prof. dr. P. J. Roscam Abbing, is uitgegeven onder de titel „Liefde en sexualiteit”. In een woord vooraf schrijven praeses en scriba van de Hervormde synode te hopen, dat deze handreiking velen zal bereiken die moeite hebben met het vinden van de weg in de veelheid van meningen en opvattingen die in deze tijd met betrekking tot liefde en sexualiteit worden geproprageerd. De handreiking tracht in deze vragen de weg te gaan die „ons in de Heilige Schrift wordt gewezen als de weg naar het leven”. Blijkens de slotregels van dit geschrift willen de opstellers daarmee een hulpmiddel geven dat, waarop dit gebied binnen de gemeente meningen uiteen gaan en zelfs tegenover elkaar staan, de gemeenteleden zal stimuleren met elkaar in dialoog te blijven en samen bezig te zijn met het zoeken van de weg in het licht van het Evangelie. Tot deze dialoog, liever nog tot persoonlijke bezinning waaruit een gefundeerd gesprek zal kunnen groeien, geeft deze handreiking een sterke en positieve aanzet. Dat mag, bij het begin van een beoordeling, worden geconstateerd. De opstellers hebben zich primair ten doel gesteld te luisteren naar de Heilige Schrift en vanuit dit luisteren „evangelisch licht” te doen schijnen. Zij hebben zich van meningen en controversen binnen de gemeente weten te distantiëren en zij zijn erin geslaagd te realiseren wat zij als een taak van de kerk zien: „het aan te durven conservatief te lijken in de ogen van progressieven, progressief in de ogen van conservatieven” waar de gehoorzaamheid aan het Woord dit naar hun mening eiste.

Aldus is een handreiking tot stand gekomen die ook voor het denken buiten de Hervormde kring zeker zijn waarde heeft. Zonder enige moeite kan ik bijvoorbeeld de ambtsdragers in onze kerken hartelijk aanbevelen dit boekje te bestuderen. Het zal hun op vele punten tot steun kunnen zijn bij hun arbeid. Met name denk ik hierbij aan de uiteenzetting, die wordt gegeven in de diverse paragrafen met betrekking tot het huwelijk. Hetgeen hier gesteld wordt over het totale (altruïsme - egoïsme, ziel èn lichaam als een eenheid) van de huwelijksrelatie, gezien in het kader van het grote alles funderende Verbond tussen God en Zijn volk, over het exclusieve, het levenslange van deze relatie, de bereidheid tot gezinsvorming en de plicht er samen-te-zijn-voor-anderen kan de ouderling inspireren, niet alleen voor die gevallen waarin dreigende mislukkingen op zijn weg komen, maar zeker óók bij zijn benadering van uiterlijk-rimpelloze echtverbintenissen die, christelijk gesproken, véél en véél meer voor de betrokkenen zelf, voor de gemeente van Christus en daardoor voor heel de samenleving zouden kunnen zijn. Bovendien kan de ambtsdrager in deze handreiking gedachten en suggesties vinden, die hem in staat stellen veel maar al te vaak oppervlakkig (vergoelijkend dan wel afkeurend) gepraat over zaken als sexualiteit vóór het huwelijk, homofilie en problematiek van ongehuwden naar de wezenlijke - schriftuurlijke - kern te leiden.

Naast alle waardering voor de resolute en eerlijke aanpak van diverse onderwerpen, zijn bij mij toch ook wel enkele bedenkingen naar boven gekomen. In de eerste plaats tegen sommige opmerkingen over de wijze van omgaan met de bijbel en vooral over de aard van Gods gebod. Ter illustratie het volgende: Uitgaande van de woorden uit Marcus 12 „een ander gebod, groter dan dit bestaat niet” wordt geconcludeerd: „Er zijn dus grote en kleine, centrale en meer bijkomstige geboden. Als bijvoorbeeld voorechtelijk geslachtsverkeer in het algemeen foutief zou zijn, is die overtreding in de regel minder ernstig dan overspel en zeker minder erg dan het loochenen van het Evangelie van de Opgestane Heer of het goedpraten van het om nationale belangen in de dood drijven van tallozen”.

Een dergelijke redeneertrant kan gevaarlijk worden, vooral wanneer men een veronderstelde rangorde van geboden in relatie gaat brengen met een groeiende waardering van de „situatie waarin de mens verkeert”. Waar de opstellers zelf verderop in hun handreiking constateren, dat het „innerlijk kompas” van man en vrouw blijkbaar niet feilloos is zou het ongetwijfeld veiliger zijn niet te veel te spelen met een waarderingsschaal voor diverse geboden, maar erop te wijzen dat ook de kleinst schijnende afwijking in wezen een aantasting van het grote gebod impliceert. Wellicht was bij een zodanige benadering ook hetgeen aan het slot van het boekje over „noodsituaties” wordt gezegd, iets minder vaag gebleven.

Voorts nog enkele opmerkingen van praktische aard. Hier en daar slaan de opstellers wel eens een beetje dóór in hun beschouwingen over de mens in zijn wereld en hoe mooi het daar allemaal wel verondersteld wordt te zijn. Zie het hoofdstukje over kleding en nudisme, waarin overigens veel zinnigs wordt gezegd. Maar men fronst wel even de wenkbrauwen bij een regel als: „Wij schamen ons kennelijk voor het feit, dat ons lichaam een taal spreekt, die de ander aanspreekt ook al is er geen sprake van een liefdesrelatie”. Denk daarbij aan een willekeurige groep doorsnee-Nederlanders in Adamscostuum en vraag U af, waarvóór zij zich het meest zouden schamen.

Tenslotte frappeerde mij de wat te uitsluitend idealistische benadering van het huwelijk. Ik lees veel over hoe een huwelijk behoort te zijn en behoort te worden gezien. Het komt mij voor dat er ook huwelijken zijn waarbij de partners schijnen te zijn getrouwd omdat iedereen dat op zijn tijd doet, huwelijken waarin de echtelieden als voornaamste taak lijken te hebben het bewaken en verfraaien van het langs de weg der traditie verworven „nest”. Een volgende handreiking zou over dit soort zaken kunnen gaan.

H. W. v. d. BRINK

Eimert Pruim, Credo’s onderweg. Oude en nieuwe woorden voor God, wereld en kerk. Tweede sterk gewijzigde en uitgebreide druk. Meinema Delft. 35 blz. Prijs f 1,75 (bij 25 ex. tegelijk f 1,—).

Reeds bespraken we de eerste druk (zie blz. 1122). Er zijn nu enkele credo’s bijgekomen, andere zijn weggelaten. We treffen nu de apostolische geloofsbelijdenis, die van Nicea en Athanasius aan, als ook Filip. 2 : 1–14. Merkwaardig dat Deut. 6 : 4v en 26 : 5v als Joodse credo’s worden aangediend. Over het geheel genomen hebben we geen andere indruk dan van de eerste druk. Onkritisch naast elkaar van rechtzinnig en vrijzinnig. Als men wil zien hoezeer het horizontalisme in de gedachtenwereld doordringt, dan kan men hier terecht. Er zijn ontstellende staaltjes van te vinden. Jammer dat er geen overzicht van de inhoud bijgevoegd is en dat er geen kritische bespreking geboden wordt. Meer als tijdspiegel dan als handleiding aanvaarden we dit boekje.

W. H. VELEMA

L. G. Zwanenburg. Leer ambt en leven. Paulus’ brieven aan Timotheus. Uitgeverij Ton Bolland, Amsterdam 1971. 224 blz. Prijs ƒ 12,50.

Als plaatselijk predikant van de Ned. Hervormde gemeente van Huizen in Noord-Holland hield de auteur in de Oude Kerk aldaar winterlezingen over de brieven van Paulus aan Timotheus. In dit boek worden deze „overdenkingen” gepubliceerd. Ze zijn te typeren als een populair en praktisch commentaar op de beide brieven. Vers voor vers wordt besproken.

Het laat zich denken dat de auteur met behulp van al het verzamelde materiaal een systematische behandeling had gegeven van de voor het ambt (inclusief leer en leven) belangrijkste punten uit deze beide brieven. Dan zou het boek wat overzichtelijker en ook wat dunner geworden zijn.

Op de problemen wordt niet altijd even diep ingegaan. De kwestie van de handoplegging (blz. 95) en van de weduwen (blz. 101– 107) laat nog wel vragen over.

De formuleringen zijn wat breed en niet altijd trefzeker. Toegenegenheid (blz. 114) is hier niet op zijn plaats. Blz. 11 wekt de indruk dat je niet geestelijk volwassen kunt worden, als je het Evangelie niet in je jeugd hebt gehoord. Niettemin een boek dat hulp verschaft bij het bestuderen van de pastorale brieven. Niet het minst om de pastorale inslag met het oog op het werk van ambtsdragers bevelen we het hartelijk aan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.