+ Meer informatie

Een goudmijn aan vondsten

Vroeg-middeleeuwse terp Wijnaldum mogelijk koninklijk centrum

4 minuten leestijd

WIJNALDUM - Zo'n 25 tot 30 (ainateur-)archeologen wroeten op dit moment in de Friese bodem bij Wijnaldum, een onooglijk gehucht bij Harlingen. Juist die plaats is wellicht de koninklijke residentie van het machtige Friesland in de vroege Middeleeuwen geweest. Diverse vondsten wijzen in die richting. Het wetenschappelijk onderzoek in Wijnaldum heeft tevens een primeur: voor het eerst in de geschiedenis wordt een Friese terp vrijwel helemaal onderzocht en worden de bevindingen daarvan gepubliceerd.

De onderzoekers, onder de dagelijkse leiding van drs. J. Schoneveld, zijn echter eveneens tot de schrikbarende ontdekking gekomen dat het met de conservering van de terp bedroevend is gesteld. De door mensenhanden aangelegde verhoging wordt al sinds jaar en dag voor landbouwdoeleinden gebruikt. Gevolg is dat door drainage de terp uitdroogt en dat door het ploegen al zeker één meter aan de bovenzijde is verdwenen, inclusief resten. Schoneveld wil niet zo ver gaan om de noodklok te luiden over alle terpen in het noorden. „Het gaat alleen om de plaatsen die in gebruik zijn als akkerbouwgebied, dus niet om de dorpsterpen".

De terp Voorrijp bij Wijnaldum vormt een goudmijn aan vondsten, zegt Schoneveld vol overtuiging. Sinds 15 april, het begin van de werkzaamheden, zijn er al diverse historische resten aan de vergetelheid ontrukt. Een grafveld is er echter nog niet gevonden. En juist die ontdekking kan de basis zijn voor een ongekend archeologisch succes in üet noorden. Skeletten en de daarbij onvermijdelijke geschenken moeten de theorie staven dat Wijnaldum het centrum is geweest van de Friese koningen. Er is in ieder geval sprake van een zogenaamd elitecentrum. Dat bewijzen de resten van onbekend aardewerk en sporen van metaalbewerking (goud en zilver).

Terpen

Terpen zijn kunstmatige verhogingen. Ze werden gevormd door bewoners van de kuststreek die hun huizen en voeten droog wilden houden in het drassige gebied. De terpen werden in de loop van de eeuwen steeds hoger door het afval van de bevolking. Daardoor onstonden er verschillende bewoningslagen. Door de organische resten, zoals mest, werden diverse voorwerpen op een uitstekende wijze geconserveerd. Resultaat is een archeologische schatkamer bij uitstek. In de 19e eeuw verdwenen veel terpen doordat de vruchtbare grond werd afgegraven en gebruikt als een soort kunstmest.

Het onderzoek in Wijnaldum wordt uitgevoerd door het biologischarcheologisch instituut (BAI) van de Rijksuniversiteit Groningen, in samenwerking met het Instituut voor Pre- en Protohistorie. Doel is studie naar ehtenetwerken in de vroege Middeleeuwen. Van die eUtecentra -plaatsen waar bij voorbeeld koningen en andere hoogwaardigheidsbekleders vertoefden— is tot nog toe weinig bekend. Volgens Schoneveld strekte het Friese gebied zich in die tijd uit tot de Weser in het oosten en Antwerpen in het zuiden. Omdat de terpen in Friesland al vroeg bewoond waren, hebben archeologen al jaar en dag belangstelling voor de kunstmatig opgeworpen verhogingen. De meeste terpen zijn echter beschermd monument. Over de plaatsen waar in het verleden wel bij hoge uitzondering gegraven mocht worden, is nauwelijks iets gepubliceerd. Met die traditie wordt nu gebroken.

Gouden mantelspeld

Schoneveld is enthousiast over de terp Voorrijp, die onderdeel is van een lange rij historische bulten. „We vinden zavelplaggen met prachtige grondsporen". De plaats voldoet aan de hooggespannen verwachtingen. Jaren geleden werd er een gouden, met granaatstenen bezette mantelspeld gevonden. Dat duidde al op de aanwezigheid van een belangrijk personage in het gebied. De opgravingen tot nog toe ondersteunen die conclusie. Naast fragmenten van het juweel zijn er inmiddels ook andere mantelspelden gevonden, gouden en zilveren munten en zelfs stukjes glas: een grote luxe in de vroege Middeleeuwen.

De opgegraven spullen worden onmiddellijk gewassen, genummerd en gesorteerd en zijn daarmee direct toegankelijk voor deskundigen. Hiermee wordt jarenlange anonimiteit van de vondsten voorkomen. Deze en andere zaken, zoals plattegronden van de gevonden woningen, worden opgeslagen in een computer. Die manier van werken is vrij nieuw en wordt inmiddels bij diverse oudheidkundige onderzoeken toegepast. Voordeel is dat er veel sneller gewerkt kan worden. Bijzonder is ook het gebruik van een zeef. Kleinere resten, zoals visgraten, blijven achter. En die vondsten werpen nieuw licht op het menu van de middeleeuwse bewoners. Volgens Schoneveld is duidelijk dat ook haring tot het voedsel van de Voorrijpers behoorde. Het moeten dus ook vissers zijn geweest. De archeologen in Wijnaldum maken bij hun onderzoek gebruik van een metaaldetector. Voor de ingehuurde amateur die dit apparaat bedient, is er eveneens voldoende werk. De vroegere metaalbewerking in het gebied staat daar garant voor. Overigens heeft Schoneveld weinig moeite met amateurs die naar voorwerpen 'piepen', mits de vondsten gemeld en de grondstructuren niet verwoest worden.

De opgravingen in Wijnaldum worden begin oktober tijdelijk gestopt. Volgend voorjaar gaat de schop opnieuw de grond in. Dat is tevens het laatste jaar van veldwerk. Er volgt dan nog een periode van een jaar waarin een en ander gepubliceerd wordt. Dan moet de zaak zijn afgerond. Niet alles wordt overigens afgegraven. Een middensleuf blijft staan voor volgende generaties.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.