+ Meer informatie

Catechese, kerkeraad en gemeente

7 minuten leestijd

De predikant

In elke beroepsbrief staat dat van de predikant verwacht wordt dat hij aan de jeugd van de gemeente catechisatie zal geven. Het is een goed gebruik dat de predikanten de catechisaties verzorgen. Ik vermoed dat slechts in enkele gemeenten ook ouderlingen of gemeenteleden — met name zij die in het onderwijs nun dagtaak vinden — bij de catechisaties betrokken zijn.

Uit dit alles is de gedachte gegroeid bij velen in de kerken, dat de catechisatie eigenlijk een aangelegenheid is van de predikant alleen — uitzonderingen daargelaten.

Dat is zonder meer een misvatting. Het feit dat de kerkeraad in de beroepsbrief melding maakt van de taak om catechisaties te geven, betekent reeds, dat de kerkeraad verantwoordelijk is voor de catechisaties. Dat blijkt ook, wanneer de gemeente vacant wordt en er naar een andere predikant moet worden omgezien, die de catechisaties kan geven.

Voorop moet staan dat de kerkeraad verantwoordelijk is voor het catechisatiewerk onder de jongeren van de gemeente. De kerkeraad heeft zijn taak niet uitgevoerd, als hij ermee volstaat ervoor te zorgen dat er iemand is die catechisatie geeft. Ik vrees dat in menig geval de verantwoordelijkheid van de kerkeraad zich ertoe beperkt voor een catecheet te zorgen. Deze moet het dan verder maar uitzoeken. De predikant staat er dan alleen voor. Dat is een verkeerde gang van zaken.

De kerkeraad

De verantwoordelijkheid van de kerkeraad zal in de eerste plaats daarin moeten uitkomen dat er op de kerkeraadsvergadering over de catechisaties gesproken wordt. En dat niet slechts eenmaal per jaar, doch herhaaldelijk. Aanleiding daartoe zal moeten zijn het feit dat ouderlingen enkele keren per jaar de catechisaties bezoeken. Een rooster daarvoor moet aan het begin van elk catechisatieseizoen worden opgesteld. Ieder van de broeders weet dan in welke periode van hem verwacht wordt dat hij „ter catechisatie gaat”. Tweemaal is het minimum. Drie keer acht ik zeker gewenst.

Wellicht vraagt iemand zich af of het niet storend werkt dat er een ouderling bij de catechisaties aanwezig is — zij het dan ook maar enkele keren per jaar. Dat hangt er van af, hoe dit aan de catechisanten wordt voorgesteld. Het is mogelijk dat de „verwelkoming” van de ouderling iets heeft van de „begroeting van een pottekijker”. In dat geval zullen de catechisanten op zijn aanwezigheid niet zoveel prijs stellen. Het laat zich echter evenzeer denken dat de predikant de ouderling begroet als vertegenwoordiger van de kerkeraad die verantwoordelijkheid draagt voor de catechisaties. Bij zulk een begroeting zullen zeker ook enkele woorden gezegd worden over het meeleven van de kerkeraad dat op prijs gesteld wordt. Het is ook mogelijk de ouderling in het gesprek dat op de catechisatie ontstaat, te betrekken. Dan raken de catechisanten eraan gewend dat er regelmatig bezoek is, niet uit nieuwsgierigheid of als een vorm van controle, maar uit meeleven en om de verantwoordelijkheid mee te dragen.

Aan het verslag van de ouderlingen op de kerkeraadsvergadering moet goede aandacht besteed worden. Eventuele knelpunten moeten dan besproken worden. Mochten er moeilijkheden zijn met bepaalde jongelui dan kan dat in zo’n gesprek ter sprake komen, indien er tenminste niet op een andere wijze aan die moeilijkheden het hoofd geboden moet worden.

Een tweede taak van de kerkeraad is goedkeuring te geven aan de leermiddelen die op de catechisatie gebruikt worden. De predikant heeft niet het recht daarover alleen te beslissen. Hij moet wat hij wil behandelen of wil gebruiken ter goedkeuring aan de kerkeraad voorleggen. De kerkeraad draagt de uiteindelijke verantwoording voor hetgeen op de catechisaties gedaan wordt. !Iet lijkt mij ideaal dat er een soort leerplan is: een overzicht van de stof die in de verschillende jaren behandeld wordt. De groep van 12 en 13, de groep van 14 en 15, en de daarna volgende groep, die men soms terwille van de grootte nog weer in tweeën moet splitsen. En dan de belijdeniscatechisatie. Ook over wat daar behandeld wordt, moet de kerkeraad zijn oordeel geven.

Misschien zijn er lezers, die denken dat op deze wijze de predikant teveel aan banden wordt gelegd. Het wil mij voorkomen dat dit allerminst het geval is. Over leerstof en leerplan wordt ook in andere vormen en takken van onderwijs overleg gepleegd. Zou men op de catechisaties de beslissing dan aan de predikant alleen laten? Dat laat zich niet denken. Bovendien, hoe de predikant het zelf ook ervaart, wil de verantwoordelijkheid die de kerkeraad draagt, tot haar recht komen, dan moet er overleg zijn over deze dingen. Is dat er niet, dan wordt het voor een kerkeraad onmogelijk de verantwoordelijkheid te dragen.

Er mag bij gezegd worden, dat op de colleges catechetiek aan onze Hogeschool over deze dingen met de studenten wordt gesproken, zoals ze hierboven te lezen zijn.

Het komt mij voor dat het voor een predikant een geweldige steun is, wanneer de gehele kerkeraad van de zaken afweet. Hij zal toch al vaak het gevoel hebben op de catechisatie-avonden dat hij alleen moet ploeteren. Ik kies dit woord opzettelijk. Catechisatie geven is geen eenvoudige zaak in onze tijd. Daarom te meer heeft een predikant het meeleven, meedenken en meebidden hard nodig. Daaruit mag voor hem dan ook blijken dat de catechisatie niet enkel zijn zaak of zijn taak is.

De gemeente

Er is nog een kring die bij de catechisaties betrokken moet worden. Dat zijn de gemeenteleden. Vooral wel de ouders onder hen. Het gaat om hun kinderen. Uit kerkbladen valt op te maken dat in enkele gemeenten regelmatig samenkomsten gehouden worden met ouders van catechisanten. Dat is een te waarderen initiatief. De ouders moeten erbij betrokken worden. Op zo’n avond kan enig inzicht gegeven worden in wat op de catechisaties gebeurt. Indien nodig kunnen bepaalde moeilijkheden, waaraan de ouders iets kunnen doen, besproken worden. Meeleven, medewerking, de steun van het gebed der ouders is dringend nodig. Ook hier zou ik willen zeggen: De predikant moet weten dat hij er niet alleen voor staat. De ouders moeten achter hem staan. Daarom is een avond met de ouders van catechisanten een goede zaak. Men zal, wanneer men daarmee enige ervaring heeft, vanzelf wel zien dat er steeds meer aan de orde komt op zulke avonden. Misschien zou het interessant zijn, wanneer een predikant in wiens gemeente dit gebeurt, er eens iets van vertelde in ons blad. Laten deze regelen een uitnodiging mogen zijn, om er iets over te schrijven. Het kan geen kwaad wanneer niet alleen ouders, maar ook andere gemeenteleden voor zo’n bijeenkomst uitgenodigd worden. Immers, het laat zich denken dat ook gemeenteleden die zelf geen kinderen (meer) hebben die op de catechisatie gaan, zich afvragen: wat gebeurt daar nu allemaal. Het is een zaak van gemeenschap dat ook zulke leden in de gelegenheid gesteld worden om iets over de catechisaties te horen, en mogelijkerwijs zelfs een goed advies te geven.

Dit laatste schrijf ik ook daarom, omdat de catechisatie in de voorbede van de gemeente een plaats moet hebben. Wil men voor iets of iemand echt kunnen bidden, dan zal men van hem of van het iets moeten afweten. Zo is het ook met het oog op de voorbede, dat de gemeente bij dit werk betrokken moet worden.

Men kan aan de catechisaties niet genoeg waarde hechten. Jongeren die geen catechisatie bezoeken, beginnen van de gemeente los te raken. Het gaat er om dat jonge mensen tot de goede keus komen voor God en zijn dienst, en dat zij tot die dienst worden toegerust. Dat is het grote belang van de catechisatie. Predikant, kerkeraad en gemeente dragen daarbij ieder een eigen verantwoordelijkheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.