+ Meer informatie

DE TELEVISIE

6 minuten leestijd

1

Op zichzelf geen zonde!?

Wij hebben in de artikelen over het gezin hier en daar terloops een opmerking gemaakt over de televisie. Ons stond bij het schrijven van die artikelen reeds voor ogen om eens nader op dit onderwerp in te gaan. De opmerkzame lezer zal dat voornemen trouwens gelezen hebben. We beseften wel, dat deze zaak nu eenmaal niet met een enkel woord was af te doen. Uiteindelijk leek het ook beter afzonderlijk hierover te schrijven, omdat toch meer dan de verhouding tussen het gezin en de televisie naar voren zal komen.

Daarmee zeggen we niet, dat we hier een uitputtende bespreking van de vragen rondom de televisie gaan geven. Graag laten we dat aan hen over, die meer deskundig zijn op dit gebied. We willen proberen op een eenvoudige wijze ons te bezinnen op de gevaren en rekenschap te geven van de bezwaren.

Wellicht zegt deze of gene: is het wel nodig in onze kringen te wijzen op de gevaren en bezwaren? Hij zal opmerken, dat onder onze lezers het getal klein zal zijn, dat in eigen huis een televisietoestel heeft staan. Het zal wel waar zijn, al moeten we nooit een te gunstig beeld geven. Maar: ziet deze vrager wel hoe geweldig snel de televisie opdringt? Weet hij rekenschap te geven van zijn bezwaren tegenover anderen én zichzelf? En dan: denk eens aan onze jongere mensen, die in deze wereld opgroeien, waarin men haast al niet anders weet.

Tenslotte: u en ik hebben wél te maken met anderen, die zonder blikken of blozen naar allerlei minderwaardige programma’s zitten te kijken. Zonder onze waarschuwing in bewogenheid is het met ons niet in orde.

„De televisie op zichzelf is toch geen zonde?” Haast eentonig klinkt dit verweer uit de mond van hen, die het bezit van dit apparaat verdedigen.

Graag wil ik beginnen deze mensen - op zichzelf! - gelijk te geven. Het kwaad zit niet in de materialen van het t.v. toestel. Het zou wel heel dwaas zijn om dat te beweren. De zonde zit toch niet in de uitvinding. De ongerechtigheid zit nooit in de stof. Het zou inderdaad „dopers” zijn om het anders te zeggen. De zonde zit in ons. En de uitvinding is niet anders tot stand gekomen dan doordat God het inzicht en de gaven gegeven heeft. Waarbij we dan uiteraard met de uitvinding bedoelen de mogelijkheid - beter gezegd: de verwerkelijking daarvan - om de beelden over te brengen op het televisiescherm.

In deze zin zal ook niemand op grond van Gods Woord enig bezwaar kunnen hebben tegen het instrument op zichzelf. Feitelijk wordt dit ook erkend door ieder die op serieuze manier over de televisie gesproken heeft. Later zullen we wel meer over kerkelijke uitspraken ten aanzien van deze zaak schrijven. In dit verband mogen we wijzen op de brief van de classis Rotterdam van de Gereformeerde Gemeenten, waarin gezegd wordt in een ernstige waarschuwing tegen de televisie: „Wij beseffen, dat dit instrument als zodanig niet verwerpelijk moet geacht worden”.

Als ik me niet vergis bleek het op dezelfde classicale vergadering (voorjaar 1967), dat deze zinsnede geenszins opgevat moest worden als een soort milder standpunt tegenover de bezitters van t.v. Trouwens, in de kanselboodschap, die in de Oud Gereformeerde Gemeenten voor ruim een maand op alle kansels voorgelezen is, wordt ook zijdelings erkend, dat de zonde niet zit in het toestel. Blijkens een mededelingenblad van één van deze gemeenten was nl. één van de punten van deze kanselboodschap: „Het bezitten van een t.v. toestel is ontoelaatbaar wegens de zedenbedervende invloed.....”

Maar..... hebt u er wel eens over gedacht, vaarom deze woorden juist zo vaak gebruikt vorden in verband met dingen, die tegengestaan moeten worden? De bioscoopbezoeker reeft het over „de film op zichzelf”. Deschouwrurgbezoeker over „het toneel op zichzelf”.

En zo is het hetzelfde met de televisie. Zelden ïoor je over de koelkast op zichzelf, maar vel over de kijkkast op zichzelf!

U zult het met mij eens zijn, dat het een groot verschil is waarom iemand spreekt over de televisie „op zichzelf”. Velen gebruiken deze woorden tot verdediging van zichzelf. Achter een mooie theorie kunnen we in de praktijk allerlei wereldse vermaken proberen te verbergen.

Uiteindelijk staat het televisietoestel niet ergens op een zolderkamer, waarin niemand kan komen dan onder hoge bewaking. Dat zou ergens op het toestel op zichzelf gaan lijken. Cicero heeft eens gezegd: „Indien men het schandelijke uit de comedie bande, zou de comedie zelf uit ons midden gebannen zijn”. Die heiden wist het beter dan velen die zich christen noemen. Van de televisie bleef weinig of niets over als alles uit de programma’s gehaald werd, dat prikkelt, enz.

Dacht u soms dat de regering ieder jaar miljoenen op tafel legt voor de theorie van de televisie op zichzelf? En dat duizenden iedere avond zich daarvoor voor het kijkglas zitten te vergapen? Ik zou haast zeggen: we weten wel beter.

En dan hebben we het voornaamste gemis in deze redenering nog verzwegen. In het geiruik van de middelen kunnen we niets op zichzelf zien. Zij worden gebruikt door de mens. De mens kan nooit vrijblijvend tegeniver de dingen staan. Hij gebruikt dit toestel. Hij zorgt voor de programma’s en zendt uit. Hij draait de knop om van het t.v. apparaat. Niet de televisie is het grote probleem. Dat is een ding nooit. God bekeert ook nooit tot een ding. Wie daarom alleen tegen of voor een bepaald ding strijdt, strijdt al zeker op een verkeerde manier. Het grote probleem van alle tijden is de mens zelf en wel: de mens in zijn verhouding tot God.

Die mens is verantwoordelijk. God heeft ons geschapen, zó, dat we verantwoordelijk zijn tegenover onze Schepper. Onze val neemt deze verantwoordelijkheid niet weg, zet er in zekere zin zelfs nog een streep onder. Het verkeren onder de welmenende roepstemmen Gods, het zijn onder Gods Woord maakt die verantwoordelijkheid nog groter.

Zou iemand, die zijn verantwoordelijkheid beseft, zo’n toestel in zijn huis nemen? Dan kan het ding niet maar „op zichzelf” gezien worden. Dan worden de mogelijkheden van de televisie niet onderschat en eigen krachten niet overschat. Dan wordt ook gelet op wat de duivel met deze uitvinding doet om zijn rijk te bouwen.

Tot zulk verantwoordelijkheidsbesef worden wij allen geroepen. Waarom we onveranderd neen blijven zeggen tegen de televisie. En dit neen wensen we nader aan te tonen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.