+ Meer informatie

NIEUWE INZICHTEN

8 minuten leestijd

Er is al heel wat geschreven naar aanleiding van de nieuwe inzichten van Prof. Kuitert en Prof. Lever, beide hoogleraren aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Ik noem nu voor het gemak maar deze beide namen, omdat deze professoren met hun nieuwe inzichten wel het meest op de voorgrond treden. Er zijn ondertussen heel wat meer, die dezelfde of ongeveer dezelfde gedachten zijn toegedaan. Ik wil eerst de aandacht vestigen op Dr. Kuiterts zienswijze. Later hoop ik dan iets te schrijven over Prof. Levers opvattingen. Ik schrijf over dit onderwerp, niet omdat ik overtuigd ben van het feit, dat deze mannen gelijk hebben, maar omdat ik met alle kracht wil waarschuwen tegen hun opvattingen. Ik ben de overtuiging toegedaan, dat zij – en laat ik er nu maar geen doekjes omwinden – de Heilige Schrift aanranden. Hier is geen sprake meer van een eenvoudig buigen voor de waarheid der Schriften, van een aanvaarden van de absolute autoriteit van de Bijbel, maar men komt met de wetenschap en de resultaten der wetenschap naar de Schrift en men wil die Schrift gelezen zien in het licht van de wetenschap.

Ik weet zeer wel, dat men dit ontkent en dat men beweert vast te houden aan de autoriteit van Gods Woord en dat men alleen maar een bepaalde exegese (uitleg) van de Bijbel niet langer aanvaarden kan. Toch houd ik vol, dat men bezig is het fundament van de Gereformeerde belijdenis te ondergraven, dat men in feite niet erkent de onfeilbaarheid van Gods Woord, zodat men de ene bladzijde na de andere uit de Bijbel scheurt. Ik acht dit standpunt levensgevaarlijk voor de kerk. Dat is het altijd al geweest.

Ik schreef boven dit artikel wel de titel „nieuwe inzichten”, maar die inzichten zijn niet zo nieuw als we wel denken. De historie is er om dat te bewijzen. Het nieuwe ligt hierin alleen, dat nu deze inzichten, opvattingen door „Gereformeerde” mensen worden gedeeld. We hebben hier met niets minder te doen dan met Schriftkritiek. Laten we de zaken toch goed scherp stellen, want we dienen te weten wat er aan de hand is. Zodat we ons tegen deze inzichten kunnen wapenen. Ik heb daarom dat „Gereformeerde” tussen aanhalingstekens gezet, omdat deze mannen in wezen niet meer Gereformeerd zijn. Zij hebben nog wel de naam, maar wezenlijk staan zij wel heel ver van de Gereformeerde belijdenis af.

Dit moeten we goed in het oog houden.

Ik ga hier nu iets weergeven van de ideeën van Dr. Kuitert. Ik doe dat naar aanleiding van aantekeningen, die ik gemaakt heb toen Dr. Kuitert hier in Grand Rapids was en enige „lectures” hield voor de vereniging van predikanten van de Christian Reformed Church (in het Engels) en tevens op één der avonden een toespraak hield in het Hollands voor een groep nog Hollands sprekende mensen. Ik heb dus de spreker zeil gehoord en wil nu iets doorgeven van wat hij zei. Ik mag de vrijheid wel nemen om niet precies uit elkaar te houden wat hij in zijn „lectures” naar voren bracht en wat hij zei op die „Hollandse avond” Het ene staat in verband met het andere, het ene geeft ook een nadere toelichting van het andere. Later wil ik verschillende zaken aanhalen uit zijn boekje, dat al een 8ste herdruk „beleefde” Verstaat gij wat gij leest?'

Er zijn – aldus Kuitert – e laatste jaren heel wat veranderingen gekomen in Nederland Vroeger vormden we min of meer gesloten groepen;. Hervormden stonden tegenover de Gereformeerden en omgekeerd vooral, de Gereformeerden dachten wel de elite van de christenheid te zijn. Hoe konden zij de hand op de borst slaan en met een zekere zeltvoldoening zeggen: „wij, calvinisten” Naar de kant van de rooms-katholieke kerk waren we geheel een gesloten groep. De rooms-katholieke kerk was voor ons de valse kerk. We leefden totaal langs elkaar heen. Daarin is nu de laatste tijd een grote verandering gekomen. De gesloten groepen zijn opengebroken. We hebben oog en oor voor elkaar gekregen. We geven op elkaar acht. We spreken met elkaar. We groeien in verschillende opzichten naar elkaar toe. De horizon van de Gereformeerde wereld houdt niet meer op bij de Gereformeerden. Wij zien zelfs veel verder dan Nederland. Er zijn veel meer christelijke kerken dan die in Nederland, waaraan we ons mogelijke zaak voor geworden is: Dat hetgeen bij mensen onmogelijk is, mogelijk is bij God. Men geeft dan zeker God de schuld niet van de staat van onvermogen, waarin men verkeert, maar zichzelf. Want de mens heeft door vrije en moedwillige ongehoorzaamheid zichzelf van de gaven beroofd om God te dienen naar de eis van Zijn Woord.

Wat nu de werkelijk gelovige ouders betreft, daar is het echt geen koude rekensom voor, zo in de zin van: Ik ben een gelovige, mijn kind is gedoopt, het heeft de beloften ontvangen, ik troost mij met de gedachte, dat het daarom nu met mijn kind wel in orde is. Zo wordt er wel heel veel geredeneerd, maar degenen, die er zo gauw klaar mee zijn, die hebben van het wezen der zaak nog niets begrepen.

Want als men een werkelijk gelovige ouder is, dan heeft men de „troostrijke beloften” omtrent zijn zaad gehoord. Men kan daar op pleiten, men mag daar op pleiten, men heeft zelfs een recht om daarin te geloven. Maar het geloof is ook bij den voortduur, iedere keer weer, een gave van God. Anders gezegd: Gods kinderen kunnen niet altijd geloven als ze dat willen. Het is ten deze ook: Het is God, Die in hen werkt, beide het willen en het werken naar Zijn welbehagen.

Zo draagt men voor het geloven zelf de verantwoordelijkheid. En als men „geloof krijgt”, dan krijgt God er de eer van.

Wat nu de kinderen zelf betreft. Zij zijn ook in het verbond. De beloften zijn aan hun voorhoofden betekend en verzegeld. En die zijn niet méér of minder waar, al naar dat de ouders al of niet gelovig zijn. De beloften zijn waar in zichzelf. Omdat God, Die ze geeft, waar is. Hij is geen man dat Hij liegen zou, noch eens mensen kind, dat Hem iets berouwen zou. Hij zal nooit herroepen wat Hij eenmaal heeft gesproken. Wat uit Zijn lippen ging blijft vast en onverbroken. Ik hoop dat mijn gedoopte vrienden en vriendinnen dit goed zullen bedenken. Jongens en meisjes, jullie leven onder verzegelde beloften. God is je in je jonge leven, toen je zonder je weten reeds de verdoemenis in Adam deelachtig was, tegengetreden met de beloften van Zijn genadeverbond. Je bent nu ook zonder je weten in Christus geheiligd. Dat wil niet zeggen dat je bekeerd bent, en dat je nu als het ware op een roltrap staat, waarop je rustig naar boven gaat. Verre van daar. Het wil zeggen, dat je in verbondsmatige zin Christus toebehoort. Dat is nog niet in zaligmakende zin. Je bent afgezonderd van de wereld. Je leeft op de erve van het verbond. Je hebt daar een recht om te geloven. Alles wat je nodig hebt voor tijd en eeuwigheid, is je beloofd. Wanneer je van dat recht voor jezelf geen gebruik maakt, dan kun je nooit God de schuld geven als de verbondszegen je ontgaat. Velen maken van dat recht geen gebruik. De verbondsbeloften worden veracht. Men gaat eigen gekozen wegen en keert de Verbondsgod de rug toe. Omtrent dezulken kan de Heere met recht zeggen: Gij wilt tot Mij niet komen, opdat gij het leven zoudt hebben en overvloed. Ondanks dat men gedoopt is, gaat men toch verloren. Men wordt dan als een kind des koninkrijks buiten geworpen. Het zal dan voor Tyrus en Sidon verdragelijker zijn in de dag des oordeels dan voor hen.

Hier zijn er ook, die voor zichzelf al te gauw de konklusie trekken, dat het met hen in orde is. Men redeneert dan: Ik ben gedoopt, ik heb de beloften, ik geloof daarin, mij kan derhalve niets meer gebeuren. Men leeft vrij en blij. Men geeft voor, dat men God dient, terwijl men in werkelijkheid met zijn hart in de wereld leeft. Men stelt zich vals gerust om dan – voor velen helaas – te laat te ontdekken, dat men geen twee heren heeft kunnen dienen.

Wie krijgen nu werkelijk werkzaamheden met de beloften? Dat zijn uiteindelijk alleen de uitverkorenen. Dat zijn diegenen, in dewelke God naar Zijn vrijmachtig welbehagen met Zijn Heilige Geest werkt. Als hun de ogen open gaan, dan zien ze dat de Heere bij de wieg al stond met Zijn beloften, maar dat ze er nooit acht op hebben gegeven. Integendeel. Zij hebben het verbond verbroken. Zij hebben derhalve de dood verdiend. Als de Heere nooit meer naar hen zou omzien, dan was dit recht. Voor dezulken nu krijgen de beloften betekenis als „genade”-beloften. Zij gaan dan pleiten op Gods beloften en Hem vragen of Hij uit genade Zijn genade-beloften, in de doop betekend en verzegeld, nu ook toe wil passen aan hun hart. En wat wordt het dan voor zulk een werkzame jongen of meisje een wonder als God zegt: Ik zal Mijn waarheid nimmer krenken, maar eeuwig Mijn verbond gedenken. Als dit echt door het geloof wordt verstaan, dan krijgt men houvast aan een belovend God, Wiens eisen men dan ook inwilligt. Men gaat dan zien hoe waard de Heere het is om gediend, geëerd en gevreesd te worden.

Ik hoop dat mijn vrienden zo het genadeverbond zullen leren beleven. Er is dan bij de Heere een eeuwige volheid van genade aan te treffen. En daaruit wil Hij genade voor genade schenken. Dat is de ene genade na de andere. Voor ditmaal moet ik weer nodig gaan eindigen. Ontvang de hartelijke groeten van jullie aller vriend

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.