+ Meer informatie

Dag in, dag uit ....

5 minuten leestijd

De beslommeringen van Jolanda, moeder van vier kinderen. Haar oudste dochter maakt de tekeningen.

„Ik kan 30 m² parket krijgen van een collega", zegt Jelle, als hij tussen de middag thuiskomt. „Het is tien jaar oud, maar het ziet er nog goed uit. Vanmiddag moet hij het uit zijn oude huis halen, want morgen komen er nieuwe huurders in."

„Niet doen", roep ik meteen, „alsjeblieft niet doen. We zouden nooit meer andermans oude spullen aannemen." „Ik dacht dat we het op zolder konden gebruiken voor Rebekka's nieuwe kamer. Ze wou toch zo graag parket?", probeert Jelle opnieuw. Hij is vastbesloten deze kans niet voorbij te laten gaan, maar hij weet ook hoe traumatisch ik ben op dit gebied.

Zo lang als we in dit huis wonen hebben we van Jan en alleman oud huisraad aangenomen en op onze enorme zolder bewaard onder het motto: We hebben vier kinderen en die kunnen er vast nog wel eens iets van gebruiken.

Daar kwamen onze eigen „te goed om weg te gooien"-spullen nog eens bij, plus alle kampeerspullen, plus overgebleven materialen van Jelles vorige klussen, die beslist niet weggegooid mochten worden, maar ook nooit meer gebruikt werden.

Op een gegeven moment overzag ik al die rommel niet meer en lag ik er zelfs wakker van. Eerlijk gezegd stoorden Jelles spullen me nog het meest omdat dat in mijn ogen waardeloze troep was. Jelle daarentegen vond oude tafels en stoelen troep.

Jarenlang hebben we er over geharreward zonder tot een oplossing te komen. Dit jaar kwam de oplossing vanzelf omdat Rebekka weer thuis kwam -wonen en Jelle beloofd had een grote kamer voor haar op zolder te timmeren.

Drie keer is de kraakwagen ondertussen al langs geweest om alle troep (ja, ja, van Jelle zowel als van mij) op te halen. Als Rebekka's kamer helemaal klaar is, zullen we nog één keer de Gemeentereinigingsdienst bellen voor de allerlaatste rommel en dan komt er niets meer de deur in wat van een ander geweest is.

En zeker geen tien jaar oud parket, ook al ziet het er nóg zo mooi uit. „Rebekka is al verzoend met het feit dat ze vloerbedekking krijgt omdat een houten vloer zo klost", zeg ik dan ook, „en van dit parket weet ze niets. Bovendien moetje het er strook voor strook inleggen en met vloerbedekking ben je in één dag klaar."

„Ga anders zelf even mee om te kijken", zegt Jelle even later, „dan kunnen we alsnog besluiten of we het nemen of niet." Op het moment dat ik opsta en mijn jas aantrek weet ik dat ik zwicht en Jelle weet het ook, aan de tevreden uitdrukking op zijn gezicht te zien. Nu het gezicht van Rebekka nog als ze vanavond thuiskomt

                              ------------------------------

Frederique

Bij het opruimen van Frederiques bureautje vond ik tussen alle paperassen ook enkele leuke papiertjes, waardoor die schoonmaakbeurten altijd meer tijd kosten dan was gepland.

Een briefje in klad aan haar "penvriendin Maureen" uit Japan, waar ze na haar eerste brief nooit meer iets van gehoord heeft. De aanhef luidt: Hoi Mouwrien. Ook wat notitieblaadjes van een middagje bij oma en opa. Frederique was verpleegster, oma en opa de patiënten. Ook enkele denkbeeldige patiënten waren aanwezig volgens haar notities.

Nauwkeurig staat de toestand van haar patiënten genoteerd. Per patiënt een velletje apart met hun toestand: Meneer Jansen: ja het gaat! Eén apart blaadje waarop de koorts genoteerd staat: op maandag had men. p. 38,3 - mevr. p 44,4 wat later gelukkig verbeterd is in 40,4 -gerben 39,6 - men. s. 36,3.

Dan heeft ze op een middag toen ze zonder vriendin was een bevlieging gehad van winkeltje spelen. Dat hield in: hele inventarisatielijsten, die wel vijf keer overgeschreven moeten worden in haar map en diverse schriften en losse blaadjes.

Hier volgt één zo 'n lijst van de "plezierwinkel" (volgens haar eigen spelling) ballen: kastenballetjes (???) voor ƒ 0,50 - voetballen 1 voor ƒ 1,50, tennisbal voor ƒ 1,—en een soort voetbal ƒ 0,45 - een zeefkarretje ƒ 1,95 - een paar tennisrekkers voor ƒ 1,40 - een springtouw voor ƒ 0,30 - een speelspa voor ƒ 1,55. Ze vraagt in haar winkeltje dus beslist geen woekerprijzen.

Het laatste briefje vind ik het leukst. Toen ze op een morgen naar beneden kwam, zuchtte ze: „Nu heeft papa alweer zoveel tandpasta gemorst in de wasbak en zo!" Ik zuchtte met haar mee en zei: „O, en ik dacht nog wel dat jullie dat op je geweten hadden."

's Avonds vond papa dit briefje: PAPA (grote koeieletters):probeer niet elke keer dat tandpasta aan de KRAAN te doen!!! Frederique. De andere morgen vond ze zelf een briefje bij haar bed: Frederique, ik zal proberen om het nooit meer te doen. papa. O, wat glom ze toen ze me het briefje liet lezen.

Frederique en ik schrijven ook zo nu en dan briefjes naar elkaar. Zomaar van die kleine welgemeende krabbeltjes, zoals deze: lieve mama ik vind het fijn dat je mij geholpen heeft bedankt. beeeeeeedankt en een kus (getekend mondje) van Frederique daaaaaaaaaaaaaag.

En nog korter en krachtiger: MAMA is een SCHAT!!! Dit snippertje hangt op een duidelijk zichtbare plek in de kamer en als ze dan eens moppert dan kijk ik heel demonstratief naar het papiertje en lees luid en duidelijk mama is een schat voor. En dan zucht ze maar eens diep.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.