+ Meer informatie

In memoriam Ds. A. van Stuyvenberg

5 minuten leestijd

Hoe ontroerend was het bericht, dat ons de vorige week Woensdagmorgen bereikte, waarin ons werd medegedeeld, dat onze zeer geliefde broeder Ds. A. van Stuyvenberg in de nacht van Dinsdag op Woensdag om half drie zo geheel onverwacht door de Heere was weggenomen en de eeuwige rust was ingegaan.

Niemand had op dit onverwacht verscheiden gerekend. Des avonds tevoren had hij nog de catechisaties gehouden en gevoelde hij zich heel goed en was na afloop daarvan op de gewone tijd ter rust gegaan. Om half drie des nachts bemerkte zijn vrouw, dat er iets gebeurde en riep hem nog, doch tevergeefs, daar hij reeds door de Heere was afgelost.

Nauwelijks twee maanden was hij in Aagtekerke, of de Heere riep Zijn getrouwe knecht al op om in te gaan in de vreugde zijns Heeren.

Wat gebeuren er de laatste tijden toch vele wonderlijke en opmerkelijke dingen, die zo duidelijk getuigen, dat de Heere tot Zijn kerk wat te zeggen heeft. Och, dat het ons in ware verootmoediging voor de Heere deed bukken onder Zijn slaande hand. Dat wij in vernedering des harten de oorzaak maar niet bij anderen, doch bij onszelf mogen zoeken. Want al zouden er helemaal geen bijzondere oorzaken zijn, dan nog zijn er altijd redenen genoeg bij ons, dat de Heere met ons twist, want och, wie zijn wij en wie behoren wij te zijn.

Werd in het begin van het jaar Ds. W. de Wit in de kracht van zijn leven weggenomen, terwijl hij nog slechts vijf en een halve maand in Leiden was, daarna, na enkele maanden van ernstige ziekte, werd Ds. J. van den Berg ons ontnomen, en nu rnoest de gemeente te Aagtekerke, die zó verblijd was door de komst van Ds. van Stuyvenberg, na slechts twee maanden hem als herder en leraar gehad te hebben, hem weer afstaan, wijl, hoewel hij nog slechts 60 jaar oud was, de Heere sprak: „Het is genoeg".

Opmerkelijk was het, dat hij de laatste tijd zo welgemoed was en zo kennelijk de gunst Gods, ook in zijn arbeid in Aagtekerke, mocht ervaren. Hoe gaarne hij in Nunspeet had willen blijven en de Heere daarom heeft gesmeekt, hij was door Hem er voor ingewonnen om Nunspeet te verlaten en het beroep naar Aagtekerke aan te nemen, daar het Goddelijk woord tot hem klonk: „Spreek Mij niet meer van deze zaak".

Hoe komt toch in deze weg weer uit wat de dichter uitriep: „O God, Uw weg is in het heiligdom; wie is een groot God gelijk God? " Onder Israël mocht en kon niemand daarin komen. In dat heiligdom was het duister, want de Heere had gezegd, dat Hij in de donkerheid wonen zou. Alleen de hogepriester ging eenmaal per jaar daarin, echter niet zonder bloed. Hoe noodzakelijk is het ons, om temidden van alle smart en droefenis vergund te worden onze nood recht te leren klagen aan de voeten van de meerdere Hogepriester, Die niet met het bloed van stieren en bokken, doch met Zijn eigen bloed eenmaal is ingegaan, een eeuwige gerechtigheid aanbrengende.

Hij is het toch. Die troosten kan, beter dan een moeder kan troosten, en Hij is het. Die de raadselen oplost, de heilgeheimen Gods openbaart en verklaart, en in alle nood en smart kan te hulp komen, daar Hij in alles is verzocht geworden, doch zonder zonde. Dat wij het dan in onze nood van Hem verwachten en ia alles bij Hem leren schuilen.

Hij is het, Die toch doet ervaren, dat, wie ons ook wordt ontnomen. Hij met Zijn kerk zal blijven, vervullende Zijn eigen woord: „Ziet, Ik ben met ulieden al de dagen, tot de voleinding der wereld. Amen".

Dit neemt echter niet weg, dat wij in de weg der middelen elkander zo node kunnen missen. Daarbij, hoe M'as onze geliefde broeder een zoon der vertroosting en als Johannes, 'de apostel der liefde, een dienstknecht des Heeren, die met al de , liefde van Zijn hart hét welzijn van de gemeente steeds zocht te behartigen. Hoe bemoedigend en onderwijzend kon hij voor de ware bekommerde -zielen zijn, zowel in zijn prediking als in de onderlinge gesprekken. En hoe was hij anderzijds zeer ernstig in zijn vermaningen tot de onbekeerden. Zijn stem zal hier nu niet meer worden gehoord, wijl hij nu met de schare der verlosten in stoorloze vreugde Zijn stem zal mogen verheffen tot de eer en verheerlijking Desgenen, Die op de troon zit. Verlost van alle druk en smart en vijanden, ja van zichzelf, zal hij nu in de zalige gemeenschap van zijn Goël en Losser in heerlijkheid eeuwig pralen.

Ds. A. van Stuyvenberg diende de gemeente te Benthuizen van Augustus 1936 tot Maart 1940, die van Yerseke van Maart 1940 tot September 1948, die te Nunspeet van September 1948 tot September 1954, om, na in Aagtekerke op 7 October j.l. bevestigd te zijn en intrede gedaan te hebben; op 14 December j.l. te worden afgelost. Het is onze innige hartewens, dat de Heere de diep bedroefde weduwe en kinderen, alsook de schoonzuster, die zovele jaren in huis was, en de verdere familie, sterke in dit smartelijke verlies. De Heere vervulle in hen, dat Hij een Man der weduwen en een Vader der wezen wil zijn, het goed kan maken met datgene, wat Hij wil. Hij neme genadiglijk de ledige plaats met Zichzelf in. Ook moge het de kerkeraad en de gemeente van Aagtekerke gegeven worden Gode te mogen zwijgen in deze diepe en smartvolle weg. Hij make het wel in al de smartelijke omstandigheden door Zijn gezegende in- en overkomst.

Dat het ons al tezamen maar nuttige en profijtelijke lessen geve, om de Heere te zoeken terwijl Hij nog te vinden is. Hij verheerlijke Zijn Naam nog in ons door al de onmogelijke, raadselachtige omstandigheden, door de zalige beoefening van Zijn Woord: „Ik zal u niet begeven. Ik zal u niet verlaten".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.