+ Meer informatie

Sloppenwijk Kebele 41

7 minuten leestijd

Ze denken dat ze niemand zijn, de 30.000 bewoners van de sloppenwijlt Kebele 41 in Addis Abeba. Maar voor de werkers van het Stadsontwikkelingsproject zijn ze het wel degelijk waard om geholpen, beschermd en bemoedigd te worden —de zwervers, de werklozen, de alleenstaande moeders, de gehandicapten, de kinderen-zonder-toekomst. En zo dringt in een van de meest uitzichtloze buurten van de Ethiopische hoofdstad af en toe toch nog een zonnestraaltje door.

In 1978 bracht de Wereldbank de acht armste kebeles (wijken en bestuurHjke eenheden in een stad) in kaart. Kebele 41 was er een van. De Noorse afdeling van "Red de Kinderen" stak zo'n drie miljoen gulden in de ontwikkeling van de bewoners van dit gebied dat, zo bleek later ook uit een onderzoek van de universiteit van Addis Abeba, het armste was van de stad. En bovendien 'landlocked', niet toegankeHjk vanaf de gewone weg. Omdat er voor het eerst, niet alleen in Ethiopië maar in heel Afrika, sprake was van een dergelijke integrale aanpak van problemen in een stadswijk werden diverse pogingen gedaan om de methode na te bootsen. Tal van artikelen en zelfs boeken werden erover gepubliceerd. De interesse werd nog sterker toen de huidige project-coördinator, zuster Jember Teffera, Kebele 41 als uitgangspunt nam voor onderzoek aan de universiteit van Manchester. Het aantal donoren steeg en men besloot de activiteiten uit te breiden tot een aantal belendende wijken, die ook van de faciliteiten van Kebele 41 gebruik maakten.

De staf bestaat vanaf 1981 uit zes mensen, die dit werk puur vanuit hun christen-zijn wilden doen. In de naam kon dat —toen— nog niet al te nadrukkelijk worden vermeld, vandaar de ietwat verhullende aanduiding "Geïntegreerde holistische benadering". Heeft niets te maken met New Age, wel met het feit dat men zowel het geestelijke als lichamelijk welzijn van de bewoners op het oog heeft.

Vergissingen

In 1989 ging, met de ombouw tot kantoortje van vijf scheepscontainers, een vijfjarig project van start. Donoren uit Nederland waren en zijn onder meer Dorcas in Andijk, de medefinancieringsorganisatie ICCO en de Stichting Op z'n minst aan reparatie toe... Kinderpostzegels. Ook in Groot-Brittannië tast men diep in de buidel.

Zuster Jember zegt maar meteen eerlijk dat er in de beginfase de nodige vergissingen zijn gemaakt. „Zo hebben we ooit vijftien nieuwe huizen gebouwd voor mensen, mensen die erg arm waren, zonder te vragen wat voor soort huizen ze eigenlijk wilden. Die huisjes hadden een privé-keuken en een privétoilet! Geen wonder dat er de eerste jaren niemand inging..."

Fatalistisch

„We zouden afvalemmers distribueren. De gezondheidswerker was heel ongeduldig en wilde ze meteen nadat we ze hadden binnengekregen, gaan uitdelen. Terwijl ik ze juist had willen leren hoe ze moesten worden gebruikt. Dus kregen de mensen zo'n mooie, schone emmer en maakten vervolgens sarcastische opmerkingen naar ons in de trant van: moeten we onze voeten erin stoppen, onze kleren, of hoe zit dat. Ik heb gewacht tot het mei werd, dat is de maand waarin veel doden vallen —weinig regen, veel vliegen, veel diarree en overgeven— en probeerde ze het verband te laten zien tussen afval en sterfte. Kijk, als je nu die emmers gebruikt (en het kostte wel herhaaldelijke incidenten om dat te kunnen demonstreren) heb je minder kans op ziekte. Maar als jullie ze Foto RD niet willen, akkoord, dan halen we ze weer op".

De belangstelling voor de emmers is inmiddels gebleken uit het feit dat er een paar gestolen zijn en de projectwerkers hebben duidelijk geleerd: als de mensen niet betrokken worden in de besluitvorming, hebben al je inspanningen nauwelijks enige zin. Zuster Jember: „Als je iets wilt opzetten, moet je de mensen erbij betrekken. Ze zijn zo ontzettend fatalistisch ingesteld. Daarom moet je veel tijd besteden aan het bewustmakingsproces, aan het veranderen van hun houding". De betrokkenheid wordt geleidelijk merkbaar. „Ze gaan zelf inzien dat ze vaak niet de goede prioriteiten stelden, nu gaan ze daar zelf veel bewuster mee om".

De problemen en doelstellingen zijn in een paar hoofdgroepen onderverdeeld. Als eerste noemt Jember de fysieke opwaardering: betere huisvesting, met aandacht voor toiletten en keukens. Hutjes worden beoordeeld en zonodig onbewoonbaar verklaard, dan wel op de lijst gezet voor kleinere of grotere reparaties. Wegen en bruggetjes vallen eigenlijk onder verantwoordelijkheid van de gemeente Addis Abeba, maar dergelijke voorzieningen genieten duidelijk geen voorrang. In het algemeen geldt trouwens dat van de gemeente weinig steun is te verwachten voor dergelijke projecten, hoe zeer ze ze ook toejuicht. „De mensen denken dat niemand in hen is geïnteresseerd" Verder dan het verstrekken van de benodigde papieren kan ze echter niet gaan.

Doelstelling 2: gezondheid. „We concentreren ons op het voorkomen van ziektes, die worden veroorzaakt door slechts eetgewoonten, slechte behuizing, een verkeerde manier van voedselbereiding. We leren de mensen waarom een toilet zo belangrijk is, onderzoeken vrouwen voor en na de bevalling, geven voorlichting over gezinsplanning. Verder houden we ons bezig met vaccinatie, we concentreren ons op water en sanitair, geven eerste hulp en zorgen ervoor dat mensen zonodig naar een kliniek worden gebracht".

„Aids? Praat me er niet van. We hebben pas een onderzoek gedaan onder duizend m^ensen, 400 van hen bleken seropositief, van die groep hadden er 40 aids. Tien procent! En dan te bedenken dat we haast alleen vrouwen onderzochten, er hadden zich slechts zes mannen opgegeven. Dit is inderdaad een grote zorg. We proberen dan ook'snel donors te interesseren voor aidsbestrijding".

Gehandicapten

De derde pijler in het werk is de sociale component. „De mensen denken dat ze niemand zijn, „niemand wil me helpen", redeneren ze, „niemand is in mij geïnteresseerd". We proberen ze sociaal bewustzijn bij te brengen, door middel van bijeenkomsten, buurtgroepen, huisaan-huisbezoeken. Daarbij letten we» vooral op de sociaal achtergestelden, de straatkinderen, de prostituees, mensen naar wie niemand omkijkt. Een onderzoek onder bejaarden in Kebele 41 wees onlangs uit dat er 300 bedlegerig zijn, totaal afhankelijk. Ze kunnen niet eens gaan bedelen. En wat te denken van de gehandicapten? We hebben net ontdekt dat er in de wijk elf blinde en zeven doofstomme kinderen zijn".

Geprobeerd wordt door middel van onderwijs en zogeheten inkomenscheppende projecten de sociaal achtergestelden te bereiken. „De mensen hebben het zo druk met overleven", verzucht zuster Jember. „Ze hebben per dag een birr (ongeveer een gulden, AV) te besteden en voor de rest moeten ze bedelen of voedsel verkopen".

Wonder

„Van het benodigde bedrag voor de lopende en op stapel staande projecten —totaal 15 miljoen birr— is nu ongeveer twee derde binnen. „Een wonder", vindt de projectcoördinator, die zelf onder meer als fondswerver optreedt en mede om die reden selectief gebruikmaakt van uitnodigingen om op conferenties te spreken. Want het geld is bitter hard nodig. Voor de huisvesting alleen al is 12 miljoen begroot.

Het onderwijs zou nog wel een stevige financiële injectie kunnen gebruiken, benadrukt de coördinator. Voor de goede orde: het zijn christelijke scholen, met dien verstande dat de evangelieverkondiging tot voor kort altijd "undercover" gebeurde. „We mochten natuurlijk geen christelijke school runnen, maar nu is dat allemaal gelukkig wat opener geworden". Met het uitdragen van de blijde boodschap moet men in Kebele 41 toch uiterst voorzichtig zijn. „Als ik als evangelist de sloppenwijken was ingegaan, zouden de mensen dat als zeer kwetsend ervaren". Ze zijn zó arm, zó vol problemen".

Jembers levensweg is tot op heden trouwens ook niet geheel rimpelloos verlopen. Evenals haar man, die een hoge post had bij de overheid, heeft ze onder het vorige regime jarenlang gevangen gezeten. Op verdenking van „mogelijke verhindering van de vooruitgang van de revolutie".

Toch kan ze terugkijken op een gezegende tijd. „De Heere heeft gezorgd dat ik niets te kort kwam. Hij zorgde voor mij en mijn gezin, mijn kinderen konden zelfs in het buitenland naar school!" Daarom ziet ze ook voor Kebele 41 de toekomst met vertrouwen tegemoet. „De Heere is zo goed. Ik heb het al vaak ervaren: als Hij van een bepaald opdracht zegt: Je moet het doen, ook al heb je geen cent, dan heb je het maar te doen. En Hij zorgt voor de rest".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.