+ Meer informatie

Ter overweging

3 minuten leestijd

Dr. W. H. Velema, Het Woord werkt door — Studies en Schetsen ten dienste van de prediking. Uitg. Kok - Kampen. Prijs f 15,90.

De hoogleraar aan onze Theol. Hogeschool die zich wijdt aan de „toepassing” zowel met het woord (homiletiek) als met de daad (ethiek), geeft in dit boek 156 bladzijden „studies en schetsen ten dienste van de prediking” — zoals in de ondertitel wordt aangekondigd. Uiteraard zijn niet al onze lezers even direct bij de prediking betrokken, zodat de feitelijke „dienst” die bewezen wordt, alleen de predikers onder hen raakt. Toch meen ik dat ook de ambtsdragers die geen preken behoeven te maken, een „dienst” is bewezen, niet in die zin dat ze nu eens „achter de schermen”, wilt u: „in de keuken” van de predikheren kunnen rondneuzen, maar vooral dat zij „gediend” kunnen zijn met de visie die de schrijver heeft zowel op die teksten die hij behandelt, als op het „overbrengen” van de tekst, de boodschap erin, naar de gemeente. In hel laatste hoofdstuk van dit boek geeft prof. Velema daarvan „verantwoording” na in de 35 voorgaande hoofdstukken de „studies en schetsen” gegeven te hebben over teksten uit verschillende bijbelboeken, waarbij de volgorde van deze boeken is aangehouden en niet het kerkelijke jaar zoals in soortgelijke boeken meestal gebeurt. Ergens las ik over dit boek dat het te lezen is „zonder ook maar een ogenblik gewaar te worden dat er sinds jaar en dag aan de universiteiten wetenschappelijk onderzoek naar de teksten van het Oude en het Nieuwe Testament wordt bedreven” (Trouw). Een dergelijke opmerking typeert misschien meer de betrokken recensent dan de schrijver. Zeker, prof. Velema demonstreert dat onderzoek niet om de geleerde uit te hangen. Maar wie deze schetsen aandachtig bestudeert, zal telkens geconfronteerd worden met dat onderzoek. Ik denk als het gaat over Paulus’ rede op de Areopagus aan een zinnetje als: Deze „missionaire aansluiting” betekent niet het zoeken van een aanknopingspunt in de mens (blz. 100). Er zou nog meer te noemen zijn, waaruit blijkt dat niet allerlei „historischkritisch” materiaal op tafel wordt gelegd waarvan de waarde voor de prediking betwijfeld kan worden, maar de confrontatie met hèèl het onderzoek present is, ook al wordt sporadisch naar literatuur verwezen zoals de schrijver zelf nadrukkelijk aangeeft (blz. 156).

Dezelfde recensent verwijt de schrijver dat hij het licht niet laat vallen op het leven van de christen in de maatschappij omdat hij bijv. wel laat merken dat hij in Zuid-Afrika is geweest, maar niets over de apartheid zegt. Het lijkt me vrij simpel — hoewel tegenwoordig erg in de mode — om de spits van de toepassing te richten op mensen duizenden kilometers van ons af. Dan kunnen alle hoorders onder de preekstoel òf knikkebollen òf hoofdschudden omdat ze het hartroerend eens of oneens zijn met die lange-afstands-toepassing. Het is, meen ik, juist de bedoeling van de schrijver overeenkomstig „een bijbels-reformatorische theologie” de prediking toe te spitsen niet op de àfwezige, maar op de aanwezige gemeente. Juist deze bundel studies en schetsen bewijst dat de prediking ook zonder apartheid enz. actueel kan zijn in een „bevindelijkheid” die niet de ànder, maar je zèlf raakt. Graag stem ik in met de woorden van dezelfde recensent: „in feite veel meer bij de tijd dan het laatste nieuws op de theologische markt”, en: „uit deze schetsen kunnen preken komen die als regendruppels op onze uitgedroogde zielen vallen”. Intussen kunnen ònze lezers iets proeven van het onderwijs dat in de predikkunde aan onze Hogeschool wordt gegeven !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.