+ Meer informatie

De leerschool van het leven (2)

Oud-politicus Hendrik van Rossum: " Je moet niet van iedere mug een olifant maken"

16 minuten leestijd

Tot zijn eigen verbazing belandde hij in de Tweede Kamer. Een technocraat te midden van politiek gepraat. In brede kring werd zijn deskundigheid geroemd. Senator Harm van Riel typeerde hem zelfs als een zeer geschikte kandidaat voor de ministerspost op Verkeer en Waterstaat. Ondanks zijn geslaagde carrière bleef hij een wat vierkante eilander. Wars van uitbundig gedoe en mensverheerlijking. Begiftigd met gevoel voor humor en een sterk relativeringsvermogen. De levensgang en levenswijsheid van ir. Hendrik van Rossum, oudfractievoorzitter van de Staatkundig Gereformeerde Partij.

"Mn vader hield zich intensief bezig met het kerkelijk en maatschappelijk leven. Hij was wethouder, lid van de Zuidhollandse staten, ouderling en voorzitter van het polderbestuur. Door al die functies was hij nogal eens weg. Toch heeft hij een stempel op het gezin gezet. Het was een zeer godvrezend man. Ook een bescheiden man, die zich zeker niet op de voorgrond drong. Ik ging naar de School met de Bijbel. Pakweg de helft van de onderwijzers was hervormd, de andere helft van de Gereformeerde gemeente. Dat accordeerde heel goed. Het kerstfeest werd gehouden in het koor van de Hervormde kerk en daar was ds. De Blois ook gewoon bij aanwezig. Hij woonde naast de hervormde ds. Van der Wal, de man van "Amen en beamen". Voor zover ik me dat kan herinneren gingen ze broederlijk met elkaar om. Het waren allebei achtenswaardige mensen, die duidelijk gezag hadden. Meer dan de burgemeester.

Geschiedenis
Het onderwijs was in die tijd veel schoolser dan nu. Je leerde van alles en nog wat uit je hoofd. Ook dingen waarvan je je nu afvraagt: wat had je eraan? Wel vind ik het verontrustend dat de aandacht voor geschiedenis zo is afgenomen. Het geschiedenisonderwijs dat wij kregen was inderdaad wat gekleurd. Het godzalig sterven van prins Maurits werd uitvoerig verhaald, al z'n onechte kinderen kwamen wat minder uit de verf Maar je kreeg wel een beeld van de grote lijn van de geschiedenis van ons land. Vandaag is het historisch besef minimaal. Dat begint zich te wreken. Als je geen kennis hebt van de historie ga je onherroepelijk dezelfde fouten maken. Van de lagere school ging ik naar de mulo in Middelharnis. Daarvandaan naar de christelijke hbs in Rotterdam. Ik kwam in de kost bij een werkloze sleepbootmachinist. Een van de velen die door de crisis z'n baan was kwijtgeraakt.

Oorlog
In '38 begon ik m'n studie aan de TH in Delft. Vader had me liever in Wageningen gezien. Wat moest een boerenzoon nou in Delft? Maar ik wilde beslist de waterbouwkundige kant op. Sluisjes en gemaaltjes boeiden me nou eenmaal meer dan tarwe en haver. Ik vond een kosthuis in de buurt van het militaire vliegveld Ypenburg. Een van de eerste doelen die de Duitsers bij hun inval op 10 mei 1940 bombardeerden. Direct daarna regende het parachutisten. Ik zag het vanuit m'n kamer gebeuren. We werden geëvacueerd en in de stad in een klein huisje ondergebracht. Daar begon de geruchtenmolen te draaien. Heel Delft zou met gifgas bespoten worden. We zaten allemaal met natte zakdoeken gereed. Na die vijf turbulente oorlogsdagen draaide het maatschappelijk leven weer redelijk normaal verder. Ik keerde terug naar de hogeschool. Tot de moord op generaal Seyffardt, begin '43. De volgende morgen werden in Delft en Leiden willekeurig een aantal collegezalen leeggehaald. Ik was er ook bij. We werden afgevoerd naar het Oranjehotel in Scheveningen. Zaterdagochtend, 6 februari.

Vught
Na een paar dagen zijn we met een trein naar Vught gebracht. Het menu was daar eenvoudig. Vandaag Kartoffelsuppe, morgen Kartoffelsuppe en overmorgen Kartoffelsuppe. Om ons onder de duim te houden werd zo nu en dan een gijzelaar voor je ogen doodgeschoten. Dat gaf een onvoorstelbare druk. Vandaag werd een studiegenoot van je gefusilleerd. Morgen kon je het zelf zijn. Toch heb ik juist daar wel eens iets mogen beleven van Gods goedheid. „Als ik, omringd door tegenspoed, bezwijken moet, schenkt Gij mij leven." Voorheen was het: studeren, studeren, studeren. En dan word je ineens stilgezet. Het bezwijken waarover Psalm 138 spreekt kwam ineens heel dichtbij. Dat is goed voor me geweest. In april werden we vrijgelaten. Over het verzet was ik in die maanden anders gaan denken. In het begin van de oorlog had je nog de instelling: verzet is altijd fout. Dat had je van huis uit meegekregen. De machten over je gesteld onderdanig zijn. Na Vught had ik voor het standpunt van ds. Kersten niet veel waardering meer. Ik zag de Duitsers ook als een gesel Gods, maar niet als een wettige overheid. Een wettige overheid handelt zo niet met zijn mensen. De Assyriërs waren voor Israël ook een gesel Gods, maar dat was voor de profeten geen reden om hun wandaden te vergoelijken.

Theologie
Van '43 tot '45 heb ik op Flakkee gezeten, want de TH was gesloten. Door een voorjaarsstorm was een aantal strandhoofden bij Ouddorp vernield. Die moesten hersteld worden. Aannemer Jac. van Oord en Zn. uit Utrecht kreeg dat karwei. Het toezicht lag bij Rijkswaterstaat, maar daar had men moeilijkheden om in het kustgebied een opzichter te vinden. Er is toen contact opgenomen met prof Thijsse van de TH. Die zei: „Ik ken een student die min of meer ondergedoken zit op Flakkee, misschien kun je die ervoor strikken." Zo werd ik opzichter bij het herstel van strandhoofden. Die Van Oorden waren volbloed Schilderianen. De Vrijmaking stond voor de deur. Omdat je alleen met laag tij kon werken, zaten we vaak samen in de schaftkeet. Dan hadden we eindeloze debatten over Schilder, Groen van Prinsterer en meer van dergelijke grootheden. Tot die tijd was ik in een beschermd Kerstengebied grootgebracht. Van de rest van de theologie wist ik weinig af Dat is in die periode veranderd. Achteraf gezien bijzonder leerzaam. Ook op politiek terrein hadden we hele discussies. Ik kende het GPV al voordat het bestond.

Huwelijk
In '44 nam bij de Duitsers de angst voor een invasie toe en werden de Zeeuwse en Zuidhollandse eilanden onder water gezet. Op Flakkee mochten Middelharnis, Sommelsdijk en Dirksland droog blijven. Dat betekende dat er een kade omheen gelegd moest worden en gemaaltjes moesten worden gebouwd. Ook daar heb je een technicus voor nodig. Zo rolde ik van het een in het ander. Na de bevrijding werd de > TH weer geopend en in '47 rondde ik mijn studie af. Als waterbouwkundig ingenieur kwam ik bij het Technisch Bureau van de Unie van Waterschappen terecht, in Haarlem. Een jaar later trouwde ik met mijn eerste vrouw. Ze heeft daarna nog maar tien maanden geleefd. Overleden aan een embolie na een galblaasoperatie. Je wereld gaat dan ondersteboven. Ik zat daar in m'n eentje in een behoorlijk huis in Heemstede. Zo onhandig in het huishouwen als wat. Een ongetrouwde zus was zo goed om bij me in te trekken. Ik was veel op pad, reed zo'n 70.000 kilometer per jaar. Dat huis zei me natuurlijk niet veel meer, dus geregeld overnachtte ik elders.

Gods beleid
Het gevolg was dat m'n zus zich stierlijk verveelde en op een bepaald moment zei: „Alles goed en wel Henk, maar dit is toch een wonderlijk bestaan voor me. Vind je het goed als ik een verpleegstersopleiding ga volgen?" Dat vond ik natuurlijk best. Als ik m'n prakkie maar kreeg, was het mij allang goed. Alzo is geschied. Ze is in het Diaconessenhuis in Haarlem de opleiding gaan volgen. Ik ben na een paar jaar hertrouwd. Zij is na haar verpleegstersopleiding naar Londen gegaan, waar ze tot vroedvrouw is opgeleid. Later is ze voor de Gereformeerde Gemeenten als zendingszuster naar Nigeria gegaan en daar zit ze nog steeds. Wie zal Gods wijs beleid doorgronden? Ze was daar nooit gekomen als mijn vrouw niet was overleden. Toen kon ik dat niet bekijken. Nu zeg ik: hoe wonderlijk zijn Uw wegen. In mijn eigen loopbaan kwam weer een wending door de ramp van 1953. 's Maandagsmorgens werd ik in alle vroegte bij de directeur ontboden. Of ik gelijk m'n biezen wou pakken en kon zorgen dat ik zo snel mogelijk in Middelharnis kwam. De gevolgen van de ramp waren nog niet te overzien, maar het was wel duidelijk dat ze hulp konden gebruiken. Van de dijkgraaf van het waterschap Dijkring Flakkee zou ik wel te horen krijgen wat ik moest doen.

Herverkaveling
Na een grondige inspectie hebben we een plan opgezet om de zaak te herstellen. Bij de uitvoering werd na enkele maanden in ruime mate hulp geboden door de Provinciale Waterstaat van Zuid-Holland, zodat ik overbodig werd. Het dijkherstel van Schouwen-Duiveland, dat nog veel zwaarder was getroffen, was in handen van Zuiderzeewerken. Met dijkherstel was je niet klaar. Er waren enorme geulen ontstaan, vergelijkbaar met de situatie op Walcheren na het Engelse bombardement op de dijk bij Westkapelle. Na de oorlog is op initiatief van Mansholt besloten tot herverkaveling van Walcheren. Dat heeft in de Tweede Kamer ontzettend veel rumoer gegeven, maar de Herverkavelingswet Walcheren is toch tot stand gekomen. In '53 is Mansholt nog steeds minister van landbouw. Hij maakte een wetje waarin staat dat de Herverkavelingswet Walcheren ook van toepassing wordt verklaard op Schouwen-Duiveland, Tholen, Waarde en de zak van Zuid-Beveland. Dat wetje gaat geruisloos door de Kamer. Als hamerstuk. Zulke dingen gebeuren in de politiek. Voor de uitvoering was naast een landmeter van het kadaster en een cultuurconsulent ook een waterbouwkundig ingenieur nodig. Dat werd ik. Zo kwam ik bij het ministerie van landbouw terecht, voor het waterbouwkundige werk in de herverkaveling van de vier genoemde gebieden. Dat heb ik geweten.

Naboth
Schouwen was zwaar getroffen. Daar legde de bevolking zich heel makkelijk bij de herverkaveling neer. Op Tholen gaf dat veel meer stampei. Op dat eiland wonen nogal wat SGP'ers, en dat leidde geregeld tot heftige discussies over het al dan niet geoorloofd zijn van het ruilen van percelen. Ik kende in die tijd Leviticus zowat uit m'n hoofd. De geschiedenis van Achab en de wijngaard van Naboth, de erfenis van de dochters van Zelafead, alles werd erbij gesleept. Men had niet in de gaten dat de vererving onder Israël uitsluitend in de mannelijke lijn plaatshad. Vererving van landerijen in zowel de mannelijke als de vrouwelijke lijn, brengt in de loop der geslachten een enorme versnippering mee. Maar met allerlei oudtestamentische bijbelplaatsen werd ruilverkaveling tegengehouden. Inmiddels was ik ook ouderling van de Gereformeerde gemeente van Haarlem. Het was een kleine kerkeraad, van drie ouderlingen en twee diakenen. De ene mede-ouderling was opgevoed bij de waarheid en goed thuis in de oudvaders. De andere kwam midden uit de wereld en was krachtdadig tot bekering gekomen, maar had weinig dogmatische kennis. Dat verschil in herkomst gaf ook verschil in geestelijke ligging. Ik had als jong broekje onvoldoende overwicht om hen bij elkaar te brengen en te houden. Toen het in '53 tot een droevige scheuring in de Gereformeerde Gemeenten kwam, ging de belezen ouderling mee met hen die Steenblok volgden. De andere ouderling werd oud-gereformeerd en nam ook wat mensen mee. Ik bleef als enige ouderling achter met de rest van de toch al niet grote gemeente. Doordeweeks zat ik in Zeeland. Als ik aan het eind van de week thuiskwam zat ik meteen tot m'n nek in de kerkelijke ellende. Wat een toestanden. Niets zo erg als een kerkscheuring. Het trekt een spoor van ruzie, verdriet en verwarring door families en gezinnen.

Tweede Kamer
Eind 1953 bleef het landelijk hoofd van de waterbouwkundige afdeling bij de centrale directie van de Cultuurtechnische Dienst in Utrecht plotseling dood achter z'n bureau. Ik was toen de enig civiel-ingenieur binnen de dienst en werd ontboden bij de directeur in Utrecht. Of ik de plaats van de overleden man in kon nemen. Daar ben ik gebleven, tot m'n aantreden in de Tweede Kamer. De gang van zaken is bekend. In '61 overlijdt ds. Zandt en komt ds. Mieras in de Kamer. Niet tot ieders tevredenheid. Twee jaar later wordt op initiatiefvan een groep predikanten van de Gereformeerde Gemeenten, gesteund door anderen, een voorkeursactie voor mij gehouden. Buiten mij om. Ik heb daar nooit om gevraagd. Heb zelfs meer dan eens gedacht: waar zijn ze aan begonnen? Bij het hoofdbestuur is door die actie wel een rood lampje gaan branden. In '67 kwam ik op nummer drie. Met gevolg dat ik in de Kamer kwam. Maatschappelijk was het geen vooruitgang, maar ik meende dat ik het moest doen. Het eerste halfjaar heb ik me er erg ongelukkig gevoeld. Het is een volstrekt andere wereld met volstrekt andere regels. Daar kwam nog bij dat ik gewend was om hoofdlijnen uit te stippelen. De verdere invulling daarvan liet ik over aan m'n technischambtenaren. Afspraken werden geregeld door m'n secretaresse. Dan kom je in de Kamer en je hebt niks dan een schrijfmachine. Waarop je je eigen briefies kunt gaan zitten tikken.

Postbode
Al snel kreeg ik in de gaten dat in de Kamer nauwelijks technisch geschoolden zitten. Het ligt technici niet. De weinige techneuten die er zijn krijgen daardoor een zekere overwaarde. Die leuteren niet, maar zeggen: zo moet je het doen. M'n invloed steeg daardoor boven de SGP uit. Er zaten zegge en schrijve twee civiel-ingenieurs in de Kamer: Cornelissen en ik. Terwijl er tal van technische onderwerpen aan de orde waren. Neem alleen de Oosterscheldewerken. Projecten waar miljarden mee gemoeid waren. Veel Kamerleden waren via de vakbond binnengekomen. Voor elk departement had je een vaste commissie van vijftien man. Voor de commissie sociale zaken stonden er zestig te drammen en te dringen. Al dat vakbondsgedoe wou in sociale zaken. Terwijl maar vijf zich opgegeven hadden voor de commissie verkeer en waterstaat. Dan treedt de wet van de communicerende vaten in werking. Die zestig moesten terug naar vijftien, die vijf opgevuld tot vijftien. Een via de vakbond opgeklommen postbode. Dat is toch ook verkeer en waterstaat he? Een postbode? Dus die wordt van sociale zaken overgeheveld naar verkeer en waterstaat. Huh!? Die postbode gaat straks beslissen over de Oosterscheldewerken. De werkelijkheid is natuurlijk dat de man er voor pietlut bij zit. Officieel beshst de Kamer, maar die keurt in de praktijk goed wat in de commissie is bedisseld. En in de commissie hebben de mensen die er enig benul van hebben het voor het zeggen.

Getuigenis
Het contact met de oude heer Van Dis was vaak wat moeilijk, omdat zijn gehoor te wensen overliet. Met ds. Abma kon ik uitstekend overweg. Een zeer capabel mens met een ontzettend breed inzicht. Op alle terreinen. Een man die ook bijzonder goed leiding kon geven en bedeeld was met een sprankelende humor. In '81 is ds. Abma overgestapt naar de Eerste Kamer en werd ik zijn opvolger. Ik heb dacht ik de oude lijn van de SGP voortgezet. Daar heb ik me van huis uit altijd prima bij thuis gevoeld. We moeten het volk terugroepen tot gehoorzaamheid aan Gods geboden. Maar daar moet je het niet bij laten. Er wordt wel 's gesuggereerd dat ds. Kersten dat wel deed, maar dat is onterecht. Die heeft zich in de crisis ook beziggehouden met varkens, woningbouw en weet ik niet wat. Regeren is meer dan alleen getuigen. Je > moet het getuigenis er ook niet te pas en te onpas bij slepen. Helaas is er vandaag totaal geen respons meer als het over het principiële gaat. Betrof het technische zaken, dan werd er naar je geluisterd en leverde de krant een keurig verslag. Ging het om levensbeschouwelijke kwesties, dan lieten ze je verhaal voor wat het was en maakte de pers er een karikaturaal stuk van.

Stichting
In '86 heb ik er een punt achter gezet. Een kleine fractie vraagt een geweldige inzet van z'n mensen. Ook bij onderwerpen die je geen biet interesseren. Naarmate je ouder wordt, word je bovendien trager. Dan is het tijd om uit te zien naar een jongere kracht. Ik ben uitermate gelukkig dat Van den Berg bereid gevonden werd om mij als Kamerlid op te volgen. Een zeer bekwaam man. Jammer is dat de verdeeldheid in de partij zo is toegenomen. Dat zat in mijn tijd al te broeden. Toen hebben we ook al van die wonderlijke gesprekken gehad met de stuurlui aan de wal. Op een gegeven moment escaleert dat. Er wordt door de stichting een sterk vertekend beeld gegeven van de SGP in het verleden. Als ze beweren dat ds. Zandt en ds. Kersten een eeneiige tweeling was, dan zeg ik: best als je zulke dingen schrijft, maar het is natuurlijk niet waar. Ze waren het op de hoofdlijn volstrekt eens, maar in bijzaken konden ze behoorlijk van mening verschillen. Dat soort praat spreekt mij absoluut niet aan. Hetzelfde als het gaat over de strijd of vrouwen lid mogen worden van een kiesvereniging. De vrouw hoort in de tent. Maar we hebben wel directrices van bejaardencentra, vrouwelijke docenten en secretaresses die een geweldige invloed hebben. En naar de Koningin sturen we op Koninginnedag trouw een telegram, om haar sterkte te wensen bij de regering.

Kandidatenlijst
Ik ben bepaald niet voor passief kiesrecht van vrouwen en voor dat gedoe van mevrouw Grabijn heb ik ook geen waardering. Dat stuit ieder verstandig mens tegen de borst. Maar om nou te vertellen dat een vrouw geen lid mag zijn van een kiesvereniging, dat gaat me veel te ver. De kiesvereniging stelt de kandidatenlijst vast, wordt dan gezegd. Nou, ik heb nogal wat spreekbeurten gehouden. In het huishoudelijk deel van zo'n vergadering wordt dan de lijst vastgesteld. De secretaris heeft de oude lijst opgezocht en de mensen van boven de zeventig weggeschrapt. Twee leden die misschien wel geschikt zijn, heeft hij er ergens tussen gezet. De voorzitter leest op wat de secretaris betracht heeft en vraagt de leden of ze ermee kunnen instemmen. „Nou ja, meneer de voorzitter, weet u wel dat de man die op nummer 7 staat verzekerd is? Dat past eigenlijk niet bij de SGP." „O, moeten we hem er dan maar afschrappen of moeten we hem op nummer 14 zetten?" Iedereen knikt en meneer gaat van 7 naar 14, omdat-ie verzekerd is. Was dat nou anders gegaan als er enkele vrouwen bij waren geweest? Ik geloof het niet. Toch zijn er in de partij die zich enorm inzetten om die vrouw maar uit de kiesvereniging te houden. Ze mogen van mij, maar ik vind hun ijver een betere zaak waardig. Huh!? Je moet op de hoofdzaken een duidelijke lijn hebben. Maar bijpunten moet je kunnen relativeren. Dat heb ik van m'n vader al meegekregen. Niet van iedere mug een olifant gaan maken. Dan kom je aan de hoofdzaken niet meer toe. Gods Woord is het richtsnoer en kompas voor het leven. Maar dat wil niet zeggen dat je allerlei oudtestamentische bepalingen klakkeloos kunt toepassen op onze tijd. Dat kan niet.

Volgende keer: gepensioneerde vroedvrouw Jo van den Berg.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.