+ Meer informatie

Couperus blijft boeien

Volgens F. Bastet is Haagse auteur niet in theologisch hokje te duwen

6 minuten leestijd

„Daar staat ze", zegt hij. Klinkt er een tikkeltje tederheid door in zijn stem, wanneer hij wijst op een beeldje dat een vrij centrale plaats in de kamer inneemt? Het stukje kunst stelt een tengere vrouwengestalte voor: Eline Vere, de hoofdpersoon in de gelijknamige roman die Louis Couperus al tot een gevierd persoon maakte, nog vóórdat het boek in 1889 verscheen. Met de man tegenover mij ben ik over dit tragische romanpersonage in gesprek geraakt.

Een meisje uit Eline Veres wereld... Elisabeth Baud werd later Couperus' Als jongste biograaf van Couperus kan Frederic Bastet urenlang vertellen over deze en andere scheppingen van de bekende Haagse auteur, die zowel door de Tachtigers als door de mensen achter De Gids in de wolken werd gestoken, maar over wie sommige predikers met grote argwaan en afwijzing schreven. „Couperus heeft veel van zichzelf in de figuur van Eline Vere geprojecteerd: het zwaartillende en het wat doelloze bestaan dat hij ook zelf aanvankelijk voerde. Hij zou ambtenaar worden, maar dat liep op niets uit. In zekere zin heeft hij Eline dus intuïtief benaderd. Verder is Eline wel het type vrouw dat in de roman en de opera van die tijd voorkwam. Denk maar aan Madame Bovary en aan Anna Karenina".

In de roman Eline Vere komt Vincent met allerlei noodlotstheorieën op de proppen. Toch wil Bastet Couperus geen fatalist noemen. „Hij heeft eens geschreven dat het noodlot je mee kan slepen, tenzij je het zelf naar je hand zet. En dat gebeurt ook in Eline Vere. Niet door Eline, maar juist door Vincent. Hij vindt positieve kanten aan het leven en vertrekt met zijn vriend naar Amerika".

Synthese

„De veelheid van talent in die ene mens Couperus is erg fascinerend. Begonnen als dichter schreef hij wat ouderwetse, maar muzikale poëzie. Toen kwamen de romans, waarin hij opviel door de frisse dialogen. En hij heeft vele korte verhalen en journalistieke produkten geschreven.

Couperus was een gecompliceerd figuur, van wie heel weinig privédocumenten bewaard zijn gebleven. Omdat je als biograaf weinig van hem weet, kun je veel 'hinein-interpretieren'. Je bent niet van hem klaar, ook niet als de biografie gedrukt is".

Behalve nieuw materiaal heeft Bastet in zijn werk ook de onderzoeksresultaten van eerdere Couperus-biografen verwerkt. „Van Boven geeft een groot aantal feiten en heeft brieven gelezen die sindsdien verloren zijn gegaan. Maar hij ligt aan de voeten van de meester en is gecensureerd door Couperus' vrouw Elisabeth. Van Tricht heeft een psychologische inslag en kaart als eerste de homoseksualiteit in Couperus' leven aan. Albert Vogel heeft een meer anekdotische aanpak. Zelf ben ik de briefwisseling tussen Couperus enzijn uitgever Veen op het spoor gekomen met daarin veel nieuwe gegevens. In mijn werk heb ik dat alles tot een synthese gebracht".

Boeddhisme

Bastet dringt er op aan Couperus in theologisch opzicht niet in systemen te dwingen. Volgens de biograaf doet K. J. Popma dit wel, wanneer deze stelt dat men Couperus' werken pas volledig kan verstaan als men inziet dat de gnostische theologie het diepste in zijn leven en werken is geweest. „In een van zijn korte arabesken heeft Couperus gezegd dat hij onder een bloeiende amandelboom in Italië besloten heeft nooit meer na te denken, omdat hij nooit verder gekomen is met zijn ideeën over God, de maatschappij en de liefde. In zekere zin is dat grootspraak, maar toch niet helemaal. Couperus was een gevoelsmens. Hij is wèl sterk beïnvloed door de theosofie. En die komt niet tot een christelijk godsbeeld, maar tot een overkoepelend idee, waarbij abstracte begrippen als het licht.centraal staan. Het gnosticisme is voor Couperus maar een tijdelijk probleem geweest. Ik denk zelfs dat er behalve gnostische en theosofische ideeën een heleboel boeddhisme in zijn werk zit, zeker als hij in Japan is".

Boekje te buiten...?

„Dit wordt een min of meer autobiografisch boek. Er komt dus vanzelf heel veel van mijzelve in", schreef Couperus aan zijn uitgever, toen hij bezig was met Metamorfoze.

„Zo'n uitlating", vindt Bastet, „dwingt de biograaf dit boek op de zeef te leggen om te zien wat van het levemin het werk terecht is gekomen. Men heeft mij verweten dat ik dat gedaan heb. Natuurlijk moet je voorzichtig zijn. Maar juist Couperus' vroege periode is zo slecht gedocumenteerd, dat ik er wel op aangewezen was om een paar hoofdthema's uit het werk te halen en die al interpreterend weer te geven. Daarin heb ik niets geforceerd".

De Nijmeegse neerlandicus Maarten Klein denkt daar anders over. Als voorbeeld noemt hij een passage uit de biografie die handelt over Extase. „De man", lezen we daar, „wijst de sexualiteit af. De vrouw verlangt ernaar, maar schikt zich in een totale onthouding. Opnieuw mogen we vaststellen dat Éhzabeth precies geweten heeft wat er aan de

Frederic Bastet kan uren vertellen over de scheppingen van Louis Couperus, van wie hij de jongste biograaf is. Foto Klaas Koppe hand was". Met die conclusie, vindt Klein, gaat Bastet zijn boekje lelijk te buiten. Bastet wil hier wel op reageren: „Wanneer een schrijver drie keer achter elkaar hetzelfde thema gebruikt —in Een illusie, in Extase en in Metamorfoze— kun je dat niet afdoen met te zeggen dat die thematiek in die tijd leefde. Zeker, bij andere schrijvers kom je datzelfde thema ook tegen. Maar als je Couperus' psychische achtergronden kent, mag je aannemen dat hij hier wel degelijk een stuk eigen problematiek van zich heeft afgeschreven. Ik kan dat niet bewijzen; er zijn uit die tijd nauwelijks brieven. Ik böh helemaal afhankelijk van het werk. Maar dat het hier dus om hypothesen gaat, heb ik in mijn biografie dikwijls aangegeven".

Te veel haast

Wanneer Bastet Couperus vergelijkt met zijn Engelse tijdgenoot Oscar Wilde, wint de Hagenaar glansrijk. „Maar omdat Couperus een broodschrijver was, heeft hij vaak te veel haast gehad. Als hij, net als Thomas Mann bij voorbeeld, boeken nog eens een paar jaar had laten liggen en gedeelten had herschreven, waren verschillende van die boeken gaver geworden. Je kunt Couperus betrappen op een zekere wijdlopigheid. Maar toch had hij een groot talent, dat in de Haagse romans, in veel korte verhalen en in een aantal historische romans het meest tot uitdrukking komt".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.