+ Meer informatie

Gods Woord en hef gezin

5 minuten leestijd

Onderwijs in het gezin.

De Israëlieten hadden een bijzondere gewoonte. Zij schreven de tien geboden van de Wet des Heeren op een stukje perkament. Dat stukje perkament deden ze in een kokertje en bevestigden het aan de post van hun huisdeur. Iedere voorbijganger moest het zo zien, dat de Wet des Heeren voor hen de regel was, waarnaar zij begeerden te leven. Het is nog niet lang geleden dat in grote steden, waar veel vleselijke zonen van Israël bij elkaar woonden, dat kokertje te zien was.

Het gaat er ons nu niet om de vraag te stellen in hoeverre of zij het bedacht hadden dat de Heere meer zoekt dan het aan de buitenkant ophangen van Zijn geboden. De Heere had het gezegd door de dienst van Mozes, dat zij de woorden Gods moesten schrijven op de posten van het huis en aan de poorten. En daar niet alleen. Mozes spreekt tot het volk van Israël, dat ook in het huis de geboden Gods onderwezen moeten worden aan de kinderen: „..... en gij zult ze uw kinderen inscherpen en daarvan spreken, als gij in uw huis zit.....” We kunnen dit lezen in Deuteronomium 6 vers 7a.

De Wet des Heeren, waarin de liefde tot God het voorname gebod is, moet in het gehele leven van de Israëliet spreken. En zo schoon is de volgorde, die de Heere in Deuteronomium 6 geeft: eerst in het hart, dan in het huis en daarna buiten het huis. Daarom spreekt dit woord tot in onze tijd. De Heere heeft Zijn Wet niet teniet gedaan. Hij blijft Zijn eis stellen. Hij zoekt de geestelijke wandel naar die Wet in waarheid voor Zijn aangezicht uit de wortel van Zijn werk ook „als gij in uw huis zit”.

In uw huis! Alleen het woord „huis” roept al bepaalde gedachten op. Wie geen vreemdeling is van Gods Woord, weet dat het huis en het leven in huis daar in ere gehouden worden. Natuurlijk denken we dan niet aan het huis als gebouw van steen en hout. Uiteindelijk is dat maar een meer of minder mooi omhulsel Het gaat om het gezin, dat in dat huis leeft in een gemeenschap van liefde. De gedachte aan huis kan jaren later nog spreken. De sfeer, die daar geweest is, is onvergetelijk. Als Spurgeon zijn leven beschrijft, is dat ook mede gevuld met indrukken van zijn ouderlijk huis. Zelfs het huis van zijn grootvader kon hij niet vergeten. En geen wonder: beide hadden ze inhoud! In het huis van zijn grootvader woonde hij soms als kleine jongen de huisgodsdienstoefening bij, en in zijn ouderlijk huis vond hij de boeken, die hij al jong las, o.a. de pelgrimsreis van Bunyan.

Heeft ons huis ook inhoud? Dat kan alleen maar als in dat huis het onderwijs is in de weg der middelen uit Gods Woord en in de leer, die naar de godzaligheid is.

Voor velen bestaat het huis in onze tijd nauwelijks. Het is niet meer dan een hotel, waar men de maaltijd gebruikt en slaapt en zich verder van het gezelschap alleen naar eigen believen aantrekt. Of een soort gehoor- en filmzaal. Soms ook een conversatie-zaal, waar uitgebreide visites gehouden worden zonder dat het gezinsleven zelf beoefend wordt.

De uithuizigheid is een groot kwaad en zal juist, waar het „wereldse” leven meer gevonden wordt, des te erger zijn. Hoewel een predikant niet anders dan met schroom daarover kan schrijven .... Immers, van een andere zijde wordt het huis bedreigd van de ambtsdragers in Gods kerk. We hebben toe te zien, dat het huiselijk leven niet sterk benadeeld wordt door de roeping van het ambtelijk leven. Nooit tijd voor de kinderen enz. Geen tijd om met hen te spreken over het ene nodige. Wat heeft het een schade berokkend, vooral omdat de kinderen voelden dat er wezenlijk geen aandacht aan hen besteed werd. Hetzelfde moet gezegd worden tot hen, die wel de gezelschappen van Gods volk bezoeken en niet naar éigen gezin omzien. Gezinnen zijn daar in het verleden door verwoest. De band aan Gods kinderen beoefenen is goed, als de godsdienst thuis in de eerste plaats betracht wordt.

Ouders, die hun kinderen het nodige onthouden voor het onderhoud van het aardse leven, zijn ontaarde ouders. Zij zijn inderdaad de naam van vader en moeder niet waard. Het behoort nu eenmaal tot de eigenschappen van een echte moeder, dat zij er voor zorgt haar kind wèlgevoed en wèlgekleed te laten gaan. En van een echte vader, dat zijn kind zo goed mogelijk door het leven zal gaan.

Waarom aanvaarden we het zo gemakkelijk, dat er zoveel keer geestelijk door de ouders aan de kinderen alles onthouden wordt? Het geestelijk voedsel is toch uiteindeiijk nog oneindig veel meer waard dan het natuurlijk voedsel.

Calvijn heeft gesproken van het gezin als van een „kerkje in de kerk”. Zelf heeft hij niet veel van het gezinsleven gekend. Zijn enig kind uit zijn huwelijk stierf, nauwelijks veertien dagen oud. Toch getuigt deze benaming van zijn inzicht in wat het gezin allereerst nodig heeft en mag zijn in de vreze Gods. God moet onze kinderen bekeren. Een waarheid, maar wat kunnen velen gemakkelijk met die waarheid het vlees dienen én de gemakzucht om de weg der middelen te ontlopen. God eist allereerst het onderwijs in het gezin. Vaders en moeders, die in de school van de hoogste Profeet onderwijs begeren, zullen het biddend beoefenen. En hoe gaat dat in de praktijk? Volgende keer willen we proberen daar één en ander van te zeggen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.