+ Meer informatie

Wat te bidden bij ziekte?

4 minuten leestijd

Bidden is moeilijk. Zeker in dagen van ziekte. Mag je wel bidden om genezing; moet het niet om geestelijke genezing gaan? Een formuliergebed kan ons hier veel leren.

Het is in het algemeen al een belangrijke en vaak moeilijke vraag, wat wij in bepaalde omstandigheden hebben te bidden. De Heidelbergse Catechismus spreekt over „alle geestelijke en lichamelijke nooddruft" wanneer de vraag gesteld is wat God ons bevolen heeft van Hem te bidden. Zo is er ook alle reden om ons af te vragen wat wij God hebben te bidden in dagen van ziekte. De een zal zeggen: Genezing van onze ziekten mag eigenlijk geen of weinig aandacht hebben in onze gebeden; het gaat om behoud van de ziel. De ander merkt daarentegen op: We kunnen nooit te veel bidden om lichamelijk herstel; kijk maar eens in de Evangeliën naar de genezingen door Jezus. En als een arts zegt, dat die ziekte van mij of m'n kind niet meer zal genezen, moet ik dan toch aanhouden in het gebed, in de wetenschap dat bij God alle dingen mogelijk zijn?

Een citaat
Naar aanleiding van het bovenstaande wil ik graag een citaat geven uit een van de formuliergebeden (achter in ons Bijbeltje, achter de belijdenisgeschriften). Het gaat om een gedeelte uit het "Gebed voor kranke en aangevochten mensen". Het kan daarbij duidelijk zijn dat nu niet de waarde of onwaarde van de formuliergebeden aan de orde is. De vraag of en hoe een goed gebruik van deze gebeden kan worden gemaakt, blijft nu achterwege. Wel meen ik in alle eerlijkheid dat veel van onze gebeden armzalig afsteken tegen deze gebeden. Verder is het zo dat er nog veel meer in dit gebed staat. Maar nu het citaat: „Verlos ons, om Zijnentwil, uit dit lijden, opdat de bozen niet denken dat Gij ons verlaten hebt. En zo het U belieft, ons langer alzo te oefenen, zo geef ons geduld en sterkte, om zulks alles naar Uw wil te dragen en laat het ons alles naar Uw wijsheid ten beste komen. Kastijd ons liever hier dan dat wij hierna met de wereld zouden moeten verloren gaan."

Verlos ons!
Duidelijk komt hier naar voren de bede om verlossing uit "dit lijden", waarbij we onder meer kunnen denken aan ziekte. Om Zijnentwil, dat wil zeggen om Christus' wil. Er is immers geen enkele sprake van verdienste. Integendeel, hier wordt beleden nog veel meer kruis en moeite verdiend te hebben. Wat een belijdenis, en dat in misschien wel ernstige ziekte! Opmerkelijk zijn hier de woorden: „opdat de bozen niet denken dat Gij ons verlaten hebt." Hier kunnen we bijvoorbeeld denken aan het bidden van Mozes: „Heere, wat zullen de Egyptenaren zeggen als Gij ons in de woestijn laat omkomen?" Denk ook aan wat David in Psalm 86 bidt: „Doe aan mij een teken ten goede, opdat het mijn haters zien en beschaamd worden" (vs. 17). De vijanden van de dichter van Psalm 42 zeggen de ganse dag tot hem: „Waar is uw God?" Er zijn verder nog wel andere redenen waarom gebeden mag worden om genezing. Intussen blijkt duidelijk dat we hier een oprecht gelovige horen bidden. Ook voor ons gebedsleven is de grote vraag: kennen we deze God in een leven van geloof en bekering? Moet hier ons antwoord "nee" zijn, dan worden we heden opgeroepen om te overwegen wat ons boven alles nodig is en Hem te smeken om de genade waarmee Hij Zichzelf bekend maakt.

Zo het U anders belieft...
Ook al kan en mag gebeden worden om genezing en al zien we in de Schrift mensen in het geloof bidden om genezing, dan is dit bidden geen dwingen zoals een dreinend kind dat kan doen. „Zo het U belieft, ons langer alzo te oefenen..." Een levend christgelovige wordt door alle aanvechting en verbijstering heen geoefend in zijn ziekte. Om redenen die bij Hem en vaak bij Hem alléén bekend zijn, gaat de Heere soms een heel andere weg dan de weg van genezing. Toen Calvijn was aangegrepen door verschillende ernstige ziekten, schreef hij eens aan Wolff: „Als het Gode goed gedacht heeft de jicht bij de andere ziekten te voegen, zal ik met geduld Zijn vaderlijke kastijding moeten dragen." Hier wordt wel gesmeekt om geduld en sterkte opdat alles naar Gods wil zal worden gedragen. Wat een wijsheid in dit bidden, wijsheid die zijn oorsprong vindt in de vreze des Heeren! Of anders gezegd: wijsheid die verkregen wordt van Hem Die bad: Vader, niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt! Op deze wijze kan een ziekte bitter, heel bitter zijn. En toch, door de genade Gods, in al zijn bitterheid een medicijn. Ronduit ontroerend is in dit verband het gebed: „Kastijd ons liever hier, dan dat wij hierna met de wereld zouden moeten verloren gaan." Maar wie zal nu zo bidden? Hij of zij die onderwezen wordt door de Geest der gebeden! Ik meen dat hier genoeg stof tot overdenking ligt. Voor zieken èn gezonden!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.