+ Meer informatie

HORIZONTAAL - VERTIKAAL

6 minuten leestijd

Daar zijn zo ieder jaar woorden, die in de mode schijnen te zijn Zo kunt u de laatste tijd horen over woorden zoals: „hearing”, „in” zijn, „mondigheid”; „medezeggenschap”, „inspraak” enz. Allemaal woorden waarin de mens zichzelf verraadt in zijn rusteloos denken, en dan maar zoekt naar nieuwe vormgeving ook in bepaalde woorden. ’t Gaat met die woorden net als met de mode: het moet ieder jaar anders worden. Gebruikt u deze woorden dan bent u „bij de tijd”, en anders bent u maar achterlijk. Zelfs de preekstoel moet er vaak toe dienen om in moderne woordkeus toch vooral te laten blijken dat men „bij de tijd” wil zijn.

Zo is het modewoord van deze tijd ook: horizontaal–vertikaal!

Men spreekt dan over honzontaal denken en over vertikaal denken, over een denk- en leefwijze in het zichtbare aardse vlak, en over een denk- en leefwijze vanuit het onzichtbare hemelse vlak. Over een levensrichting van de mens uit, en over een levensrichting van God en Zijn Woord uit Over een leven naar de tweede tafel van Gods wet (onze verhouding tot de naaste) en over een leven naar de eerste tafel van Gods wet (onze verhouding tot God! ).

’t Valt niet te ontkennen dat vooral in onze tijd, óók van de kant van het kerkelijk leven, het horizontale vlak vooral wordt geaksentueerd. Zó zelfs dat men heeft gesproken over een christelijk(? ) sociaal humanisme! De onderwerpen die zelfs op kerkelijke vergadenngen om de voorrang strijden zoals: werelddiakonaat, ontwikkehngshulp etc., zijn daar de duidelijke symptomen van. ’t Leven op het aardse vlak heeft zó de gedachten ingenomen, dat bezmning op de dingen der eeuwigheid uit het oog verloren is. Het Evangehe wordt omgevormd tot een sociaal evangelie, de bergrede en andere levenslessen worden dan als de kern van het Evangelie de mens voorgesteld, men spreekt dan over „medemensebjkheid” En zelfs de Christus der Schriften wordt als een sociaal hervormer, naast Mohammed, Gandhi en Marx, in de prediking verkondigd.

U begrijpt, dat zulk een evangelie geen Evangelie meer genoemd kan worden. Het Evangelie immers begint van boven uit! Het Evangelie begint van God uit! Om het Evangelie als Evangelie te kunnen kennen, moeten wij in het hart van God kunnen lezen. Het Evangelie immers is geboren uit Gods liefdehart! De engelen hebben daarvan gezongen: God heeft in de mensen een welbehagen! Dat welbehagen Gods is dan ook de diepste grond van het Evangelie. Zo mag de verkondiging van dat Evangelie zich nooit verliezen op het menselijke, het aardse, het horizontale vlak, maar elke verkondiging van het Evangelie dient het overheersende beginsel van het leven te zijn. Deze dingen naar voren te brengen, is dacht ik wel nodig omdat onze tijd besmet is met een zodanig honzontalisme, dat wij moeten oppassen niet te worden meegevoerd. dat wij moeten oppassen ook onze jeugd daarin niet te betrekken. De jeugd, die zgn. wat wil doen! In het kerkelijk leven en in het sociale leven! Dit mag dan een mooi te waarderen aspekt hebben, als wij dat vertikale vlak ook voor onze jeugd dan maar niet uit het oog verliezen.

Men heeft wel gesproken over „het snijpunt” tussen horizontaai en vertikaal. Daarin zou dan de richting van ons leven moeten worden gesteld, maar op zulk een „snijpunt” is het toch wel erg moeilijk te leven, en dat is het leven van een christen ook wel. Wij kennen de uitdrukking: „Wel in de wereld, maar niet van de wereld” Maar het alles beheersende van dat vertikale wordt in dat alles toch wel gemist. Vroeger gebruikte men wel de uitdrukking: vraag niet hoever kan ik met de wereld meegaan? Maar vraag veel meer: hoever kan ik van de wereld wegblijven? Toen ging het over afstand kiezen.

Nu gaat het meer over meegaan! Dat laatste dacht ik, is veel gevaarlijker! Vooral omdat ons zondig hart meer afgestemd is op het meegaan, dan op het afstand kiezen. Dat laatste kan de vreze Gods alleen maar leren. Dan krijgt de wereld een afscheidsbrief, dan leren wij, naar het woord van ons doopsformulier, de wereld verlaten, onze oude natuur doden, om in een nieuw godzalig leven te leren wandelen.

Dat klinkt allemaal wel ouderwets, maar dat leert toch de vreze Gods. Dan zal de wereld wel in zijn ware gedaante van haat en spot openbaar komen, maar dat geeft niet, dat zal alleen maar tot bevestiging van de vreze Gods kunnen leiden, want die godzalig begeren te leven, zullen vervolgd worden!

Wat het grote gevaar is voor onze tijd, dat is dat de wereld met de kerk, en de kerk met de wereld al meer en meer geassimileerd dreigt te worden. Dat het horizontale vlak van gelijke waarde, zo niet van méér waarde wordt gezien als het vertikale vlak. Dat de lijn van God uit al meer en meer omgebogen wordt naar de lijn alles te bezien van de mens uit! En dan wordt de mens god, en die mens verklaart dan in zijn boeken en geschriften, dat de God der traditie, dat de God van de ouderwetse Bijbel, dood is! De paradijszonde in top! Daar groeit dan ook heel de ontwikkeling van het menselijk denken en van de menselijke techniek heen. Dan zoekt de mens in het heelal naar de maan, naar Mars, en naar nog andere planeten, die anders in geen 500 jaar zichtbaar zullen zijn, en inmiddels groeit bewust of onbewust de gedachte: Ik ben een god in ’t diepst van mijn gedachten.

Beter is dat de mens bij al zijn onderzoekingen van het heelal tot het besef komt: God is groot en wij begrijpen Hem niet, wij begrijpen de schepping niet, wij begrijpen het heelal niet, wij begrijpen feitelijk niets! Socrates, de heiden, had ten dezen meer licht dan de waanwijze mens van onze verlichte eeuw, hij immers sprak dit wijze woord: Dit weet ik, dat ik niets weet. Deze les mogen wij allen dan leren, ook op het geestelijk vlak. En dan kent u misschien dat woord: nieten en nullen kan de Heere vullen.

Worden wij een „niet” voor God, dan zal ons hart, ons leven, ook open kunnen staan voor dat vertikale vlak. Dan zullen wij als „gasten en vreemdelingen” op deze aarde beleven: „Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere Jezus Christus”. Dat leven is een moeilijk, een worstelend leven, maar het is toch een overwinnend leven. Zij het dan onze pelgrimspsalm: „lk hef mijn ogen op naar de bergen, vanwaar mijn hulp komen zal. Mijn hulp is van de HEERE, Die hemel en aarde gemaakt heeft. Hij zal uw voet niet laten wankelen, uw Bewaarder zal niet sluimeren. Ziet de Bewaarder Israëls zal niet sluimeren noch slapen”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.