+ Meer informatie

Weemoedig bladerde Anna-Paulowna in de brieven ...

10 minuten leestijd

De zus van de Russische tsaar Alexander trouwde in 1816, 175 jaar geleden, met de Hollandse kroonprins en ging in ons land wonen. Er ontstond een vrijwel dagelijkse briefwisseling tussen haar en haar moeder.

Met een zucht legde Anna haar schrijfgerei neer. Zo, ze was het weer even kwijt. Voorzichtig borg ze de beschreven vellen op en staarde uit het raam. Aan de tuin was goed te zien dat het januari was. Alles lag er kil en verlaten bij. Opnieuw zuchtte Anna en ze was er zelf bijna verbaasd over. Ze was immers heel gelukkig met haar man en hij met haar, ja, dat stond vast. Alleen... ze zouden niet in dit verre land moeten wonen.

In Den Haag was het helemaal bar. Het liefste verbleef ze nog in Brussel of Spa en ze was blij dat Willem daar ook zo over dacht. Maar ja, het hof verplaatste zich in dit vreemde land nu eenmaal af en toe; dan weer naar 's-Gravenhage en dan weer naar Brussel... En mama dacht maar dat ze overal wel gelukkig zou zijn, omdat de mensen haar immers beminden. Volgens ma hield het Nederlandse volk van zijn kroonprinses. Nou, Anna Paulowna was er niet zo zeker van.

Met een driftig gebaar wierp ze opeens haar pijpekrullen naar achteren. Bah, wat had ze toch sombere gedachten. Ze moest zich haar voorrechten eens voor ogen stellen, vermaande ze zichzelf Ze had immers net zo goed al drie jaar weduwe kunnen zijn! Napoleon, die jaren geleden om haar hand had gevraagd, was in 1821 gestorven. Gelukkig had ma hem gezegd dat ze nog te jong was, en dat was ze ook. Maar als ze het van haar oudste broer, tsaar Alexander, goed begrepen had, zat er voornamelijk een politieke reden achter de afwijzing.

Een paar jaar later was Alexander met Willem op de proppen gekomen. Ze wist het allemaal nog precies. Hij had hem in Engeland ontmoet. Charmant, knap, goed soldaat (in de slag bij Waterloo had hij zich uitstekend gedragen) en erfgenaam van het Koninkrijk der Nederlanden. Bovendien waren de Oranjes protestant. De familie zou er vast geen bezwaar tegen hebben dat de kroonprinses lid bleef van haar eigen kerk, de Russisch-orthodoxe.

Willem was wezen kennismaken en hij viel haar beslist niet tegen. Daarbij had ze het idee dat hij in haar ook meer zag dan een Russische grootvorstin die een man moet hebben. Eind 1815 was het huwelijkscontract opgesteld en op 21 februari 1816 waren ze in Sint Petersburg getrouwd. Daarna waren er maandenlang feesten geweest in het land. En toen kwam de ontnuchtering: de intocht in het nieuwe land.

Het was op 23 augustus, ze vergat het nooit. Wat was dat een tegenvaller geweest. De ontvangst door koning Willem I en zijn vrouw, allerhartelijkst hoor, geen kwaad woord erover. Maar was dit nu het hofleven? In Rusland had je pracht en praal, daar was je wat, hoewel zijzelf maar de jongste zuster van de tsaar was. Hier was ze nota bene kroonprinses, maar het ging er allemaal zo provinciaal en bescheiden toe. Grandeur, zwier, ho maar.

Nederland was bepaald ondersteboven van haar schat aan juwelen. En dan had ze nog de bruidsschat, een miljoen roebel, waarover haar schoonvader ieder jaar vijf procent rente betaalde, bij wijze van inkomen. En op haar verjaar- en haar naamdag kreeg ze elk jaar 10.000 roebel uit Rusland. Ja, ze was een rijke Romanov!

Af en toe stuurde mama weer eens een brief waarin ze uiteenzette hoe haar dochter het geld het beste kon beleggen. Anna Paulowna grinnikte. Ja, dat was wel nodig. Zelf was ze nogal slordig in zulke dingen. Dat was wel heel duidelijk geweest toen vier jaar geleden het paleis in Brussel afbrandde. Haar gezicht versomberde. Veel juwelen konden niet meer gered worden, gewoon omdat zij ze niet al te zorgvuldig had opgeborgen. Hier slingerde wat en daar lag wat.

Gelukkig was er wel veel teruggevonden in de as en verder zorgden ma en de tsaar wel dat de voorraad werd aangevuld. Maar mama was wel wat boos geweest hoor. „Hoe heb je je diamenten kunnen kwijtraken, zaten ze niet allemaal bijeen in dezelfde kist? Waren ze soms verspreid over verschillende plaatsen? Dat moet altijd vermeden worden. Het spijt mij dat je je mooie amethisten ketting en je zegelring bent verloren, maar ik moet je zeggen, kindlief, dat ik niet begrijp waarom die voorwerpen niet waren opgeborgen bij je andere diamanten en los rondzwierven."

Weemoedig bladerde Anna Paulowna in de stapel brieven. Bijna elke dag schreef ma, behalve dan in 1819. Toen was ze een poos in Nederland geweest; had ze kunnen zien in wat voor liberale, burgelijke wereld haar dochter leefde. Zelf schreef ze trouwens ook heel vaak naar Rusland. Ze had net weer haar hart gelucht. Was Willem er nu maar.

Ze voelde met haar hand naar het medaillon om haar hals en opende het; een portretje van Willem lag voor haar. Hij zat nu in Rusland, bij haar moeder. Wat jammer toch dat ze ook niet had kunnen meereizen. Ze stonden op het punt te vertrekken toen ze zich opeens niet goed voelde. Al gauw had ze het geweten: ze was weer in verwachting. Willem was nu maar voor een kort bezoek gegaan.

Drie jaar geleden, toen ze vijfjaar getrouwd waren, zouden zij en Willem al een bezoek aan moeder gaan brengen. Maar toen klaagde de koning, Willems vader, opeens dat hij zich niet goed voelde. Willem durfde toen natuurlijk niet op reis te gaan en zij ging dus ook niet. Moeder had geschreven dat ze diep teleurgesteld was, maar dat haar Annette niet alleen moest gaan: een scheiding van zes maanden tussen Anna en Willem zou ma zichzelf nooit vergeven.

Nu ja, dat was ze met haar eens. Ze zou geen halfjaar zonder haar man kunnen! Ze waren echt heel gelukkig met elkaar. Hij was nu op terugreis, had moeder geschreven. Hij was er ruim een maand geweest en had de verloving van haar jongste broer bijgewoond. Michaël - hij had een speciaal plaatsje in haar hart! Zij en Nicolaas en Michaël, de drie nakomertjes, hadden als kind een "geheim verbond" opgericht, de Triopatie. Mama was er erelid van.

Gerucht van kinderstemmen onderbrak de overpeinzingen van de jonge vrouw. Vlug stond ze op en opende de deur van het vertrek. Daar kwamen haar drie schatten aan: Willem, Alexander en Hendrik. Ze zou weer eens nieuwe portretten van hen tekenen en die naar mama sturen.

Haar moederhart kreeg een steek als ze eraan dacht dat er nóg een kereltje bij had kunnen zijn. Haar lieve Ernst Casimir! Anderhalfjaar geleden hadden ze hem moeten verhezen, nog maar vier maanden oud. Willem, al bijna zeven jaar, keek zijn moeder aan. „Is mama verdrietig?"

Wat sprak hij goed Nederlands, dacht ze. Zijzelf kreeg ook les van een van Willems onderwijzers, maar ze bracht er nog weinig van terecht. Ze knuffelde haar zoontje en overlegde of ze het zou zeggen, dat ze aan Ernst had gedacht. Ach nee, ze zou de kinderen maar niet vermoeien met haar eigen problemen.

Toen het met Willems vader juist weer wat beter ging en ze hoopten dat ze misschien toch op reis konden, was ze van Ernst in verwachting geraakt. En in die omstandigheden maakte je zo'n lange, gevaarlijke tocht niet.

Ernst was kort na de geboorte vrij ernstig ziek geworden en haar hoofd had toen niet naar reizen gestaan, hoewel ze dolgraag even van hart tot hart met haar moeder had willen spreken! Brieven deden er zo afschuwelijk lang over! Ook na Ernsts sterven miste ze een gesprek met mama heel erg.

Mama had in haar brieven geprobeerd haar op te beuren, ma, die zelf ook wist wat het was een kind te verliezen. „Tranen zijn ons niet verboden, kindlief, verslagenheid wel. Je zult wel zeggen, lieve kind, dat God je weliswaar beproefd heeft met dit ongeluk, maar Hij heeft je ook rijkelijk gezegend, omdat je gelukkig bent als echtgenote en moeder van drie prachtige zoons.

De voorzienigheid zal ze behoeden en zal je smart wat minder bitter maken, ook al zul je nooit de herinnering aan je zoon kwijtraken." Nee, ze had toen geen behoefte aan feesten. Terwijl Willem vond dat ze als kroonprinses het toch niet maken kon om steeds maar te ontbreken. Haar moeder had dezelfde ervaring, maar schreef toch dat de bals en partijen juist afleiding konden geven.

Ze moest zich niet terugtrekken, maar onder de mensen komen. Moeder had haar aangepakt: „Je laat je steeds meer ontmoedigen, Annette-lief, en ondermijnt zo je gezondheid en daarmee je geluk en dat van Willem en de kinderen. Berust erin, word weer als vroeger kindlief. Laat je niet gaan."

Een paar dagen later was het feest op het paleis. Willem was terug! „Hoe is het met je?", vroeg hij, bezorgd kijkend naar de vrouw die aan zijn hals hing. „O best", lachte ze en veegde de tranen weg, „ik huil alleen van geluk. Als jij er bent voel ik me prima!"

Zodra er even tijd was bracht Willem verslag uit van zijn wedervaren en van de verloving van Michaël en Helena. Anna Paulowna hing aan zijn lippen en was in gedachten bij moeder thuis. Eigenlijk was het maar raar dat ma als ze wilde de hele dag bij Elizabeth kon zijn, de vrouw van Alexander, terwijl ze de tsarina helemaal niet mocht. En haar eigen jongste dochter was zo ver weg!

„Het afscheid was heel pijnlijk", besloot Willem. „Je weet, ik ben erg gesteld op je familie..." „En zij op jou!", zei Anna Paulowna snel. Willem glimlachte. „Maar de hoop dat wij sámen in de loop van het jaar terugkomen hield je moeder staande." „Als deze baby tenminste ook niet ziek wordt. Of er iets anders tussenkomt", zuchtte Anna.

„Toe Annette", verzocht Willem, „je moet niet zo negatief denken. We krijgen over drie maanden vast een lief, gezond meisje!" „Of wéér een zoon", plaagde zijn vrouw. „Je lijkt mijn moeder wel. Die was er bij Ernst al van overtuigd dat het een meisje zou zijn. Maar een jongen is me net zo lief." Zo, dat klonk beter, oordeelde Willem. Opgeruimd liet hij haar achter.

Overgelukkig liep de Prins van Oranje op 8 april 1824 door het paleis. Zijn echtgenote was heel voorspoedig bevallen van een dochtertje, en ze maakte het zo goed! Anna Paulowna zou zelf een briefje voor haar moeder schrijven, daarom richtte Willem zich tot de vrouw van Anna's broer Nicolaas.

„Ik kan mijn ogen niet van haar en het kind afhouden! Ze heeft het nog nooit zo goed gemaakt! Den Haag is ook in de wolken. De mensen houden zo veel van mijn vrouw. Ons dochtertje is het eerste koningskind dat in de residentie is geboren."

In bed lag Anna in stilte te zingen. Ook nu zou ze dolgraag willen dat ma even aanwipte, maar de gedachte dat dat niet mogelijk was deed geen pijn. Daarvoor was het geluk te groot. In gedachten zag ze de hele familie aan het schrijven zodra het nieuws hen bereikte. Hoe lang zou het erover doen? Ze hadden Van Hoof gestuurd, een koerier.

Willem kwam binnen. „Ik wil graag mijn moeder ook vernoemen", stelde Anna Paulowna voor. Willem was het er dadelijk mee eens. Maria Fjodorowna heette Anna's moeder. Maria was een ook in Holland goed klinkende naam. Maar zijn echtgenote legde uit: „Dat is de naam die ze aangenomen heeft toen ze lid werd van de Russische keizerlijke familie en de Russisch-orthodoxe kerk. Ze heet eigenlijk Sofia Dorothea, van Württemberg."

Willem dacht even na. „Wat denk je van Wilhelmina Marie Sophie Louise?" Goed, knikte de kraamvrouw. Natuurlijk, om haar schoonmoeder konden ze niet heen. Frederika Louisa Wilhelmina was haar volledige naam; het volk noemde haar koningin Wilhelmina. De roepnaam van het kleine meisje in de wieg werd Sophie.

De reactie van moeder Maria was veelzeggend. „Ik ben diep geroerd, kindlief, dat je haar mijn naam geeft. Moge die haar geluk brengen." Anna liet het briefje aan haar man lezen. Hij bleef een poosje stil en zei toen: „Dit jaar nog gaan we naar je moeder! En we nemen Sophietje mee!"

Bron: "Chère Annette", de brieven van tsarina Maria Fjodorowna aan haar dochter Anna Paulowna (uitg. Bosch & Keuning, 1991; 166 blz., ƒ 29,90); div. artikelen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.