+ Meer informatie

Een week als „prenter" op de Katwijk 145

13 minuten leestijd

Maandagmorgen bij de schipper thuis was de afspraak. Ik had al veel adviezen gekregen om de zeeziekte, dreigend boven het hoofd van iedereen die met een kotter naar zee gaat, te voorkomen dan wel enigszins te beperken, maar daar maakte ik me nu nog niet druk om.

Een van onze redacteuren, S. C. Bax, heeft enkele jaren in Katwijk gewoond en daar vrij veel contact gehad met vissers. Schipper Cor van de Plas was dan ook graag bereid hem een weekje mee te nemen als „prentèr", zoals een gast aan boord wordt genoemd. Op deze pagina verhaalt hij van zqn belevenissen aan boord van de Katwijk 145.


Op de bewuste maandagmorgen sta ik dan in een oude broek, kuitlaarzen en een versleten jasje op de stoep, wat moeilijk manoeuvrerend met een volle weekendtas en worci door de echtgenote van de schipper vriendelijk binnengehaald. Wie schetst mijn verbazing als ik de schipper in het keurig nette pak aantref. Het blijkt dat de hele bemanning pas op de kotter van kleding verwisselt. Maar goed, het busje komt eraan en we stappen in. We worden hartelijk nagezwaaid en de chauffeur van het geheel koerst richting IJmuiden. Even voorstellen en het is duidelijk hoe de verhoudingen liggen. De chauffeur, Jaap, blijkt de stuurman te zijn, Gerrit is de machinist, terwyl het mij gelijk al duidelijk was dat Jan de kok is. Ik zag direct dat hij een man was die van lekker eten hield en ik ben in die veronderstelling niet bedrogen uitgekomen. Verder nog drie bemanningsleden van de kotter die naar dochter „Tiny" van de reder vernoemd is, Wim, Dick en Jaap.. We verlaten Katwijk, maar niet nadat we eerst een groenteboer opgezocht hebben om aardappels in te slaan.

Na een uurtje als we in IJmuiden aankomen blijkt dat de kotter al aan de goede kant van de haven ligt. De spullen worden gepakt en we klauteren over een paar schepen om op „onze" boot te komen. De bemanning gaat naar „onder" om even later in werkkleding aan dek te verschijnen. De machinist verdwijnt in de ' machinekamer en een diep gegrom kondigt aan dat de ongeveer 1100 pk in werking gesteld zijn. Iedereen heeft zijn taak om deze vissersboot bedrijfsklaar te maken. De spullen moeten piekfijn in orde zijn voordat men het zeegat uitgaat.

Besomming

Op dat moment komt de eigenaar van de „Tiny" aan boord en iedereen loopt naar hem toe om te vragen wat er besomd is. De lonen zijn namelijk gekoppeld aan de opbrengst van de vangst. De bemanning krijgt een zeker percentage dat onderling ook weer volgens een bepaald systeem verdeeld wordt.

Reder N. van Duyn is zondagnacht al (na twaalf uur) van huis gegaan om de kotter te lossen en alles klaar te zetten voor verkoop op de markt. De losploeg is al naar huis, de veiling is achter de rug en oom Klaas, zoals de meeste Katwijkers de reder noemen, komt aan boord. Deze reder, hij is tevens voorzitter van de K'atwijkse redersvereniging, vertelt hoeveel er vorige week aan de wal is gevaren. Iedereen kan nu ongeveer uitrekenen hoeveel hij schoon overgehouden heeft.

Men kijkt of alles in orde is en of er nog reparaties nodig zijn. Gerrit van Duyn, de machinist, had vorige week een verminderd toerental geconstateerd. Er wordt besloten een duiker te huren om te kijken of er soms een draad in de schroef zit. De proviand wordt inmiddels ook aan boord gebracht. „Jo", wordt er geroepen, „we gaan nog boodschappen doen". Er gaat een ansichtkaartje naar huis en er wordt nog even gebeld, onder andere om te vertellen wat de verdiensten waren.

Trossen los

Om een uur of één is alles klaar en worden de trossen losgegooid. Langzaam maar zeker worden de pieren van IJmuiden onduidelijker terwijl de schipper de goede koers uitzet naar de visgronden. Als bemoediging krijg ik van hem te horen: „Ja jongen, je zal het een hele week uit moeten houden, al word je nog zo zeeziek" en „stralentl weertje man, dat wordt een vakantiereisje" is de volgende opmerking die ik als argeloze passagier te verwerken krijg. Ik kom er nog wel achter.

Ondanks het mooie weer en de vrij rustige zee blijkt toch dat de zeeziekte niet aan mij voorbij zal gaan. Integendeel, de lege maag wreekt zich en de verrukkelijke geur uit de kombuis werkt averechts. Opnieuw verschillende adviezen waarvan ik uiteindelijk die van Jan, de kok, opvolg, namelijk het eten van droog brood. Pas na vele uren, als we al in de buurt van de Doggersbank aangekomen zijn, ben ik weer in staat om het hele vissersgebeuren nauwlettend te volgen. Gelukkig ben ik getuige van het visklaar maken van de spullen. De bokken worden overboord gezet. Aan deze stalen buizen zijn aan de uiteinden de zogenaamde sloffen bevestigd die ervoor zorgen dat het geheel over de zeebodem blijft glijden. Aan deze sloffen zijn zware stalen kettingen (wekkers) bevestigd die ervoor zorgen dat de platvis die zich op de zeebodem bevindt omhoog gejaagd wordt zodat de tong, schol, schar, rog en diverse andere vissoorten in het hierboven achterliggende net terechtkomen.

Weinig slapen

De eerste trek gaat beginnen en van nu af aan zal de bemanning de kooi nooit langer dan anderhalfuur zien. De hele week zal men vissen en om de anderhalf a twee uur moeten de netten leeggehaald worden. Dit is afhankelijk van de grond waarin gevist wordt. Of er alleen zand is of dat er stenen liggen maakt heel veel uit voor de lengte van de trekken. De prenter probeert zich zelf verdienstelijk te maken door te helpen met de afwas, in de loop van de week zal dat nog veranderen. Ik zorg er uiteraard voor dat ik op tijd ben voor het eten.

Scheepsbijbel

Na het eten, dat in emaille borden, of liever gezegd diepe schaaltjes, opgediend wordt leest de schipper een stuk uit de scheepsbijbel die indertijd door ds. C. van de Bergh overhandigd is. Het eten, dat eenvoudig maar uitstekend van kwaliteit is, wordt klaargemaakt op een speciale elektrische kookplaat waar de pannen stormvast geschoord kunnen worden. Ik heb me erover verbaasd hoe de kok kans zag de groente, aardappels, soep en niet te vergeten de verrukkelijke karbonades zonder ongelukken klaar te maken.

Halen

Voor we het in de gaten hebben is het weer tijd om te gaan „halen". Dit wordt aangekondigd door het laten overgaan van het alarm. Kort daarna is iedereen, behalve de schipper uiteraard, aan dek om de handen uit de mouwen te steken. De hoofdmotor valt stil en het touw dat het net aan boord moet hijsen wordt om de winch gelegd. Het achterste gedeelte van het net (de kuil) waar alle vis terechtgekomen is, wordt aan boord gehesen. De strop wordt losgemaakt en grote hoeveelheden vuil, stenen en gelukkig ook vis komen op het dek terecht.

Dan begint het uitzoeken. De schol, tong en rondvis (schelvis, poon etc.) worden in evenzovele manden gedaan. Inmiddels zijn de netten weer overboord en de „Tiny" vervolgt haar koers.

Strippen

De vis wordt nu eerst „gestript", d.w.z. van ingewanden ontdaan zodat ze langer houdbaar blijft. Ik kan helpen met het spoelen in een grote trommel, waarna de stuurman naar het koelruim verdwijnt om de vis op te bergen. Kotters beschikken tegenwoordig over een eigen vriesinstallatie die scherfïjs produceert. Dit wordt tussen de vis gegooid en blijft in het koelruim dat op ongeveer het vriespunt gehouden wordt.

Er zit weer een trek op. We krijgen koffie met wat hartigs. En dat is iets waar iedereen 's nachts beslist behoefte aan heeft. Het lukt mij gelukkig om hetzelfde ritme aan te houden als de bemanning. Ik zou niet graag alleen maar overdag aan dek zijn. Tussendoor ga ik vaak naarde stuurhut om met de schipper of een wachtsman te praten. Ik probeer wegwijs te worden in deze ruimte die veel weg heeft van een computercentrum. Wat mij het eerste opvalt is dat een stuurwiel ontbreekt, dat er twee radarinstallaties zijn en wel drie radio's. Er bevinden zich ook twee dieptemeters die op papier nauwkeurig registreren hoe diep de Noordzee ter plaatse is. Dat is wel even een tegenvmler want de Noordzee blijkt op de meeste plaatsen niet dieper dan zo'n achttien meter te zijn. De netten moeten dan ongeveer SS meter achter het schip hangen. Het kompas is in het plafond ingebouwd. Op het grote middenpaneel zijn alle bedieningsorganen van de winches bevestigd. Hiermee worden de netten binnengehaald. Ook bevindt zich hier de zogenaamde automatische piloot die een bepaalde en uitgezette koers consequent blijft volgen en correcties uitvoert die noodzakelijk zijn door stroming en wind.

KW 145

De Katwijk 145, want dat is de registratie van de „Tiny" (en zo spreekt men over de vissersboten, let maar op de visserijberichten op dinsdag) beschikt ook over een Decca-apparaat. Met dit uiterst nauwkeurige systeem, dat in verbinding staat met speciaal daarvoor gebouwde walstations (zenders) kan altijd de positie bepaald worden. Schipper v.d. Plas vertelt mij dat een poosje terug één van de bokken losschoot, dat was op vrijdagnacht en omdat er nog naar huis gestoomd moest worden werd volstaan met op de Decca aan te tekenen waar de bok lag. Maandagmiddag werd midden op de Noordzee bij de eerste keer vissen de bok teruggevonden! Maar, zegt de schipper, het is erg afhankelijk van storing in de ether. We zitten er ook wel eens naast. Het wordt mij duidelijk dat de bodem van de Noordzee niet zomaar een stukje vlak zand is. Veel vissersboten hebben hun eigen stek. Men heeft speciale trajecten, vaak tussen stenenvelden in, die men regelmatig opzoekt. Men weet precies waar de grote stenen zitten waar men de netten op stuk vaart. Het is bekend dat een IJmuidense kotter, met een overigens totaal Katwijkse bemanning, er geheel niet op gesteld was dat andere vissers achter hun boot aankwamen. Zij haalden hun netten op tot vlak onder de " waterspiegel (onzichtbaar voor de anderen) en koersten langzaam een veld met grote stenen in. De andere vissersboot volgde en raakte in het stenenveld zijn netten kwijt. Tussen die schippers heeft het een poosje niet zo geboterd...

Spoetnik

We worden in ons gesprek gestoord omdat één van de Spoetniks begint te sputteren. Zo worden de radio's genoemd waarmee o.a. het havenverkeer geregeld wordt. Zij doen ook dienst als telefoon tussen de schippers onderling. In het begin versta ik er niets van als echte Katwijkers met elkaar aan de gang gaan. We horen de schipper van een Wieringer kotter, de Katwijker Teun v.d. Plas, die met zijn ontzettend zware stem vertelt hoe het met zijn visserij gesteld is. En Wim Vooys van de Katwijk 2S, beter bekend als Wuls, ook al zo'n stoere zeebonk die zich overigens bij ministers en staatssecretarissen op conferenties in Londen of waar dan ook net zo thuisvoelt als op de Noordzee of de Ierse Zee, waar de twee broers (Wim en Leen) regelmatig hun netten overboord zetten. Daarna dienen verschillende Katwijkers zich in de ether aan: Teun Hoek van de Katwijk 22, even later Chiel van Duin, de stuurman van de IJmuiden 115. Vermeldenswaard is nog ~ dat op die kotter broer Kees van onze machinist Gerrit van Duyn vaart. Allemaal familie of kennissen van elkaar. Ook Aad van Dijk, die op de Goeree 38 vaart horen we een praatje maken met Wim van Duyn van „de Valk".

Links en rechts van ons doemen boortorens op die de laatste jaren in een razend tempo verschenen zijn. Binnen een bepaalde straal rond die torens mag niet gevist worden op straffe van een bekeuring. Bovendien moet de schipper rekening houden met de diverse pijpleidingen op de zeebodem. Aantekeningen op de navigatiekaarten heipen hem de pijplijnen en zijn netten te beschermen.

Preken

In de donkere lange nachten, als de bemanning tussen de trekken door zoveel mogelijk tracht te slapen, voer ik lange gesprekken met de wachtsman. Dat gaat over de vloot van vroeger maar ook over thuis, waar moeder de vrouw alleen achtergebleven is met de kinderen. Zo'n gezin zit tot zaterdagochtend zonder " vader en dat week in week uit, terwijl de kotter een enkele keer ook „overweeks" gaat, d.w.z. twee weken wegblijft. Dan gaan op zaterdagavond de netten aan boord en zondagnacht om twaalf uur wordt het vissen weer voortgezet, althans door de meesten. Voor dez^ gelegenheden is er een bandrecorder aan boord met preken, terwijl soms ook naar het hospitaal-kerkschip de Hoop gegaan of geluisterd wordt.

Het praatje komt terecht op dominees, kerkdiensten en Katwijkse gewoonten. De schipper heeft nog een bandje van de oude Gerrit Vooys, de groenteboer/oefenaar die vele zogenaamde nabegrafenissen in Katwijk geleid heeft. Gerrit Vooys, die ook veel catechisaties heeft geleid, stond bekend als een „echte man". We draaien een paar bandjes af. Wat mij opvalt is de ernst en de eenvoud van deze man die in heel Katwijk bekend was door zijn Godsvrucht.

"Roepje"

Na deze trek gaat de schipper te kooi en komt Wim om de wacht over te nemen. Er volgen wat instructies. „Pas op voor die boortoren want..." „Op de radar zag ik een boot die hierheen koerste, hou hem in de gaten". „Daar links allemaal stenen, en daar — er moet een pen aan te pas komen — moetje draaien om vervolgens die koers te volgen".

Na een laatste blik op de diverse instrumenten gaat de schipper dan naar onder. Zelf blijf ik in de stuurhut om het fascinerende schouwspel van verlichte boortorens te bewonderen. Op sommige gedeelten van de Noordzee waan je je in " een grote stad, zoveel licht zie je.

Met Wim hebben we ook een praatje. Hij geeft vaak een „roepje", met vele anderen, naar huis. In zeer veel vissersgezinnen staat de radio aan, afgestemd op de visserijband. Deze band heeft een zeer groot bereik en op de afgesproken tijd worden berichtjes doorgegeven. De mensen horen aan de stem precies wie wie is. Ook ik had afgesproken wat van me te laten horen. Aan de kinderen vraag ik over de radio of ze lief willen gaan slapen. Later vernam ik dat ze heel keurig, ja pappa" tegen de radio gezegd hadden.

Schone machinekamer

Overdag ga ik tussen de trekjes door ook wel eens met Gerrit de machinist mee naar zijn domein, de machinekamer van de KW 145. Van iedereen had ik al gehoord datje daar van de vloer kon eten. Meestal neem je dat met een korrel zout maar werkelijk, de ruim 1000 PK hoofdmotor, geflankeerd door DAF-diescl hulpmotoren, zag eruit alsof ze in de showroom stond. In deze ruimte bevindt zich ook het aggregaat voor de vriesinstallatie. Samen met Wim van Duin, de tweede machinist zorgt hij ervoor dat alles goed verloopt. Terloops vertelt hij dat er per week zo'n 25.000 liter dieselolie verstookt wordt. U begrijpt dat de vangst heel wat op moet brengen wil er wat overschieten.

Een van de belangrijkste dingen aan boord is dat de bemanning met elkaar kan opschieten. Men is dag en nacht met elkaar in touw. Je moet in zeer veel situaties weten watje aan de ander hebt. Je moet blindelings op elkaar passen en ik moet zeggen dat het op de KW 145 een hechte ploeg is. Zondag zien de meesten elkaar weer in de kerk. Als we gezellig een bakje doen komen de oude en sterke verhalen los. Vooral Jan de kok kan zeer smakelijk vertellen. Hij heeft dan ook op veel andere boten gevaren.

Ander beeld

Na op vrijdag nog een stormpje te hebben meegepikt waarbij we moesten „steken", d.w.z. met de kop tegen de wind in liggen, gaan we weer richting IJmuiden. Het romantische beeld van gezellig vissen heeft afgedaan. Keihard werken — als de netten kapot zijn zien ze nachten de kooi niet —, vakmanschap en doorzettingsvermogen. Maar ook weten deze stoere zeelui iets van de afhankelijkheid van God in hun leven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.