+ Meer informatie

Wereldgelijkvormigheid

5 minuten leestijd

Een lezer van ons blad schreef het volgende: „Geachte Redactie.

Het is naar aanleiding van een artikel in „De Wekker” van 22 februari en 1 maart over wereldgelijkvormigheid dat ik gaarne in uw blad het volgende zou willen zien geplaatst.

In genoemd artikel nl. wordt een uitvoerig antwoord gegeven aan een broeder-ouderling die bezwaren heeft tegen het gekleed zijn van vrouwen in een lange broek. En tegen lange haardracht door mannen. Bezwaren welke door velen worden gedeeld. Wat „De Wekker” daarover dan schrijft moet voor dezen n.m.m. wel erg onbevredigend zijn. Er staat toch duidelijk in Gods Woord (Deut. 22 : 3) dat het kleed eens mans niet zal zijn aan een vrouw en een man zal geen vrouws kleed aan hebben. Al wie zulks doet is den Heere Uwen God een GRUWEL. En wat betreft het haar van de man, dat de Nazireërs hiertoe een opdracht ontvingen, nl. het haar des hoofds ongeschoren te laten, betekende juist het onderscheiden zijn van andere mannen.

Dat de redacteur van „De Wekker” het als een onderwerp wil zien voor die tijd en omstandigheden is weer een van die vele tegenwoordige opvattingen waardoor inhoud en gezag van Gods Woord afbreuk wordt gedaan, iets waartegen in het laatste hoofdstuk van de Heilige Schrift zo ernstig wordt gewaarschuwd. Immers hoe de kleding vroeger en bij andere volken geweest moge zijn, het verbod zelf houdt er rekening mede en gaat ervan uit dat er verschil is in kleding tussen de man en de vrouw. Dat het motief was de vele hoererij is niet onmogelijk, hoewel het er niet bij staat, maar hoe staat het te dien opzichte met de tegenwoordige verhoudingen op zedelijk gebied? Maar de redacteur heeft nog meer motieven om het geschreven Woord ten opzichte van de kleding als door de tijd afgeschreven te zien. Hij beroept zich er op dat wij de burgerlijke wetten van Mozes’ tijd ook niet meer opvolgen, hoewel hij erkent dat er veel in staat wat nog van de grootste betekenis is. Welnu dat betekenensvolle moge dan ook in acht genomen worden voor het onderscheid in kleding en haardracht der sexen.

Bepaald onjuist ook is hetgeen „De Wekker” schrijft over letter en geest der wet. De Heere verweet de schriftgeleerden niet dat zij volstonden met zich te houden aan de letter der wet, maar dat zij eigen inzettingen hadden, met terzijde stellen van de wet. Men leze Mattheus 23, Lukas 11 e.v. En sprak Hij niet: Meent niet dat Ik gekomen ben om de wet en de profeten te ontbinden maar om die te vervullen? En ook dat er geen tittel of Jota der wet zal voorbij gaan totdat enz.

Tenslotte, om niet te uitvoerig te worden, in het uitgebreide antwoord schrijft de Wekker-redacteur dat Israël een heilig volk moest zijn, onderscheiden van de andere volken, het moest als Gods volk openbaar komen. Dat moge dan zo zijn zoals men vroeger wel zei christen in daad, praat en gewaad.

Met dank voor plaatsing en br. groet, G.Z.” We willen hieraan enkele opmerkingen in het algemeen verbinden.

Elk mens openbaart wat zijn leven is. Niet allereerst door woorden, maar door zijn hele levenshouding. Dat we kleren moeten dragen is onze schande, omdat we gezondigd hebben. Een eenvoudig kleed is daarmee het meest in overeenstemming. Zelfs in de heldenwereld is het schaamtegevoel. Als er het evangelie wordt gebracht gaat men kleren aantrekken. Op foto’s in zendingsbladen is het te zien. In onze ogen passen die kleren niet altijd en zijn ze vaak uit de mode. Dat hindert voor deze mensen niet. Ze krijgen kleren om aan te trekken en daar gaat het om. Ze beantwoorden aan het doel.

Van ouds is de mens bezig geweest om zich op te tooien, zich te versieren, de aandacht te trekken. In Gods Woord wordt dat als zonde getekend. Men kan zich kleden in een degelijk gewaad en niets anders beogen dan eigen eer. Zie ik er met aardig uit? zo vraagt men dan door woord en/of houding. Dat is overal waar te nemen. De mens toont waar het hem of haar om gaat. Men vergeet de betekenis van de kleding. Velen gaan in onze dagen verder. De normen van Gods woord gelden al minder. De ontkleding neemt hand over hand toe. Het is een uitdaging van God. Het ie een van de meest ontstellende dingen in onze dagen.

Er is zo weinig eerbaarheid en besef voor wat naar Gods Woord is. Dat de wereld zo handelt, is erg, maar begrijpelijk, omdat me nniet rekent met God en Zijn gebod. Maar dat het voorkomt, dat men in Gods huis en zelfs aan avondmaaltafels verschijnt in onwelvoegelijke kleding spreekt voor zichzelf

Die zich op deze wijze kleden geven daarmee duidelijk te kennen, dat ze niet de geest van Christus, maar de geest van de wereld hebben. Op hetzelfde vlak ligt het verschijnsel, dat vrouwen zich kleden als mannen en het haar dragen als mannen. En dat velen van het mannelijk geslacht er uitzien alsof het vrouwen zijn. De mode schrijft het voor en de geest van de tijd stemt ermee in. En zo komt de aanval op wat eeuwenlang als betamelijk gegolden heeft. Dat verschijnsel blijft niet buiten de kerkmuren, maar is op vele plaatsen in christelijke gezinnen waar te nemen. Waardoor komt het? Wel, omdat het hart werelds is. De een geeft het voorbeeld en de ander volgt het na. Dat komt door de geest van de wereld.

De wereld en de zonde trekken af. Het boze hart is het ermee eens. Hoe komt ook hier openbaar de noodzaak van de werking van Gods Geest tot vernieuwing van hart en leven. Dan komt er een vragen naar wat de Heere welbehagelijk is. Dat blijft niet verborgen. Dat komt openbaar ook in de uiterlijke verschijning.

Wij hebben allen voortdurend nodig te bidden:


Laat U mijn tong en mond
En ’s harten diepste grond
Toch welbehaag’lijk wezen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.