+ Meer informatie

Het roodmerk voorbij

7 minuten leestijd

Als de tekenen niet bedriegen is de Nederlandse koffiecultuur aan het veranderen. Langzaam, maar zeker. Niets mis met roodmerk, maar er is nog zo veel meer.

Kijk maar naar de koffiewinkels die overal in het land de kop opsteken. En die niet te klagen hebben over klandizie, ook al zijn de pakjes die er verkocht worden aanmerkelijk duurder dan het huismerk van de supermarkt. Geroutineerd bestellen klanten er hun favoriete bonen uit Mexico, of Kenia. Opvallend vaak nemen ze ze ongemalen mee naar huis.

Let op de koffietentjes en -bars, die vooral in winkelstraten en bij stations uit de grond schieten. Je kunt er terecht voor warme en koude drankjes met on-Hollandse namen, allemaal op basis van de koffieboon, altijd met aandacht voor detail geserveerd. Voor iedere klant wordt de bestelling stante pede klaargemaakt, dus het kan even duren. Maar het is er vaak druk, dus het is kennelijk het wachten waard.

En vergeet ook de koffiebranders niet. Douwe Egberts, het bedrijf dat zoals het zelf zegt Nederland routinematig koffie heeft leren drinken, haakt aan bij de trend richting meer variatie. Bijvoorbeeld door van Aroma Rood een extra pittige versie voor in de ochtend (Donker) en een milde variant voor in de avond (Blond) op de markt te brengen. En door het lanceren van de serie Meesterselectie: bonen van speciale plantages in onder andere Java en India.

De reden: de Nederlandse koffiedrinker krijgt steeds meer interesse voor de oorsprong van koffie en voor de mensen achter de koffie. Dat fairtradekoffie steeds breder verkrijgbaar is, past naadloos bij deze trend.

Koffiehuizen

Koffiedrinken maakt al sinds de achttiende eeuw deel uit van de Nederlandse cultuur. „Koffie was toen op een gegeven moment al de meest gedronken drank. En verdrong daarmee bier”, weet Hans Stuijfbergen, directeur van het Museum van de Twintigste Eeuw in Hoorn.

Aanvankelijk gingen mensen voor koffie naar speciale koffiehuizen. In de loop van de negentiende eeuw kwam het zelf thuis zetten van koffie in zwang. De expositie ”Lekker bakkie” in het Hoornse museum laat zien wat voor spullen daarvoor werden gebruikt: beschilderde kraantjeskannen, glimmende artdecopotten, opschenkfilters en de allereerste elektrische koffiezetapparaten. Ook espressomachines en de Senseo ontbreken niet.

Wat opvalt is de grote hoeveelheid koffiemolens: handmatige en elektrische, in alle kleuren van de regenboog. Koffiezetten was voor de introductie van de vacuüm verpakte snelfiltermaling een heel werk. Stuijfbergen wijst op twee zwarte voorwerpen, koffiebranders, die ook deel uitmaken van de tentoonstelling. „De bonen werden ook wel ongebrand verkocht, het branden deden de mensen zelf. Gewoon boven het vuur.”

Technisch gezien is er eigenlijk weinig nieuws onder de zon, qua koffiezetten. „Het komt erop neer dat er heet water door gemalen koffie gaat. Soms komt dat water van boven, soms van onderen. De ene keer gaat het langzaam, de andere keer heel snel”, vat Stuijfbergen samen.

Ander jasje

Veel is herkenbaar en lijkt op wat later in een ander jasje opnieuw op de markt is verschenen. Italianen zetten bijvoorbeeld al een eeuw geleden koffie volgens het espressoprincipe, waarbij heet water en stoom onder druk door het koffiepoeder gaan. En een kraantjeskan werkt volgens Stuijfbergen volgens hetzelfde principe als een cafetière. Er gaat gemalen koffie en heet water in. Als dat even getrokken heeft, kan de koffie worden ingeschonken. Het dik zakt naar de bodem. Daarom zit het tappunt van een kraantjeskan niet helemaal onderaan. Bij een cafetière zorg je door het aandrukken van een zeef dat het drab zo veel mogelijk in de kan blijft.

Want korrels in je kopje, dat vinden de meeste mensen niet fijn. Misschien was de uitvinding van het koffiefilter door mevrouw Melitta Bentz daarom wel de belangrijkste innovatie op koffiegebied in de twintigste eeuw. De eerste papieren zakjes waren trouwens rond, passend bij filters met platte bodem die aanvankelijk gebruikelijk waren. Daarna –in de jaren zeventig– begon het taps toelopende model aan een opmars. Dat heet snelfilter, vanwege de tijdwinst. Een pot koffie zetten kostte namelijk met een rondfilter twaalf minuten. Met een snelfilter was het in acht minuten gepiept. Meldt een bordje op de tentoonstelling.

Koffie is in Nederland nog steeds de meest gedronken drank, met gemiddeld 4,4 kopjes per dag. Die maataanduiding lijkt trouwens niet meer zo bij de realiteit aan te sluiten. Het gebruik om koffie uit een mok te drinken, is allang niet meer voorbehouden aan studenten. In hippe koffietentjes moet je niet raar opkijken als je koffie in een glas geserveerd krijgt. En de wegwerpbeker heeft door het oprukken van meeneemkoffie zijn sneue imago ook wel zo’n beetje afgeschud. Als hij maar stevig is, zonder karton- of plasticsmaak.

De expositie ”Lekker bakkie, honderd jaar koffiezetten in beeld” loopt nog tot en met 26 april. Adres: Museum van de Twintigste Eeuw, Krententuin 14, Hoorn. Toegang 8 euro. De koffie staat klaar. Gratis. Met een mariakaakje erbij. >>museumhoorn.nl


Trend: zelf malen

Het is tijd om de koffiemolen weer van zolder te halen, voorspellen Regina en Richt, de twee bloggers van dekoffiefilters.nl. Vijf trends voor 2014 ontleend aan deze ‘koffiewatchers’. Zelf malen is er een van.

- Er komt steeds meer belangstelling voor de herkomst van koffie. En dus voor bijzondere melanges en bonen. „We praten erover, zoals we over een wijn discussiëren. Zo drinken we geen koffie meer, maar een fruitige Yirgacheffe uit Ethiopië.” Een groot merk als Douwe Egberts speelt hierop in door in beperkte oplage bonen van een aantal plantages in het assortiment op te nemen.

- Voor elk moment van de dag is er een koffie. ’s Morgens vroeg een espresso, koffie met melk bij een koffiebar onderweg en voor ’s avonds na het eten misschien een licht gebrande filterkoffie.

- Koffiezetten wordt zeker in de koffietentjes die overal in het land uit de grond schieten steeds meer een rituele handeling met perfectie als doel. Elke barista –zoals een professionele koffiezetter wordt genoemd– heeft zijn eigen favoriete zetmethode. Naar wens afgewerkt met een decoratieve laag melkschuim: latte art.

- Maar thuis hoeft het allemaal juist niet zo ingewikkeld. Gewoon goede koffie gezet met eenvoudige spullen. Bijvoorbeeld in een cafetière – dat is helemaal 2014.

- Het volautomatische koffiezetapparaat is uit. Koffiezetten is iets waar je de tijd voor neemt. Bijvoorbeeld door zelf je bonen te malen. Of door in een ketel water te koken en met de hand op te gieten. Terug naar de basis, zoals op de camping.

>>dekoffiefilters.nl


Keuzestress

Al jaren koffiefan maar nog nooit bij Starbucks geweest. Het moest er toch een keer van komen. Een koffie-ervaring met keuzestress.

Voor een nieuwkomer is de manier van werken bij Starbucks niet direct helder. Maar het personeel is allervriendelijkst, dat helpt. Als je, geïntimideerd door alle keuzemogelijkheden (Mocha Cookie Crumble Frappucino, wat zou daar allemaal in zitten), nogal onnozel zegt dat je graag koffie wilt, begint het meisje achter de bar monter een aantal bonensoorten op te sommen, met een korte beschrijving. Koffiekeuzestress. De term walnootachtig blijft hangen. Doe die maar.

Hoeveel? Het kleinste model beker lijkt fors genoeg. Dat formaat heet Tall, Engels voor hoog.

Cappuccino of koffie verkeerd? En mag er misschien ook nog een siroopje in? Volgt een rij varianten, caramel, hazelnoot en nog zo wat. et klinkt allemaal nogal zoet, dus laat maar.

Tot besluit vraagt ze of er één of twee „shots” espresso in moeten. En wat de naam is. Huh? „Hoe heet je?”

Alles wat je zegt noteert ze op de beker, die daarna doorschuift naar een collega die afrekent, en daarna naar het meisje dat de opdracht uitvoert. Want bij Starbucks doen ze niet aan multitasken. Vandaar die naam. Opdat klant en bestelling aan het eind van het proces in goede orde aan elkaar worden gekoppeld.

Ze hebben trouwens ook gewoon filterkoffie.


Koppi tubruk

Koppi tubruk: dat is de meest optimale manier om koffie te zetten. Zegt Rob Smits, koffieproever bij Douwe Egberts.

Smits test elke werkdag 250 kopjes koffie. Die worden altijd gezet volgens de koppi tubruk-methode: grof gemalen poeder in een kopje, heet water erbij, roeren, even laten bezinken en drinken. Zoals ze het in Indonesië doen.

„Koffie geeft kleur, geur en smaak af. Je wilt daarvan zo veel mogelijk behouden. Bij deze methode zijn er niet allerlei onderdelen waar kleur, geur of smaak aan kan blijven hangen”, ligt Smits toe. Maar er kan wel een gruisje inzitten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.