+ Meer informatie

TER OVERWEGING

7 minuten leestijd

Ds. H.J. Hegger, Oog en oog met jezelf. Uitgeverij Boekencentrum, Den Haag. 143 blz. f. 21, 90.

In het boek „Oog en oog met jezelf” van ds. H.J. Hegger, uitgebracht door Uitgeverij Boekencentrum te Den Haag, Staat de persoon van ds. Hegger centraal. Het boek heeft dan ook een sterk autobiografisch karakter.

De inhoud van het boek geeft een overzicht van 47 jaar zelfanalyse van betrokkene, waarmee hij gemiddeld drie uur per dag bezig was. Hij verstaat onder zelfanalyse: „Een dooltocht door het uitgestrekte oerwoud van zijn onderbewustzijn, concentratie op innerlijke bewegingen, doordringen totde uiterste schuilhoeken van zijn ziel”. Problemen die zich vanuit het onderbewustzijn presenteerden en vroegen om een oplossing.

Het boek is bestemd voor mensen die gebukt gaan onder de last van psychische conflicten, en voor hulpverleners en pastoraal werkers die in contact komen met hen. Het boek geeft enig inzicht in psychische problemen en de daarmee gepaard gaande geestelijke worsteling en vertwijfeling die zich bij mensen voor kunnen doen.

Wie de persoon Hegger beter wil leren kennen heeft hiermee een uitstekend boekwerk in handen. Hegger heeft in het boek zijn eigen persoon aan de orde gesteld. Hij heeft zich kwetsbaar en openhartig opgesteld.

Het uiteindelijke doel van het boek is het aan de orde stellen van eigen psychische Problemen (minderwaardigheidsgevoel, schuldgevoelens, etc.) en noden en hoe hij door zelfanalyse de problemen heeft kunnen overwinnen, c.q. heeft kunnen relativeren.

In het boek wordt niet een kant en klare méthode aangegeven om psychische problemen op te lossen. Wel zijn er herkenbare Problemen en het kan verfrissend en helend werken bij hen die open staan voor de denkwijze hoe ds. Hegger zijn Problemen heeft kunnen oplossen.

Het vermelden waard is de rode draad die door het boek loopt, nl. de vertroostende nabijheid van God, de vergeving van schuld door Jezus Christus. De strijd is gestreden mèt die genadige God.

Dr. F.J. Verstraelen (eindred.), Oecumenische inleiding in de Missiologie. Teksten en konteksten van het wereldchristendom. Uitg. Kok, Kampen. 525 blz. f. 99,-.

Het is binnen de tekstruimte van ons blad niet mogelijk en in de context ervan niet nodig een brede bespreking van dit inhoudrijke boek te geven. Het dient zich aan als „oe-cumenisch” alleen al vanwege het feit dat de eenentwintig auteurs tot verschillende kerken behoren en werkzaam zijn aan allerlei universiteiten enz. Maar dit „oecumenisch” beperkt zich tot hoofdzakelijk roomskatholieke en hervormde resp. gereformeerde auteurs en Nederlandse universiteiten en instellingen. Ook al wordt gesteld dat de „pluriformiteit van het Christendom” de volle nadruk krijgt waarmee men de pas wil afsnijden aan de gedachte „dat één bepaalde vormgeving of interpretatie van het Christendom zich het monopolie kan toeëigenen of opleggen”, alsmede dat men worstelt „met de spanning tussen de pluriformiteit en de opdracht tot gezamenlijkheid als teken van fundamentele eenheid”, dit kan de indruk bij het bestuderen van dit boek niet wegnemen dat men zich in feite eenzijdig op „oecumenisch” standpunt plaatst tegenover wat meestal zijdelings wordt aangeduid als „evangelical”. Eén „evangelical” auteur (dr. Matzken) krijgt gelegenheid „commentaar” te geven op een bepaald onderdeel: vier bladzijden (181 v.). Terwijl elders wordt betoogd dat dit boek zich bewust wil aansluiten bij de dialoog evangelical-ecumenical (437). En de zendingswetenschap zoals bijv. in het boek Gij die eertijds verre waart … aan de orde gesteld, komt nauwelijks ter sprake. Dit neemt niet weg dat ontzaglijk veel informatie met betrekking tot de zending wordt gegeven. En evenmin dat er veel wordt geboden dat de moeite loont er goed kennis van te nemen. Maar de teneur bij verreweg de meeste schrijvers is dat de „centrale geloofsinhouden als verlossing en verzoening naar de achtergrond” worden gedrongen (zoals in een bepaalde situatie wordt opgemerkt - 369). Elders wordt wel gesteld dat „verzoening met God en met de medemens (…) een centraal gegeven van christelijke leer en christelijk leven” is (300), maar het lijkt er veel op dat de „verzoening met God” een vooronderstelling, een vanzelfsprekende zaak is, die bij de meeste schrijvers eigenlijk niet aan de orde gesteld behoeft te worden. En dat ondanks een opmerking als: „Het Christendom heeft een boodschap die vraagt om een keuze die verantwoord moet worden. Daarom betekent het Christendom het einde van elke vanzelfsprekendheid met betrekking tot de godsdienst inclusief het christelijk geloof zelf” (59) en: „het soteriologisch motief” is het kloppend hart van de zendings- en missiewetenschap” (203). De schrijver die dit laatste opmerkt, werkt dit nog het meest uit en houdt - om het zo eens te zeggen - het kruis in het oog, de verticale lijn van de verzoening met God en de horizontale lijn van de verzoening met de medemens. Bij het merendeel is de eerste lijn nauwelijks merkbaar. Alle nadruk valt op de tweede lijn, soms zelfs zo sterk dat de Gekruiste er niet of nauwelijks meer toe doet - het kruis is in feite leeg! En dan: christenen en „andersgelovigen als pelgrims samen op weg naar God” (197), „En onderweg verteilen zij elkaar over de ervaringen die ieder van hen met God heeft”. Ik trof een veelzeggend citaat aan in dit boek. In het hoofdstuk over „Hermeneutiek en missiologie” wordt een breed citaat gegeven van een Latijnsamerikaans schrijver die de Bijbel vergelijkt met een gebouw „waar het volk dagelijks in en uit liep en waar het zich thuisvoelde”. Maar toen kwamen er „enkele geleerden” die het gebouw tot een „werkplaats” maakten en tal van „ontdekkingen” deden zodat het volk zich er al minder thuisvoelde en vertrok. Het is verleidelijk dit beeld verder uit te werken en op deze missiologie toe te passen, evenals op de zgn. westerse bijbelwetenschap - elders „een ‘perverse luxe’ genoemd die gewone mensen juist van de Schrift vervreemdt” - 164). Is er ook „vervreemding” van de zending opdéze wijze mogelijk? Met die vraag bleef ik zitten, hoe veel dit boek overigens ook biedt. Daarop antwoordt dit boek niet.

Yko van der Goot, Publiek en persoonlijk. Uitg. Kok, Kampen. 241 blz. f. 39,50.

De schrijver is werkzaam bij de NCRV als plaatsvervangend hoofd van de afdeling godsdienst, samenleving en educatie. Hij is ook eindredacteur van Rondom het Woord en eindredacteur van het radioprogramma Plein publiek, zo las ik ergens.

In dit proefschrift onderzoekt hij de pastorale zorg van omroepen, dus niet allen van de NCRV. Er wordt veel werk verricht, maar achter de schermen. Het is interessant om te lezen hoe mensen reageren, of ze weinig dan wel veel reageren, en op welke programma’s het meest. Er zijn in dit proefschrift (verdedigd aan de VU) heel wat statistieken en resultaten van enquêtes afgedrukt. De schrijver kon hiervoor putten vooral uit cijfers van reacties op NCRV-programma’s, al heeft hij ook elders gegevens verzameld.

Er is te spreken van drie soorten reacties van luisteraars/kijkers: 1. tijdens het programma, om met een forum in gesprek te komen; 2. reacties per brief via de postbus; 3. de nachtzorg, waarbij mensen zonder directe aanleiding in een uitzending kunnen bellen.

Veel mensen reageren op een aangesneden thema; meer vrouwen dan mannen. Dit komt daardoor dat meer vrouwen dan mannen luisteren. Geloofsproblemen komen wel in de reacties naar voren, maar sterk afhankelijk van wat in het programma aan de orde komt. Pastorale verantwoordelijk heid is een belangrijke taak voor een christelijke omroep. Om te weten hoe zij functioneert, is toch, zo stelt de schrijver, een ander onderzoek nodig. Met deze opmerking is de beperktheid van zijn onderzoek aangegeven. Het maakt op ons de indruk van een inleiding tot een meeromvattend geheel. De relatie tot de kerken zou duidelijker geregeld moeten worden. Dit niet alleen omdat de omroeppastores zo vaak in eenzaamheid hun werk doen. Dat dit het geval is, hangt er onzes inziens mee samen dat de kerken hier geen duidelijke regelingen hebben getroffen. Het is ook niet zo gemakkelijk. De omroepen zijn resultaat van particulier initiatief en staan als zodanig niet onder ambtelijk toezicht. Op dit punt moet er duidelijkheid komen. Dat is ook nodig om vast te stellen wat pastoraat precies is. In dit boek wordt uitgegaan van de hedendaagse opvatting, die niet samenvalt met die van de Reformatie. Een boek dat prikkelt om het verschijnsel omroeppastoraat (en alles wat daarvoor en daarachter ligt) verder te onderzoeken en te doordenken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.