+ Meer informatie

iJlaltö

4 minuten leestijd

Dok midden in de vakantie <.rijg ik brieven van nieuwe puzzelaars. Niet veel nauurlijk, maar ik ben blij met ;lke nieuwe kameraad. Vandaag is dat: Astrid van den Burger in Alblasserdam. Je lebt je al een poos geleden langemeld, maar in de Tiaanden juli en augustus gaat illes een beetje op z'n elf en iertigst. Weet je trouwens wat Jie laatste drie woorden beekenen en waar ze vandaan tomen? Anders leg ik het ;en volgende keer wel uit. Hartelijk welkom! Dat je Tiaar veel goeie antwoorden nag opsturen en een heleDoel prijzen winnen. De prijs .'an deze week is voor: Srenda van de Werfhorst, Sovenstraatweg 66, 8096 ?G Oldebroek. Daar heb ik jas twee tekeningetjes van ;ehad en lang geleden ook al een visitekaartje met een lammetje erop. Ook nog bedankt voor een fijne brief uit Tholen en leuke figuren van plakdingetjes. Wat denken jullie veel aan me! Dat heb ik hard nodig. Want zó gemakkelijk heb ik het op mijn thuisreis niet!

Hoe lang ben ik nu al niet van huis? Het loopt in de maanden. Jullie mogen best weten dat ik knap heimwee heb naar Hollandse pantoffels, een échte krant om achter weg te duiken, een aardige vrouw die je eens lekker verwent, een warm en schoon bed en een bord aardappels met zuurkool en Gelderse rookworst. Ik weet zoetjesaan niet eens meer hoe die smaakt. Dus gauw op pad. Maar ja... Mijn nieuwe logeerkaI S J E S mer was drie meter lang en twee meter en veertig centimeter breed. Je kon drie stappen van links naar rechts en vier passen van voren naar achteren maken. Dan ben je gauw uitgewandeld. Gelukkig zat ik er niet alleen. Onder de tafel zat een muizegat, bij het kleine raampje een nest met jonge woestijnmussen en in het donkerste hoekje een dikke spin in z'n web. Ze zeiden allemaal niks toen ik binnenstapte, maar dat zal wel van schrik en medelijden zijn geweest. „Maak het u gemakkelijk", grijnslachte de cipier en wees op de gammele stoel. Die had drie en een halve poot en keek me scheef en treurig aan. Ook al een stumper, dacht ik. Onder de halve poot was een blok hout geschoven. Als je heel stil zat, bleef de zaak wel overeind. Als je dat niét deed, klapte het gevaarte om en smakte je lelijk tegen de grond. „Om tien uur gaan de lichten uit en moet het ijzig stil zijn", waarschuwde de cipier, „anders gaat de deur open en maaien wij met een flinke stok door de cel. Voor de rest is er niets te zeggen en groet ik u gans vriendelijk". Boem! Deur dicht. „Knars!" de sleutel ging één keer over de kop en de grendels schoven in de ringetjes.

Ziezo, dacht ik, daar zitten we dan, helemaal alleen behalve een paar onnozele beesten. Dié brengen de gezelligheid ook niet aan. 't Zal me benieuwen hoe lang het logeren hier duren zal. Nou, het duurde héél wat minder lang dan ik gevreesd had... Om zes uur een bord kangoeroesoep en een kroket, gebakken in krokodillenvet, om acht uur de gevangeniskrant, om tien uur de lamp uit, om half elf in de dut, om elf uur...

„Psstt, oom Rien, word 's wakker!" Ik vloog verschrikt overeind. Het ijzeren bed kreunde akelig. „Stil, stil", fluisterde dezelfde stem. „Kom bij de deur. Goed volk". In de donkerte sloop ik op de tast naar de deur. Het luikje was op een kiertje opengedraaid en heel vaag zag ik een mannengezicht met een pet er boven op. „Pak uw spullen", zei de onbekende, „ik help u; maar doe asjeblieft voorzichtig. Als ze ons snappen, ga ik ook in de petoet en daar votl ik niks voor. Vlug een beetje, een halfuur is te lang". Vol verwachting klopte mijn hart...

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.