+ Meer informatie

Kerkeraad en Evangelisatie*

10 minuten leestijd

1. Betekenis

1. Uit de formulering van het onderwerp blijkt dat men verband gevoelt tussen kerkeraad en evangeliesatie. Kerkeraad en evangelisatie zijn geen twee grootheden, die niets met elkaar te maken hebben. Integendeel er moet een nauw verband zijn tussen kerkeraad en evangelisatie.

2. Dit onderwerp geeft gelegenheid om de taak van de kerkeraad t.o.v. de evangelisatie aan te wijzen alsmede de verhouding van het evangelisatiewerk tot de kerkeraad nader aan te geven.

3. Gezien de stand van het evangelisatiewerk in onze kerken is het van betekenis dit onderwerp te behandelen. Er zijn nog teveel kerkeraden, die zich van het evangelisatiewerk niets aantrekken; er zijn nog teveel plaatselijke kerken, die practisch niets doen aan het evangelisatiewerk 1). Zal in deze situatie verandering komen, dan moet het de kerkeraad duidelijk zijn welke taak hij heeft.

2. Praktijk

In de praktijk zijn er vier mogelijkheden m.b.t. de verhouding kerkeraadevangelisatie;

1. Kerkeraad contra evangelisatie. Evangelisatie is bij voorbaat verdacht in de ogen van de kerkeraad; mensen, die op het vervullen van de evangelisatie-roeping aandringen hebben een behoorlijke tik van het Leger des Heils te pakken en zitten in de hoek van algemene verzoening. Helaas wordt deze instelling vandaag nog gevonden.

2. Kerkeraad zonder evangelisatie. In dit geval is er geen verzet tegen de evangelisatiegedachte als zodanig, maar er is een bepaalde lauwheid en ingezonkenheid t.o.v. de evangelisatie en niet alleen t.o.v. deze tak van arbeid. Soms is deze situatie ook te wijten aan de zeer kerkelijke samenstelling van de plaatselijke bevolking.

3. Evangelisatie stiefkind van de kerkeraad. In dit geval is het verband tussen kerkeraad en evangelisatie zeer slap, al wordt er „wat” aan evangelisatie gedaan. Die stiefkind-mentaliteit is er:

1. De Evang.comm. wordt beschouwd als een gemeentelijke vereniging, die op initiatief van enkele gemeenteleden, die er voor „voelen” is opgericht. In sommige gevallen is de Evang.comm. ook nog vertegenwoordigd in de Centrale Raad van verenigingen!

Ook opgenomen in „De Frontlinie”.

2. De Evang.commissie moet zich financieël maar zien te redden en is afhankelijk van de gunsten en gaven van de gemeenteleden.

3. De Evang-commissie is wel benoemd door de kerkeraad, maar de kerkeraad kijkt verder niet naar de Evang.comm. om; er is geen verband tussen kerkeraad en commissie — de commissie rapporteert niet regelmatig over haar arbeid.

4. Kerkeraad pro evangelisatie. Dit is uiteraard de gewenste en vereiste toestand — zie sub. 5.

3. Roeping

1. Evangelisatie is prediking van het Woord Gods; het is geen liefhebberijtje; het gaat niet om bijzaken. Die prediking van het Woord Gods naar binnen en naar buiten is aan de kerk des Heren opgedragen. Hieruit alleen vloeit reeds voort dat de kerkeraad een roeping heeft t.a.v. de evangelisatie.

2. De evangelisatiearbeid bedoelt te leiden of terug te leiden tot de kerk. Dit staat uiteraard niet voorop, maar dit mag uiteindelijk niet ontbreken. De kerk is geen menselijke instelling. Evangelisatie-arbeid, die de kerk wil vergeten, doet tekort aan het Evangelie, dat kerkvormend werkt. Daarom heeft de kerkeraad een roeping t.o.v. dit stuk kerke-werk.

3. Heel de kerk en al haar leden dienen te delen in de zorgen en zegen van deze aktiviteit. De gemeente moet een getuigende gemeente zijn. Paulus’ brieven geven in dit opzicht een duidelijk geluid. Maar dan heeft de kerkeraad hier leiding te geven.

4. Het is de roeping van het bijzonder ambt om het ambt der gelovigen zo goed mogelijk te doen functioneren „de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon” 2).

Tot deze dienst behoort ook de roeping tot getuigen in de wereld. De kerkeraad heeft daarom een taak ook t.a.v. het georganiseerde evangelisatiewerk, opdat op deze wijze de roeping tot dienst kan worden geeffectueerd.

5. De Catechismus stelt dat de bede „Uw Koninkrijk Kome” ook inhoudt: bewaar en vermeerder uw kerk. (Zondag 48). Het gaat niet alleen om het bewaren, maar ook om het vermeerderen van de kerk. De kerkeraad heeft niet alleen een taak t.o.v. het bewaren, maar evenzeer t.o.v. het vermeerderen3)

6. Te wijzen is tenslotte op art. 23 D.K.O.: „Tot de ambtelijke opdracht der ouderlingen behoort… anderen te bewegen tot het geloof in Christus”. In de oude editie stond „ook anderen tot de Christelijke religie te vermanen”. Men kan er over van mening verschillen of hier sprake is van directe taak van de ouderlingen om te evangeliseren 4), maar dat evangelisatie niet buiten het gezichtsveld van de ouderlingen, de kerkeraad mag staan, ja tot zijn roeping behoort, is zonder meer duidelijk.

4. Bezwaren

1. Van de kant van de kerkeraad:

1. Het vervullen van de evangelisatieroeping gaat ten koste van het bewaren van de kerk. Hiertegen dient opgemerkt dat er tussen bewaren en vermeerderen een gezonde spanning moet bestaan. Het zijn geen concurrenten van elkaar. Het echte bewaren dringt tot vermeerderen: het vermeerderen dringt tot bewaren.5)

2. Het eigen kerkelijke leven vraagt zoveel dat er geen gelegenheid is voor het vervullen van deze roeping. Soms kan men de vraag niet onderdrukken: is er daarom niet vaak zoveel ellendigheid naar binnen, omdat we de roeping naar buiten niet goed vervullen?

3. Er is geen tijd om als kerkeraad zich met de evangelisatie bezig te houden. Het is ook niet de bedoeling dat de kerkeraad zelf direct gaat evangeliseren. Maar het evangelisatiewerk als zodanig behoort tot de taak van de kerkeraad, die de mogelijkheden moet scheppen dat dit werk namens hem geschiedt.

2. Van de kant van de evangelisatie: 6)

1 De officiële kerk staat dikwijls zover van de afgedwaalden en buitenkerkelijken af. De kerk spreekt een geheimtaal. De fouten van de kerk worden scherp gezien en gehekeld. Dit bezwaar vermindert de roeping niet. Keert de kerk zich helemaal af van de wereld, dan wordt haar naam nog slechter. Evangelisatie kan heilzaam werken voor kerk en kerkeraad. Deze arbeid dwingt tot bescheidenheid en ootmoed: dringt ook tot het brengen van het Evangelie op verstaanbare en eigentijdse wijze zonder dat iets van de kern van het Evangelie verloren gaat.

2. De kerk staat afwerend tegenover deze arbeid en remt de aktieve werkers. Helaas is veel van dit bezwaar waar, Er moet een verandering van mentaliteit komen — zie sub. 5 — waarbij van de kant van de evang. werkers gevraagd wordt het nodige begrip t.a.v. gegroeide situaties. Men moet elkaar willen begrijpen.

3. Het evangelisatiewerk zal verambtelijken en de zegenrijke arbeid der „leken” zal op de achtergrond komen. Dit bezwaar is niet juist. De praktijk leert anders. Evangelisatiearbeid aktiveert de gemeente en doet het ambt der gelovigen meer naar voren komen.

5.Verhouding

1. Voor de juiste verhouding kerkeraad-evangelisatie is wel zeer nodig dat er generaal genomen een verandering van instelling komt in het kerkelijke leven en bij vele kerkeraden.

1. We zullen geen geestelijke binnenvetters mogen worden en deze neiging, die er ongetwijfeld is, niet mogen bevorderen. Onze kerken zijn „introvert” naar binnen gericht krachtens geschiedenis en kerkelijke ontwikkeling. De schaduwzijde hiervan is dat we de wereld buiten ons en de medemens gemakkelijk vergeten; bovendien; we zijn zo bezig met eigen heilsvragen dat we het heil van de anderen vergeten of niet weten hoe we hem moeten benaderen en met hem moeten spreken.

2. We zullen meer gericht moeten worden op de wereld en onze naaste dan tot dusver het geval was. We hebben een roeping in het brede leven. De prediking mag niet opgaan in de rechtvaardiging; ook de heiliging heeft hierin een plaats en dan komt het getuige-zijn ook aan de orde.

3. De kerk moet de fronthouding kennen; deze staat niet in tegenstelling met de binnenkamer. In de binnenkamer en daarom naar het front; op het front omdat men in de binnenkamer is geweest.

2. Prediking, catechisatie en huisbezoek zullen steeds weer op de noodzaak van getuigen, van evangeliseren moeten hameren. Hier is nog veel werk te doen. En — de kerkeraad is verantwoordelijk.

3. De kerkeraad benoemt een evangelisatie-ouderling, indien het even kan en de geschikte persoon aanwezig is.)

4. De kerkeraad benoemt een evangelisatie-commissie.)

1. Uiteraard is de event, evang.ouderling lid, zo geen voorzitter van deze commissie; bij ontbreken van een evang.ouderling is de kerkeraad in deze commissie door een of meerdere leden vertegenwoordigd.

Deze commissie rapporteert regelmatig van haar arbeid aan de kerkeraad, zodat de kerkeraad van de mogelijkheden en moeilijkheden van deze commissie en dus van het werk op de hoogte is.

2. De kerkeraad benoemt en ontslaat de medewerkers in de evang. arbeid, eventueel op voordracht van de commissie. Benoeming door de kerkeraad onderstreept de ernst van dit kerkelijke werk. Op deze wijze weet de kerkeraad tegelijk wie er in deze arbeid werkzaam zijn.

3. De kerkeraad houdt toezicht op het werk van de medewerkers. Evan-gelisatie is immers werk namens de kerk.

4. De kerkeraad is fin. verantwoordelijk; collecteert ook voor het pi. evang. werk, zorgt althans dat dit werk zonder zorg kan geschieden krijgt uiteraard inzicht in de fin.

5. De kerkeraad zorgt eventueel voor catechetisch onderwijs. Dit dient niet overgelaten te worden aan de willekeur van de medewerkers. Van meetaf moet de kerkeraad weten wie voor cat.onderwijs in aanmerking komt; dit dient door de kerkeraad geregeld te worden, al is er geen bezwaar tegen dat in onderling overleg een evang.medewerker dit onderwijs geeft.

* Schema van een referaat, dat gehouden werd op een vergadering van ambtsdragers in de classis Hoogeveen en dat tevens diende als inleidend woord — verkort — op de vergadering van Evang. dep. met classisdep. en evang. ouderlingen.

1)Vgl. art. in „De Frontlinie” van ds. P. op den Velde „Het evangelisatiewerk van de plaatselijke kerken” en rapport evang. dep. aan de Gen. Synode (bijlage). Ruim 58 % van de kerken, die gegevens inzonden, hebben geen evang. comm. Dat is bepaald verontrustend.

2) Deze tekst — Ef. 4 : 12 — is in de N.V. duidelijker dan in de S.V. In de brochure „Statenvertaling contra Nieuwe Vertaling” meent A. Bergsma dat de S.V., die hier vertaalt „tot het werk der bediening” veel juister is. (Pag. 37/8). Bediening wil zeggen: bediening des Woords en der Sacramenten, oefenen van tucht en regeren der kerk. Dienstbetoon is dienstverlening en hulpvaardigheid. Maar de schrijver slaat de plank zeer beslist mis en geeft blijk, slaafs de kanttekeningen volgend, de tekst niet te begrijpen. De heiligen die volmaakt moeten worden tot het werk der bediening (niet door dit werk) zijn de gelovigen, allen en een iegelijk, naar het spraakgebruik in de brieven. Christus heeft de ambtsdragers gegeven opdat zij de gelovigen zouden toe rusten tot hun „diakonie”, zoals er letterlijk staat. De insinuerende satire, die de schrijver in dit verband houdt, ontsiert hem meer dan hen, die menen dat de N.V. hier juister en duidelijker vertaalt. Is „dienstbetoon” een maatschappelijke bezigheid? Allerminst! Dienstbetoon is het verrichten van alle „dienst” (diakonie) die alleen uit en door de grote Diaken, Christus Jezus kan verricht worden. De bijzondere ambtsdragers zijn er opdat de „heiligen” hun roeping als gelovigen des te beter kunnen vervullen. Bergsma luistert meer naar de volkstheologie dan naar Gods Woord in de oorspronkelijke talen. Zijn opvatting van deze tekst is karakteristiek voor zijn methode. Het is niet de vraag of een bepaalde tekst, zoals hij vertaald is in S.V. of N.V. mij goed ligt en of ik daarin mijn hart verklaard vind, maar het is voor alles de vraag te weten te komen wat God hier zegt in het oorspronkelijke. Hij sprak niet in het Nederlands van de 16e of 20e eeuw, maar in het Hebreeuws en Grieks.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.