+ Meer informatie

De strijd om het „levende kind"

5 minuten leestijd

En gij zult van a Hen gehaat worden om Mijns Naams wil.' (Lukas 21 : 17)

Als we de berichten lezen over de Mau-Mau-schandalen in Kenya, een land dat zich juist op de evenaar uitstrekt, op gemiddeld 1700 tot 2700 m boven de zeespiegel; het land dat omlijst is met blauwe bergen waarop eeuwige sneeuw glinstert in de tropenzon, dan volstaan we meestal met de goedkope opmerking: „Wat is het toch roerig in de wereld." En behaaglijk gaan we over tot de orde van de dag: wij wonen toch nog maar in een rustige streek; dat half-wilde volk ook, daar zal je altijd wel mee te stellen hebben. We weten niet, dat er smartelijke verliezen zijn geleden en nog tot vandaag toe bij elke nieuwe actie, en dat het juist de Christenen van het Kikuyu-volk zijn, die het kind van de rekening zijn. Er zijn namelijk ongeveer 150 kerkelijke scholen en inboorlingen-kerken, die over het land zijn verspreid. Deze kerkelijke gemeenten zijn zeer verschillend van omvang: ze variëren van 70 tot 1000 leden en kunnen zichzelf bedruipen.

We zullen hier de achtergronden niet belichten, die tot het optreden van die benden hebben geleid, maar meer wijzen op de gevolgen van de haat tegen het Christendom. Men moet weten, dat de beweging van de Mau-Mau er één is die besloten heeft en met eedzwering bekrachtigd om de Europeanen te verdrijven. De Christelijke godsdienst moet dan ook verbannen, want het gaat daarbij om het geloof van de gehate blanke. De Afrikaanse Christenen worden verdacht gemaakt als instrumenten in de hand van de blanken en daarvandaan staan ze aan ernstige vervolging bloot. De gemeenten kunnen op vele plaatsen de salarissen van de predikanten niet meer opbrengen. Veel scholen zijn de meeste van hun leerlingen kwijtgeraakt en van predikanten en onderwijzers zijn de huizen in brand gestoken. Uit vrees hebben verscheidene inboorlingen onder druk de eed afgelegd en ze durven die eed niet verbreken omdat zij dan verwachten door tovenarij om te zullen komen. Afrikaanse gezinnen verbergen zich in de bossen om veilig te zijn voor de wrede indringers en er zijn ook mensen die zelfmoord hebben gepleegd omdat ze bang zijn hun eed uit te voeren en toch ook bang zijn om dit niet te doen.

De echte Christenen hebben de volle kracht van deze aanvallen te doorstaan: de huizen verbrand, de mensen gefolterd en gedood. Voor de naam-Christenen ziin de aanvallen van de beweging verpletterend, maar het echte Christendom staat sterk, zoals dit steeds het geval is: de drukking der melk brengt boter voort. Uit

de districten waar de terreur het ergst is, komen de berichten van christelijke opleving.

De zending heeft in deze barre nood al veel goeds gedaan. De zendelingen zijn ongewapend, maar zodra ze horen dat het niet pluis zit, dan haasten ze zich ter plaatse waar advies, hulp of steun nodig is. De zendingsposten zijn ware toevluchtsoorden geworden voor iedereen die in moeilijkheden verkeert en bang is of zich bedreigd gevoelt. In de gezamenlijke nood zijn de verschillen tussen Europeanen en Afrikaners weggenomen. Niet lang geleden hebben de Afrikaners geld gegeven tot herbouw van een Engels kerkje in het binnenland, met de boodschap er bij: „De Europeanen hebben ons het eerst het Evangelie gebracht en wij wensen U dank te betuigen."

Iedere dag haast komen nieuwe berichten van zendelingen over schrik en wreedheid, maar die ook getuigen van verbluffende heldenmoed. „Het overblijfsel, " zo luidt een bericht, „dat standhoudt, is voortreffelijk. Er zijn stamhoofden en leiders en andere Afrikaners, die zonder bepaald christenen te wezen, zien dat hetgeen er gebeurt helemaal verkeerd is. En zij staan voor hun overtuiging. Maar verreweg de meesten zijn christenen. De verhalen die ik hoorde, zijn van een christendom dat het gehalte van dat der eerste eeuw heeft: mannen en vrouwen, jongens en meisjes (vrouwen en meisjes komen vrij goed voor de dag), die werkelijk geloven in Jezus en zo niet bang zijn te sterven. Sommigen sterven inderdaad. En allen houden rekening met de mogelijkheid. Toch zijn ze gelukkig, rustig, triumferend en niet verbitterd. Ik heb nog nooit zoiets gehoord. Het getuigenis omti'ent hen kan niet anders luiden dan dat omtrent de vroegste christenen, toen zij vervolgd werden."

Onze voorouders hebben ongeveer zo'n zelfde leven gehad, toen ze blootstonden aan allerhande vervolging. Uit de martelaarsboeken is hierover heel wat bekend, Wij weten die dingen van horen zeggen, maar aan den lijve hebben wij het niet ondervonden. W T ij gaan geregeld elke Zondag naar de kerk. Wie zou ons deren? Wie zou het in zijn hoofd halen ons kwaad te doen? Alles gaat zo vanzelf en alles is zo gewoon geworden, dat we er niet meer bij nadenken, hoe groot het voorrecht toch wel is, dat er een plaats van samenkomst der gemeente is en dan zonder gevaar. En orndat er geen vijand te duchten is, hebben we tijd over om op elkanders gebreken te letten, en die gebreken uit te spannen tot verschrikkelijke zonden. Omdat we geen gezamenlijke vijand hebben is er tijd over om elkaar te becritiseren. Wat zouden we anders doen? De Heere Jezus heeft gebeden of ze allen één mochten zijn, maar dat kan in deze tijd niet, zo wordt er dan nog gesproken. Zou er vervolging nodig zijn om voor elkander in de schuld te komen en voor elkander te gaan bidden vanwege het gevaar dat van de gemeenschappelijke vijand dreigt ? .

Zouden wij voor de vervolgde bewoners van Kenya kunnen bidden, als we het niet voor elkander kunnen doen ? Zijn de getuigenissen uit dat verre land niet beschamend voor ons? Of weten we van geen schaamte meer? Dan staat het er heel bedenkelijk bij. Dan kan de geschiedenis van de Mau-Mau ons heel wat leren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.