+ Meer informatie

Puzzel 210

3 minuten leestijd

In Markus 5 vind je de geschiedenis van een mens die van de duivel bezeten was. Ik heb uit dat hoofdstuk twintig zinnen opgeschreven. Ze staan allemaal door elkaar. Willen jullie ze in de goede volgorde zetten? Oom Rien, moeten we dan alle twintig zinnen overschrijven? Pfff.... Nee hoor, alleen de nummers. Zullen we er samen eentje doen? Markus 5 begint met: „En zij kwamen over op de andere zijde der zee, in het land der Gadarenen". Kijk nu eens de zinnen langs die hieronder staan. Wat zie je bij zin 7? Jezus en Z'n discipelen kwamen aan de andere kant van de zee. Daar heb je de eerste zin. Opschrijven: 1. zin 7. 1. Toen hij Jezus zag, liep hij naar Hem toe. 2. „Ik heet Legio, want we zijn met een heleboel", antwoordde hij. S.Jezus zei: „Nee, blijf jij hier en vertel wat de Heere voor jou heeft gedaan". 4. De herders vluchtten verschrikt weg naar de stad en vertelden daar alles. 5. „Wat heb ik met U te doen, Jezus, Gij, Zoon van God?" riep hij. Kleren kopen. Een nieuwe broek voor Gijs en een lap stof voor Geeske. Geeske mag zelf helpen uitzoeken. Dan gaan ze naar de markt. Mama koopt appels en sinaasappels. En voor Gijs en Geeske allebei een lollie. Een réuzenlollie. Gijs eet hem meteen op. Geeske niet. Ze bewaart hem in de tas met appels. Die moet Geeske dragen. Ze lopen weer naar de bus. Daar komt hij al. Er staan heel veel mensen te wachten. Geeske stapt in. Ze zoekt een mooi plaatsje. 11. De Heere Jezus vond het meteen goed. 12. Daar ontmoetten ze een man met een onreine geest. 13. Dat is zo ongeveer het ergstp wat je kunt vragen. 14. De arme man woonde bij de graven, dus op een kerkhof. 15. Alleen de man die genezen was, wilde graag met Jezus mee. 16. Niet ver uit de buurt liep een kudde zwijnen te grazen. 17. Stérk dat hij was! Niemand kon hem vastbinden. 18. Het liep met de zwijnen niet goed af; ze stortten in de diepte en stierven. 19. De mensen hadden wèl geprobeerd hem met boeien en kettingen vast te binden. 20. Mogen we in die zwijnen gaan wonen?" vroegen de duivelen aan Jezus.

Hoe vinden jullie zo'n puzzel? Schrijf me dat eens, als je wilt. Is hij te lang, te moeilijk of net goed? Ik ben er benieuwd naar. Allemaal een hartelijke poot van Loebas en een groet van Weer bij het raam. Mama gaat nu naast Gijs zitten. Naast Geeske zit niemand. Ze zet de zak met appels naast zich neer. Ze kijkt naar buiten. De bus gaat rijden. Geeske houdt zich vast. Ze gaan de bocht om. Rommel-de bommel-de bommel. Daar rollen de appels allemaal uit de zak op de grond. De zak is omgevallen. Geeske krijgt een kleur. Ze kijkt naar mama. Die gaat gauw zoeken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.