+ Meer informatie

Zending in Rhodesia

5 minuten leestijd

Teleurstelling en bemoediging

Meermalen hebben we mogen vernemen, dat het werk van de zending in Rhodesia vruchten heeft afgeworpen, niet alleen voor de lichamelijke welstand van de bewoners, maar ook op het gebied van het geestelijk leven. Vooral van dit laatste zullen nooit de zendingsarbeiders lof ontvangen, maar de Heere, Wiens werk het is, zal hierdoor geprezen worden. Nu is het niet zo, dat overal waar zich posten bevinden, het werk voorspoedig gaat. Er zijn plaatsen, waar het echt ploegen op rotsen is. Uit de geschiedenis van de zending blijkt zo vaak, dat jaren aaneen is gearbeid zonder dat er vruchten waren waar te nemen, maar dat dan onverwachts de Heere het werk kwam te zegenen. De Heere werkt naar Zijn soeverein welbehagen, op de tijd, die Hijzelf heeft bepaald. De zendingsarbeiders moeten zaaien en nat maken, maar de wasdom zal alleen van Boven moeten komen.

Een plaats in het zendingsterrein van Zuid-Rhodesia, waar heel weinig vrucht wordt gezien, is Betang. Gedurende tien jaren worden er elke zondag diensten gehouden, die slechts door een paar vrouwen en twintig kinderen worden bezocht. Op school komen ongeveer veertig kinderen de lessen volgen.

De bevolking is verslaafd aan de drank en het zedelijk peil staat bedenkelijk laag. Bijna iedere avond zijn er bierfeesten, die uitlopen op dronkenschap en allerhande zondige daden. Het bier wordt door de mensen zelf gebrouwen, dus komt men er goedkoop aan. De machtige wapenen van satan zijn hier drankzucht en onzedelijkheid.

De mannen zijn wild en gevaarlijk. Men moet altijd op zijn hoede zijn; het kan gebeuren, dat men onverhoeds wordt aangevallen. Luister maar.

Het is nacht. Van Woerden slaapt op een karnpbed, dat zich in een opening bevindt van een ruwgebouwde schuur. Dit bouwwerk doet overdag dienst als school. Ramen en deuren zijn er niet; enkele openingen in de wanden zorgen voor licht en lucht.

Behoedzaam sluipt een neger door de stille nacht naar het kampbed, dat half binnen, half buiten staat. In de hand van de neger bevindt zich een bewerkt stuk hout van ongeveer drie pond. De man heeft niet veel goeds in de zin, want anders zou hij niet zo voorzichtig het bed naderen van de slaper.

De neger komt nader en is vlakbij Van Woerden gekomen. Nog even omzien, en clan.... met het stuk hout slaat hij op het hoofd van de man, die zich van geen gevaar bewust is. Vlug loopt de zwarte weg en laat het hout bij het bed liggen. Met een schok wordt de slaper wakker. Hij is suf en weet niet ineens waar hij is. Hij opent zijn ogen, maar hij ziet niets. Het is schemerdonker. Hij voelt aan zijn hoofcl en wrijft over een pijnlijke plek: een buil. Langzamerhand zijn zijn ogen aan het donker gewend. Op de grond ligt een stok, die met houtsnijwerk is versierd.

Nu gaat Van Woerden een licht op. De buil op zijn hoofd is met clie stok toegebracht. Dat wapen heeft waarschijnlijk toverkracht. De persoon, clie ermee wordt geraakt, zal onmiddellijk dood zijn, of de dood zal spoedig volgen. Van Woerden glimlacht bij deze gedachte en probeert de slaap weer te vatten.

De volgende morgen gevoelt hij zich fris, al is cle buil nog aanmerkelijk groter geworden. Het helpt niet al denkt hij aan het voorgevallene in cle nacht. De Heere heeft zijn dood nog niet gewild en de arbeid roept. Voor zo'n kleinigheid kan hij toch het spreekuur voor de medische dienst niet voorbij laten gaan? De mensen, die straks komen, mogen niet worden teleurgesteld.

En zo wercl de arbeid weer voortgezet.

In cle middag wercl cloor ds Mzamo, cle negerpredikant, een dienst gehouden, clie door ongeveer veertig mensen werd bezocht. Onder hen waren ook enige mannen, die bekend staan als wilde, immorele dronkaards. Gedurende de dienst hielden ze zich gelukkig rustig.

Velen wonen de diensten bij, om na afloop een medische behandeling te ontvangen. De lichamelijke kwalen worden hoger aangeslagen dan de geestelijke ziekten. Dit verschijnsel doet zich echter niet alleen in de onbeschaafde wereld voor; daar moet men niet alleen in Betang voor zijn.

Na cle dienst kwam er nog iets bemoedigends voor de dokter. Een moeder met een kind bij haar kwam Van Woerden bedanken voor cle hulp, clie haar kind een paar maanden geleden had ontvangen. Men moet weten, clat het kind zijn beentje had gebroken. Zo goed en kwaad als het ging, had Van Woerden met cle primitieve middelen, die hem ten dienste staan, het beentje gezet en in een gipsverband gedaan.

Nu kon het kind lopen en springen naar hartelust. Het beentje was volkomen genezen.

Zo'n bedankje van een gelukkige moeder werkt zo bemoedigend. En bemoediging hebben de zendingsarbeiders zo nodig. Er zijn zo vaak teleurstellingen. Ze moeten zo veel arbeiden aan een werk, dat hun krachten haast te boven gaat. Gelukkig wanneer ze zich mogen gevoelen in dienst te staan van Hem, Die krachten geeft.

Bemoedigend is voor de arbeiders in cle veraf gelegen posten, ver van het vaderland, ook het meeleven van het thuisfront. Hoe verkwikkend kan een brief uit het vaderland zijn! Al is het ook een schrijven van enkele weken geelden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.