+ Meer informatie

Wolken

5 minuten leestijd

„Mam, ik heb een hele mooie trui gezien!" Ruth kwam met een verhit gezicht de keuken in. „Bij Nella d'r moeder, mam. Gaan we 'm kopen?" Heleen liet de laatste aardappel in de pan plonzen. Ze keek achterom, zag de verlangende blik in Ruths ogen. „Je hebt nog een trui nodig, ja", knikte ze. Ruth maakte een luchtsprongetje. „Gaan we dan meteen?" drong ze aan

Even later zaten ze op de fiets. Het kon nog net voor David thuiskwam. De winkel van Nella d'r moeder was vlakbij. Heleen had het grot? bord voor de ramen al gezien: "Opheffingsuitverkoop". Ze had medelijden met de bijstandsmoeder. De winkel had nooit goed gelopen...

„Het is echt een hele mooie, mam", babbelde Ruth. „Blauw met rood en groen; past precies bij m'n blauwe rok'. Ze reed met een klap de stoep op, sprong van haar fiets. „Kijk, daar hangt-ie!" Ze wees naar een van de vele truien die kriskras uitgespreid lagen. Heleen zette bedachtzaam haar fiets in het verroeste rek. Nella d'r moeder was nooit goedkoop geweest...

Ruth duwde de deur open. „Ik vin 'm akelig mooi", zuchtte ze. „U ook?" Heleen knikte langzaam. Ze kon het prijskaartje niet zien. Als het maar geen teleurstelling werd... Ruth had smaak, dat was zeker, maar soms was die smaak bijna onbetaalbaar voor eenvoudige mensen.

De verkoopster haalde de trui uit de etalage. „Een mooi ding", knikte ze naar Ruth. „Trek 'm maar 'ns aan, joh". Ruth wurmde zich uit haar jas. Haastig trok ze haar oude trui over haar hoofd. Het ding kraakte een beetje. Heleen keek vlug naar het prijskaartje. Gelukkig, dat was te betalen! „En er gaat nog 10 procent af, mevrouw", zei de verkoopster.

Ruth sprong om hen heen. Heleen glimlachte naar haar. „Hij staat je prachtig", zei ze. „Zullen we 't maar doen, Ruth?" Ruths ogen gingen glanzen. Had ze misschien verwacht dat moeder alsnog "nee" zou zeggen? „O mam, u bent een schat!" zuchtte ze. En ze zoende Heleen pardoes, midden in de winkel. „Nou, nou", lachte de verkoopster.

Heleen rekende af. Ze keek eens naar de verkoopster. Dit was Nella d'r moeder niet. „Opheffingsuitverkoop?" begon ze voorzichtig. „Gaat mevrouw verhuizen?" De verkoopster gaf een mooie plastic zak aan Ruth. Toen schudde ze haar hoofd. „Ze stopt ermee", zei ze, wat kortaf „Het valt ook niet mee, hier". Haar ogen werden donker. „Dat..."

Heleen schrok van de vloek. Ze zag Ruth kijken. Moest ze nu waarschuwen? Misschien was het een gewoontewoord van deze vrouw. Misschien wist ze niet eens wat ze zei...

De vrouw praatte verder. Er was geen onvertogen woord meer bij. Opgelucht ging Heleen de winkel uit. Ruth hield de plastic zak stevig vast. Ze trok de deur met een klap dicht. „Die mevrouw vloekte", zei ze geschokt. „En dat mag niet, hè mam? Zou ze niet christelijk zijn? Nella d'r moeder is ook niet christelijk, want Nella wist niet eens wie Adam en Eva waren".

Heleen deed het sleuteltje in haar fietsslot. „Ze is vast niet christelijk", antwoordde ze vlug. En ze hoorde zelf hoe slap het klonk. Waarom had ze niks gezegd, zoeven? Schaamde ze zich voor de Heere? Ze voelde zich opeens schuldig. Zwijgend fietsten ze naar huis.

Thuis liet Ruth de trui meteen aan vader Harmen zien. „Je bent verwend", lachte hij. Hij knipoogde naar Heleen. Ze glimlachte aarzelend. Zou ze 't Harmen vertellen? Hè, ze kreeg er een kleur van...

Ruth huppelde met de trui de kamer uit. „Wat is er?" vroeg Harmen. „Ging dat ding soms boven je begroting?' Hij kwam naar haar toe. Heleen schudde haar hoofd. „Ik heb gefaald, Harm", zei ze zacht. En ze vertelde... 

Harmens ogen werden ernstig. „Zijn Naam moet ons alles waard zijn", reageerde hij. „Maar ach, we zijn zulke slechte getuigen..." Heleen knikte. ,Alsof ik me voor Hem schaamde", kwam ze. „Ik schrok wel, hoor Harm. En het deed ook écht pijn, maar verder..."

Ruth kwam weer binnen. „Huilt u?" vroeg ze. „Ik ben blij met de trui, hoor mam!" Ze streek met haar vinder over de verschillende kleuren. Heeen veegde haar tranen weg. „Ik denk aan de verkoopster", zei ze. „Zij vloekte, Ruth... En mama, mama had er iets van moeten zeggen. Mama had die vrouw moeten waarschuwen.

Ruth keek bedachtzaam. Toen klaarde haar gezicht op. „U kan het nog goedmaken, mam", antwoordde ze, „want het nieuwe jaar is nog héél lang". Het was Ruths eigen toepassing op dominees woorden aan het begin van zijn nieuwjaarspreek. Begon niet iedereen een nieuw jaar met goede voornemens?

Heleen had genoeg om over na te denken. 

Ada Verrips

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.