+ Meer informatie

Nieuwe ontwikkelingen in de biologie

5 minuten leestijd

Opnieuw lijken er revolutionaire resultaten geboekt te zijn in biologisch onderzoek. Als de meest vergaande interpretatie van deze resultaten bij muizencellen ook voor de mens zou gelden, zouden in het laboratorium eicellen en zelfs embryo's gekweekt kunnen worden zonder dat er van bevruchting sprake is. Wat betekenen deze resultaten voor de gedachtevorming over het begin van menselijk leven en over de beschermwaardigheid van menselijke embryo's?

In de eerste plaats kunnen bij die vergaande interpretatie vraagtekens worden geplaatst. Dat de kweek van embryonale stamcellen van muizen ook leidt tot de vorming van eicellen lijkt wel aannemelijk, maar de vorming van "echte" embryo's is mijns inziens zeer onzeker. De waargenomen embryoachtige groepen van cellen zijn ontstaan via parthenogenese. Dit is bij het kweken van muizeneicellen vaker waargenomen. Tot nu toe blijken de aldus ontstane embryo's niet langer dan enkele dagen te kunnen leven. Het is dan ook zeer de vraag of hier nu echt van een embryo sprake is in de zin van een nieuw individu dat in zichzelf de mogelijkheid bezit om onder de juiste omstandigheden een volledige normale ontwikkeling door te maken. In het licht van allerlei biologische gegevens over de rol van vaderlijke en moederlijke genen bij de embryonale ontwikkeling is dat niet waarschijnlijk. Bovendien blijkt, althans tot nu toe, het kweken van embryonale stamcellen van muizen veel gemakkelijker dan van menselijke embryonale stamcellen.

In gedachten overgaand naar menselijke embryonale stamcellen (hEC) in kweekschaaltjes, dan is het eerste ethische probleem dat bij het tot stand brengen daarvan menselijke embryo's verloren gaan. Inmiddels is er een aantal cellijnen van hEC voor onderzoek beschikbaar en bij het gebruik daarvan gaan in elk geval geen nieuwe embryo's verloren. Als zou blijken dat ook bij het kweken van hEC eicellen worden gevormd, dan kan dat voor het onderzoek naar de vorming en rijping van eicellen van groot belang zijn. Of het daarbij gaat om goed functionerende eicellen, die ook bevrucht zouden kunnen worden, zal nog moeten blijken.

In de literatuur wordt al gespeculeerd over het gebruiken van dergelijke eicellen voor zogenaamd therapeutisch kloneren. Van het zo ontstane kloonembryo zouden stamcellen en vervolgens allerlei typen lichaamscellen gekweekt kunnen worden, waarmee dan de patiënt behandeld zou kunnen worden. Punt is wel dat het kloonembryo een -kunstmatig tot stand gebracht- menselijk embryo is, dat weer verloren gaat wanneer daarvan embryonale stamcellen worden gekweekt.

In de eerste reacties speculeren enkele theologen en ethici over de betekenis van de vorming van de waargenomen embryoachtige celgroepen in de weefselkweek, ervan uitgaande dat het daarbij om levensvatbare embryo's zou gaan. Dit zou betekenen, zo stellen zij, dat niet meer is vol te houden dat het vroege menselijke embryo een volledig beschermwaardige vorm van menszijn is. Immers, de volledige beschermwaardigheid is door pro-life-ethici verdedigd vanaf de bevruchting. Maar bij dergelijke embryo's in weefselkweek is helemaal geen sprake van bevruchting.

De beschermwaardigheid is echter nooit gebaseerd op de bevruchting. In de eerste plaats komt een vorm van kloneren ook van nature voor, namelijk bij het ontstaan van een eeneiige tweeling. Eén daarvan is niet direct uit bevruchting ontstaan. In de tweede plaats is door die ethici verdedigd dat menselijke embryo's, eventueel tot stand gebracht via de Dolly-techniek, ook volledig beschermwaardig zouden zijn. De beschermwaardigheid is niet gebaseerd op de ontstaanswijze, maar op het feit dat het gaat om een individu van de menselijke soort, dat een voor de mens normale volledige ontwikkeling kan doormaken.

Gesteld dat bij het kweken van hEC inderdaad levensvatbare embryo's ontstaan die een normale volledige ontwikkeling kunnen doormaken, dan dienen we mijns inziens ook bij die embryo's te spreken van een volledig beschermwaardige vorm van menselijk leven. Uit reacties van sommige ethici krijg ik de indruk dat zij de verwarring ten aanzien van de beschermwaardigheid van het vroege embryo willen vergroten om op die wijze meer ruimte te claimen voor onderzoek met menselijke embryo's, hoe dan ook verkregen. Dergelijke embryo's zouden echter meer voor onderzoek dan voor de voortplanting worden gebruikt. Het tot stand doen komen van zulke embryo's in een weefselkweek van embryonale stamcellen acht ik dan ook ethisch onaanvaardbaar.

Vooralsnog lijkt het mij echter onwaarschijnlijk dat het daarbij inderdaad gaat om echte menselijke embryo's die als volledig beschermwaardig beginnend menselijk leven gezien moeten worden. Het lijkt mij van belang om via dieronderzoek na te gaan of bij embryo's die via parthenogenese worden gevormd, in principe de mogelijkheid van een volledige normale ontwikkeling bestaat of niet. Zo niet, dan gaat het bij parthenogenese embryo's niet om een individu van de soort, maar om een kunstmatige levensvorm (biologisch artefact). Bij de mens zou dan een dergelijke levensvorm niet speciaal beschermwaardig zijn en voor onderzoek gebruikt kunnen worden. Zo lang dit echter niet duidelijk is, dient men bij de mens af te zien van het tot stand doen komen van parthenogenese embryo's.

Overigens roept heel deze ontwikkeling ook de vraag op of bij het onderzoek inzake menselijke voortplanting en embryo's al niet eerder, en nu nog weer verder, grenzen zijn overgegaan, waarbij de vereiste eerbied voor het geheim van het ontstaan van een nieuw mensenleven, dat altijd een van God geschonken eeuwigheidswaarde heeft, terzijde is geschoven.

Prof. dr. ir. H. Jochemsen, directeur Prof. dr. G. A. Lindeboom Instituut voor christelijke medische ethiek

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.