+ Meer informatie

Ds. Gezelle Meerburg De boeteprediker von het land van Altena

3 minuten leestijd

15

Teer spreekt hij tot hen, die van verre staan. Hij wijst op de tekenen van leven, die zij vertonen. Toch laat hij daarin niet rusten. De lammeren wil hij niet verstoten, maar wel gaat het er hem telkens om, dat zij in de enige gerechtigheid van het bloed van Christus hun vastheid zouden zoeken. Ze weet hij de bekommerden in de liefde te vermanen, bv. in de, wat het geestelijk leven betreft zo sprekende preek over het welbehagen des Heeren in de armen en verslagenen van geest (Jesaja 66 : 2b): „Ik wens u, dat gij haastig tot de Heere moogt gaan met de bede, of Hij uw ongeloof wil te hulp komen, uw roeping en verkiezing vastmaken wil en u, die arm van geest geworden zijt, bekleden wil met de klederen des heils, u door het geloof met de mantel Zijner gerechtigheid omhangen.....„

Waarschuwend spreekt hij ook in één van zijn preken over de geestelijke hoogmoed. En hij neemt een bijzonder voorbeeld van die hoogmoed, nl. als iemand, die op goede gronden mag weten het eigendom van Christus te zijn, zo spoedig door anderen wordt veroordeeld. De man staat te hoog, is het oordeel dat dan klinkt. Ook daarin weet Gezelle Meerburg het arglistig hart zelfs van degenen, die God vrezen, te ontdekken. Luister naar hem, als hij de hoogmoed onderkent: „waarom veroordelen zij hem? Omdat zij zelf nog niet zover gevorderd zijn op de weg des levens en het licht in anderen niet kunnen verdragen”. Zo getuigt hij op de kansel tegen het veel spreken op gezelschappen om zichzelf in het middelpunt te plaatsen of om het gemis aan beleving te bedekken.

In dat alles spreekt het diepe inzicht van deze prediker in de arglistigheid van het hart. Hij die zelf in de vreze des Heeren door moeilijke omstandigheden heen ootmoed geleerd had, was ook juist het geschikte instrument in Gods hand om te waarschuwen tegen allerlei vormen van hoogmoed.

Ontdekkend, ook voor het volk des Heeren, waren ook de bijzondere boete-preken, die Gezelle Meerburg gehouden heeft. De rampen, die ons land en volk in zijn tijd hebben getroffen, waren voor hem meer dan éénmaal oorzaak vanaf de kansel tot bekering en verootmoediging te roepen. M aar dan wees hij maar niet alleen op de zonden van land en volk. Hij richtte zich vooral tot de gemeente en vertolkte Gods oordelen over allen, die buiten God leefden. En bijzonder het volk des Heeren kreeg een beurt: „Gij, die des Heeren zijt! om uwentwil voornamelijk hebben wij deze woorden gesproken, of wij een middel mochten zijn in Gods hand om u op te wekken tot schuldbelijdenis, tot gebed voor land en volk.....” En even verder: „Daarom, als des Heeren volk zich niet verootmoedigt, met de zonde van land en kerk zich niet voor God nederwerpt, dan zullen zij mede oorzaak zijn van meerdere oordelen.....”

We eindigen hiermee deze artikelen over de boeteprediker van het land van Altena. We zouden veel andere dingen over zijn leven en prediking naar voren hebben kunnen brengen. Geprobeerd is om iets te laten zien van de worsteling om het belijden en beleven van de vrije genade-leer in zijn leven en prediking. Wij mogen de mannen, die de Heere tot die worsteling in Zijn wijngaard gegeven heeft, niet verheerlijken. De Heere alleen komt de eer toe, ook van het werk, dat Hij in en door hen gedaan heeft. We mogen ze wel hoogachten. En dat zal, wat Gezelle Meerburg betreft, het best gebeuren in de beleving van de belijdenis der vrije genade. Om ook in onze tijd dat te zoeken in het midden van Gods wijngaard.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.