+ Meer informatie

OPGRAVINGEN

6 minuten leestijd

Wanneer men getrouw zijn dagblad leest in 1952, dan duizelen we er wel eens van, wanneer men de uitkomsten van de moderne techniek nagaat. Uitvinding op uitvinding wordt er gedaan en we zijn zo langzamerhand gekomen op het punt, dat we ons eigenlijk nergens meer over verbazen.

In deze moderne techniek zoekt de nxens naar de macht. Het is de mens, die zich aan alle kanten bedreigd w r eet, die voortdurend een zekere angst in zijn hart gevoelt en die dus naar veiligheid en zekexiieid zijn handen uitstx-ekt.

Het behoeft wel geen uitvoerig betoog, dat deze zucht naar de macht ook aan de wortel ligt van talloze uitixxgen van onze Westerse beschaving. Van de wetenschappen, die heden ten dage beoefend worden, kan gezegd worden, dat zij in talrijke opzichten beogen een greep naar de macht. De Engelse wijsgeer Bacon heeft al gezegd: „Wetenschap is macht." Waarom zou de wetenschap zo geïnteresseerd zijn bij radar en atomen, wanneer het niet was om de macht, die wij ons daarmee verwerven kunnen? Wij zijn kleine, opgejaagde mensen en wij willen ons veilig stellen, wij willen de gevaren afweren, wij willen ons een koningsplaats veroveren. „Wetenschap is macht." Dat staat boven de

poorten van onze Westeuropese, maar evengoed boven de wereldgeschiedenis. Het „gij zult als God wezen" uit Gen. 2 dreunt als een machtige echo nog na in de 20e eeuw.

Eén van de wetenschappen, waar we thans iets over mee willen delen, is die der opgravingen. We zullen nu eerst dit begrip ontwikkelen. Afgaande op de betekenis van het woord betekent: iets uit de diepte te voorschijn halen door graven, dus iets op graven. En dat opgraven heeft dan betrekking op historische dingen, voorwerpen, steden enz., die eeuwen geleden aan de oppervlakte van de aarde hebben gelegen, maar die in de loop der tijden ónder de oppervlakte zijn verdwenen door verschillende oorzaken, waarover later meer.

Nu houdt men zich over een groot gedeelte van de aarde bezig met deze wetenschap. Men wil daardoor nagaan, of de historie van een land en een volk, zoals die ons in geschriften wordt meegedeeld, inderdaad op waarheid berust. Men is vaak niet meer tevreden met het ontleden van de litteraire bronnen. Men vraagt naar feiten, naar historische werkelijkheid. Dit verlan-

gen is het, dat de geleerde aandrijft om uit de besloten ruimte van het studeervertrek te trekken en te gaan delven naar de overblijfselen van hetgeen eens werkelijkheid was.

Dit streven openbaart zich bij de Vaderlandse geschiedenis, de Algemene geschiedenis, maar ook bij de Bijbelse geschiedenis en dan meer speciaal over het land Kanaan. Over dit laatste onderdeel, nl. de opgravingen in Kanaan, wilden we in „Daniël" het één en ander behandelen.

Laten we eerst deze vraag beantwoorden. Hebben wij als lezers en lezeressen van „Daniël" behoefte aan de resultaten van deze nog betrekkelijk nieuwe wetenschap ?

De Bijbel is het Woord van God. Hiermee houdt voor ons alle tegenspraak op. „Er staat geschreven." Punt. Uit. Onvoorwaardelijk. Voor iedereen is dat echter niet het geval. Er zijn mensen, die de Bijbel niet (meer) kennen. Ja, ook in ons land, hetzelfde land, waar in vroeger eeuwen de oude geuzen geroepen hebben bij de brandstapels, waarop door de Spaanse tyrannie de Godsbladen werden verbrand en verscheurd. Scheurt de Bijbel maar aan stukken of verbrandt hem maar, wij hebben hem toch al van buiten geleerd." En nu kennen brede lagen van onze bevolking Gods Woord niet meer. „Snelle afloop als der wateren."

Maar er zijn ook mensen, die de Bijbel wel kennen en van de inhoud tamelijk goed op de hoogte zijn, maar die er niet onvoorwaardelijk in geloven. Die geschiedenissen uit die oude Bijbel zijn al zo lang geleden! En je kunt er niets van controleren. Welnu, met opgravingen zijn heel wat Bijbelse gegevens na te gaan. Als nu de zucht naar de uitkomsten der opgravingen voortkomt uit deze gedachte, dan zijn we beslist fout. En dan komen we weer terecht bij onze inleiding: „Wetenschap is macht." De Bijbel nog wel zo'n beetje geloven (historiëel), maar door onze wetenschap en ons onderzoek zullen wij uitmaken, wat van de Bijbel waar is en wat oudwijfse fabelen zijn. Wanneer wij uit dit standpunt ons gaan bezig houden met de opgravingen, dan kunnen we er beter niet aan beginnen. Van hieruit bezien hebben wij geen behoefte aan deze wetenschap, want, wij belijden, dat dit Woord Gods niet is gezonden, noch voortgebracht door de wil eens mensen, maar de heilige mensen Gods, van de Heilige Geest gedreven zijnde, hebben het gesproken, gelijk de H. Petrus zegt. Daarna heeft God door een bijzondere zorg, die Hij voor ons en onze zaligheid draagt. Zijn knechten, de profeten en apostelen geboden, Zijn geopenbaarde Woord bij geschrift te stellen; en Hijzelf met Zijn vinger de twee tafelen der Wet geschreven. Hierom noemen wij zulke schriften: Heilige en Goddelijke Schrifturen." (Art. 3. N.G.B.) Zie ook artikel 5.

Hieruit volgt, dat wij geen behoefte hebben aan uitkomsten der opgravingen. Wanneer wij niettegenstaande dit toch over opgravingen gaan schrijven en lezen, dan moeten andere bedoelingen voorzitten, b.v. dat juist door de opgravingen op bijzonder treffende wijze Gods Woord wordt bevestigd. Dus niet: eerst opgravingen en dan zullen we wel eens kijken, of dat klopt met de Bijbel, maar eerst de Bijbel en dan mogen we wel eens kijken, hoe die Bijbel door opgravingen, ja ook door opgravingen wordt bevestigd. Geen brutale nieuwsgierigheid dus. En hier en daar kunnen we moeilijke gedeelten uit de Schrift nog wel eens verklaren met de uitkomsten van deze wetenschap, terwijl op andere gedeelten dikwijls een verrassend licht wordt geworpen. * * *

Wij ontveinzen ons niet, dat èn voor de schrijver èn voor de lezer (es) dit een moeilijk onderwerp wordt: de bronnen, die we bij dit onderwerp gebruiken, krioelen van tekeningen, schetskaartjes, foto's enz., wat allemaal erg verduidelijkend en verhelderend werkt. Om finantiële redenen kan dat in „Daniël" helaas niet, zodat er heel wat gevraagd zal worden van ons voorstellingsvermogen.

Wij stellen ons voor, achtereenvolgens iets te gaan schrijven over de techniek en praktijk der opgravingen in het algemeen en daarna D.V. wat gedetailleerde uitkomsten mee te delen en deze te bezien in het licht van Gods Woord.

W. VAN DIJK.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.