+ Meer informatie

Jordanië

Sporen van de oudheid soms nauwelijks te vinden

6 minuten leestijd

De poort van tiaarianus mag dan wel een fascinerende triomfboog van de Oude Tijd zijn, het geluid van Nu (toeterend en ronkend autoverkeer) verprutst de sfeer aan de rand van het tempelstadje Jerash behoorlijk. Pas achter het heuveltje en de oude stadsmuur ben ik eindelijk alleen met het ruisen van de wind, die bij vlagen het gezang van de moeddzin (moskeebeambte) over de heuvels meedraagt. Voorzichtig loop ik in West-Jordanië over de brokstukken van vroeger, bang om deze kwetsbare overblijfselen met een lompe beweging nog verder tot kruim te verpulveren.

In de eerste eeuwen van onze jaartelling leefde de bevolking van Jordanië voornamelijk van wat men verdiende aan de karavaanroutes die China, India en Zuid-Arabië verbonden met Syrië, Egypte en de kusten van de Middellandse Zee. Jerash had een gunstig klimaat, een rivier in het dal en voldoende landbouwgrond in de directe omgeving. Vandaar dat volkeren zich hier wel wilden vestigden. De Romeinen bijvoorbeeld, die het groeiende stadje toen nog Gerasa noemden. De stad werd onderdeel van de Dekapolis, de tien steden in ZuidSyrië en Noord-Jordanië, en kende haar hoogtepunt in de Ie en 2e eeuw. In 330 werd het ingelijfd bij het Byzantijnse keizerrijk, met het christendom als belangrijkste godsdienst. Het kwam daarna eigenlijk nooit meer goed met de stad waar eens zo'n 15.000 mensen zouden hebben geleefd. In 614 werd het door de Perzen geplunderd, in 635 door de Arabieren en in de 8e en 9e eeuw waren het aardbevingen die de aangeslagen stad voor een groot deel deed verkruimelen.

Weer knooppunt
Jerash is nu weer een knooppuntje op de toeristische karavaanroute die van Europa naar het Verre Oosten loopt, waarbij de kameel door het vliegtuig vervangen is. Het is gelukkig niet zo druk. In redelijke rust kan ik twee eeuwen in de tijd afdalen en proberen me een > voorstelling te maken van het leven van toen. Aan de binnenkant van sommige poorten zijn de groeven nog te zien van de strijdkarren, die zich destijds gehaast en onnauwkeurig de stad in of uit hebben weten te wringen. Elders zijn er de tempels, de met zware keien geplaveide straten en vooral de hoge, statige zuilen. Verderop kloppen en hakken een paar restaurateurs aan het gesteente. Ze schuiven nieuwe, gladde stenen tussen de oude, brokkelige muren. Ik sla het met gemengde gevoelens gade. Moeten de bouwkundige overblijfselen van een vroegere tijd steeds maar weer opgepoetst en opgelapt worden? Kan de tijd niet gewoon geleidelijk maar verwoestend haar gang gaan?

Betondraad
Een van de zuilen, vlakbij het Nymphaeum, is in het midden vervangen door een betonnen kolom van een paar meter hoogte. Het betonijzer steekt er nog net niet uit. Het Zuid-Theater heeft men grondig opgeknapt. Daar ben ik ineens weer wel blij mee, omdat er nu af en toe tenminste nog wat gezongen of gedeclameerd kan worden. Al is 't het zottige proza van de opgewonden toerist. Over het behouden van bijzondere bouwwerken heeft men door de eeuwen steeds weer anders gedacht. Nu legt men graag een autoweg of een torenflat op de plek waar lange tijd "monumenten" hebben gerust. In de Byzantijnse periode bakte men omgevallen pilaren tot keramiek of bouwde men van de antieke brokstukken gewoon weer een nieuw huis.

Islam
Op weg terug, in de bus van Jerash naar Amman, ben ik weer helemaal terug in de tegenwoordige Arabische wereld. Dromerige, somber-klinkende muziek komt door de luidsprekers. Een oude man achter me spreekt een Australische reiziger, naast me, vermanend toe. Waarom hij z'n haar in een staartje draagt, of-ie misschien een meisje is en dat die gedaanteverwisseling wat de islam betreft een onverteerbare zaak is. „Het is verkeerd om je schepping te veranderen", sist de man met de geblokte hoofddoek de bleekgeworden Australiër toe. In het Midden-Oosten is de islam alom aanwezig. Als een blinde passagier reist hij met je mee, te pas en te onpas te voorschijn tredend in velerlei gedaantes. Zo vroeg ik al in het vliegtuig van Amsterdam naar Amman voorzichtig aan een door doeken omwikkeld meisje naast me, wat ze allemaal met blauwe en rode pennen in haar schriftje aan het krabbelen was. Dat ging over de islam, vertelde ze bijna gedurende het gehele traject gretig met groot-glinsterende ogen, terwijl haar antwoord uitgroeide tot een monoloog, een lezing, een kruistocht bijna.

Trouwen
In de taxi naar Jerash word ik enthousiast op de schouder geklopt als ik zeg dat ik ongetrouwd ben. De voordelen worden breed uitgemeten en mijn twee Arabische passagiers en de chauffeur steken de loftrompet over de Europese vrouw die zo "vrij" en "ongecompliceerd" zou zijn. Begeleid met wegwerpgebaren en hoofdschudden maken m'n medepassagiers duidelijk dat het met de Arabische vrouwen, zacht gezegd, droevig gesteld is. Maar dan ineens, na een korte stilte, merkt een van hen op, een landbouwingenieur uit Azraq, al wat meer tot rust gekomen, dat in Jordanië alleen meisjes getrouwd worden die maagd zijn. Dat is in Europa wel anders, brommen nu de anderen, waarop weer een korte stilte volgt en daarna, onvermijdelijk, weer een nieuwe bloemlezing uit de koran. Grote islamitische broer mag dan immer aanwezig zijn, de Jordaniërs hebben snel vrede met een buitenlander. Gastvrijheid staat immers hoog geschreven in het vaandel van de islam. Daar komt bij dat Jordanië, in verhouding tot landen als Saoedi-Arabië, Iran of Pakistan, tot de meer liberale landen behoort. Extreem-religieuze groeperingen schieten nauwelijks wortel en worden snel van repliek gediend. Dat neemt niet weg dat ze er zijn en ooit misschien tot een factor van betekenis kunnen uitgroeien.

Amman
Amman heette vroeger Philadelphia, eens een van de tien steden van de Dekapolis. Ik wandel ietwat verloren tussen de moderne huizen en het druk-toeterende verkeer, op zoek naar sporen van de oudheid. Maar daar is in Amman weinig van over. Bakkers zie ik, horlogewinkels en ruimtes waar skeletten worden verkocht. Er is veel zilver en goud, overal sportschoenen en veel parfumerieën. De oudheid van Amman is afgebrokkeld, verkiezeld en door water naar de zee gedragen of met de wind naar de woestijn. Boven in het Jordan Tower Building valt mijn oog ineens op een paar pilaren boven op een heuvel. Dus toch. De ober van het restaurant op de 23e verdieping vertelt dat het de zuilen van de tempel van Hercules betreft en hup, daar ga ik, lift in, gebouw uit en heuvel weer op. Citadell Hill stelt niet veel voor. Een paar zuilen, een Byzantijnse kerk en wat verspreid liggende brokstukken. Maar het zicht en uitzicht over de heuvels is mooi. En als de moeddzin met z'n sonore gezang uit alle delen van de stad tot het gebed oproept, droom ik weg en ben ik in plaats en tijd weer ver van huis.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.