+ Meer informatie

TER OVERWEGING

16 minuten leestijd

Drs. H.C. Endedijk, De Gereformeerde Kerken In Nederland. Deel 1 1892-1936. Uitg. Kok, Kampen. 252 blz. f 45,-.

Dit boek beschrijft de eerste helft van de geschiedenis van de Geref. Kerken sinds 1892, toen deze kerkgemeenschap ontstond door het samengaan van de afgescheiden en de dolerende kerken. Beschrijving en beschouwing wisselen elkaar vlot af, Valien veelal samen en laten zich gemakkelijk lezen. Natuurlijk komen ook onze kerken ter sprake. Dat de visie op ‘1892’ die drs. Endedijk ten beste geeft, van de onze verschilt, is uiteraard te verwachten. Maar als hij schrijft dat “de afgescheidenen op alle fronten de overwinning boekten” (blz. 80), dan lijkt me dat niet in overeenstemming met de werkelijkheid zoals de synodale stukken die weergeven. Bij de beschrijving van de behandeling van het bezwaarschrift van Wisse-Van Lingen (88v.) wordt wel gewezen op het ontwijken en omzeilen van de synode, maar hun “overwegend bezwaar” wordt min of meer onder de tafel gewerkt en als het gaat over “De paeificatie van Utrecht” in 1905, dan wordt wel het bezwaarschrift van Bedum (1896) genoemd, maar ‘1892’ totaal genegeerd, toen de Doleantie in de Vereniging - naar prof. Knetsch onlangs terecht opmerkte - een “hypotheek” meebracht die Van Lingen “onderkende”. Van enig besef dat de verenigde kerken deze “hypotheek” willens en vyetens zonder nader onderzoek voor 100% op zich hadden genomen, laat de schrijver niets merken. Toch zou het intrigerend zijn de honderdjarige geschiedenis van de verenigde kerken vanuit dit besef te benaderen als een verwerken van deze hypothecaire last. Of deze verwerking de eerste halve eeuw tot een bevredigend resultaat heeft geleid? AI erkent de schrijver dat de GKN na 1905 “amper rust en vrede” hebben gekend (101), het gaat hem te ver om met Van ’t Spijker over “onverzoenbare posities te spreken (89). De tweede halve eeuw die in deel 2 aan de orde komt, zal evenmin een finale aflossing laten zien (of een dreigende hypothecaire executie in connectie - misschien beter: in conjunctie - met het steeds sterker doorzettend grondprincipe van de vrijzinnigheid nl. de autonomie van de mens?). Drs. Endedijk ziet het “in vele opzichten grillige verloop van de geschiedenis van de GKN” in hoge mate bepaald door de “dogmatische stellingname” ten aanzien van de Schrift (60), vreest kennelijk het “isolement” door de “onfeilbaarheidstheorie” (136v., 201) en de “onwrikbare trouw aan Gods Woord” is voor hem de “Achilleshiel” van de kerk, waarvoor jaren na de Tweede Wereldoorlog “de rekening gepresenteerd zou worden” (61). Of dan te stellen is dat de rol van de vrijzinnigheid al aan het eind van de 19e eeuw was “uitgespeeld” (163)? De aan zijn autonomie verslingerde mens laat het proces van deconfessionalisering annex devaluatie van het gezag van Gods Woord niet zomaar stoppen (om via de ontkerkelijking in de ontkerstening terecht te komen). Met belangstelling zien we uit naar dat tweede deel, waarin die gepresenteerde “rekening” wel te vinden zal zijn. Enkele keren wordt ook over “behouders” en “vernieuwers” gesproken, waarbij schrijvers sympathie ontegenzeggelijk naar de laatsten uitgaat. Afgedacht nog van het feit dat dit op zichzelf inhoudloze begrippen zijn - overigens graag gebruikte etiketten voor ieder die zichzelf als vernieuwer en als progressief kwalificeert -, om onze kerken omstreeks 1908 een strijd tussen beiden toe te dichten en daarvoor naar het boek “En toch niet verteerd” te verwijzen, duidt niet op nauwkeurigheid. Evenmin trouwens als het zonder meer overnemen van een fout die de bekende prof. De Jong maakte in zijn Het Koninkrijk der Nederlanden die de GKN het ënige protestantse kerkgenootschap noemde dat de NSB veroordeelde (208). Immers ook onze synode van 1937 veroordeelde “absoluut” de beginselen van de NSB (Acta, blz. 178). Deze laatste opmerkingen doen echter niets af van het feit dat dit boek - met veel aandacht voor de maatschappelijke context - alleszins de moeite waard is er kennis van te nemen. Het is dit jaar een eeuw geleden dat er een breuk kwam tussen hen die wel en hen die niet meegingen met de “Vereniging”. Een gelijke visie op die Vereniging en de geschiedenis daarna, is niet te verwachten. Het is goed en leerzaam kennis van elkaars visie te nemen in verantwoordelijkheid voor elkaar en niet in de laatste plaats tegenover Schrift en belijdenis. Daarom graag ter lezing aanbevolen.

Drs. C. Hulsman en drs. A.Th. Boone, Daniël van der Meulen. Uitg. AO-reeks, Stichting IVIO, postbus 37, Lelystad. 24 blz. f 3,50 (incl. port).

Een korte, boeiende biografie van Van der Meulen die als berstuursambtenaar in het vroegere Nederlands-lndië met de onafhankelijkheidsbeweging werd geconfronteerd en als consul in Djeddah, de havenstad van Mekka, de Arabische wereld leerde kennen en over beide publiceerde. Hoe kort ook, de schrijvers hebben een goed beeld weten te schetsen van deze interessante figuur (1894-1989).

R.W. Munk (red.), Wat Is antisemitisme? Een benadering vanuit vier disciplines. Uitg. Kok, Kampen. 112 blz. f 21,50.

In dit geschrift zijn de bijdragen bijeengebracht die op een studieconferentie ter definiering van het begrip antisemitisme werden geleverd vanuit de sociaal-wetenschapplijke, juridische, historische en theologische disciplines. Het is waardevol om het verschijnsel van het antisemitisme dat zo’n bloedig spoor door de geschiedenis heeft getrokken, beter te leren kennen. De citaten die van Luther, Voetius en zelfs van Revius in de theologische bijdrage worden gegeven, liegen er niet om. Maar de conclusie dat “iedere oproep van een niet-joods christen aan Israël om zich tot Jezus Christus te bekeren als anti-joods dient te worden bestempeld”, als “theologisch volstrekt onaanvaardbaar” en als “onrechtmatig” en dat “missionaire pogingen ten opzichte van het jodendom als antisemitisch (zijn) te beschouwen (blz. 103), verabsoluteert eigen standpunt zó dat het doel in z’n tegendeel dreigt te verkeren en - toegegeven dat door het gebruik woorden, benamingen enz. kunnen denatureren - dat de ontmoeting, het gesprek, het overleg Israël-kerk tot een frase gereduceerd dreigem te worden.

Drs. A. van der Ploeg, Philippus S. van Ronkel (1829-1890). Uitg. Groen en Zoon, Leiden. 108 blz. f 22,50.

In de serie “Messiasbelijdende joden. Vergeten eerstelingen” verscheen deze monografie over dr. Van Ronkel, de zoon van een Groningse rabbijn die in zijn studententijd met het Evangelie in aanraking kwam, zijn Messias leerde kennen en predikant in de Ned.Herv. Kerk werd die hij van 1861 tot zijn sterven in 1890 diende. Van der Ploeg tekent de plaats die hij in het kerkelijk leven van de vorige eeuw innam o.a. te Amsterdam in de Doleantietijd (ging niet met Kuyper mee, die hem graag aan de V.U. had verbonden). Uit zijn nagelaten werken (vooral bijbellezingen) blijkt dat zijn joodse achtergrond meespeelde in het verstaan van de Schriften (blz. 86); hij bleef “op paulinische wijze oog houden voor het volk waartoe hij behoorde” (104).

T.M. Klapwijk, Op de grens. Over student, kerk en unlversltelt Uitg. Oosterbaan & Le Cointre, Goes 1991. 141 blz. f 15,75.

Dit boek verschijnt in de serie Pastoraal perspectief. Het past in dat kader. Toch reikt de probleemstelling veel verder, en is de omvang bijna het dubbele van vorige deeltjes. De schrijver is hoogleraar in de natuurkunde aan de universiteit van Groningen. Hij heeft zelf tot twee keer toe in het buitenland aan voorname universiteiten researchwerk gedaan. Hij schrijft mede vanuit die ervaring. Het boek gaat over de relatie student en kerk (en omgekeerd). Het gaat ook over de (vrijgemaakte) Gereformeerde Kerken in hun relatie tot wetenschappers en wetenschappelijk onderzoek. De schrijver is een meelevend en zeer betrokken lid van zijn Kerken. Tegelijk staat hij kritisch tegenover een zekere verenging in zijn eigen kring en tegenover wat ik noem “de monopoliepositie” van Kampen. Hij wil meer openheid, meer wetenschappelijk onderzoek, meer aandacht voor de plaats en de problematiek van de Studenten. Hij schrijft vanuit een positieve instelling. Voor mij is de vraag hoe hij de plaats van de Schrift, van de verkondiging en van de theologie ziet. Hij wil niet de weg op van twee brandpunten: kerk en wetenschap (cultuur). Toch wil hij meer ruimte voor de tweede, en dat vanuit een belijdend leven. Zijn stem is als discussiebijdrage waardevol. In het Nederlands Dagblad heeft hij al eerder kritisch over Kampen geschreven. Hier gebeurt dat in een brede samenhang. Theologie mag geen machtsbolwerk zijn, zij moet dienstbaar zijn aan de opbouw van de kerk en aan de uitvoering van haar opdracht in de wereld. Zou hierin niet de oplossing liggen van de spanning die de schrijver signaleert?

I. Jakobovits e.a., Laten we een mens maken. Religieuze traditie en de ethiek van medisch handelen. Ojec-serie 9. Uitg. Kok, Kampen 1991. 128 blz. f 22,95.

Een nieuw nummer in de Ojec-serie over antwoorden op medisch-ethische problemen vanuit de joodse, protestantse en rooms-katholieke traditie. Zo zeg ik het niet goed. De studies (vier in totaal) vallen uiteen in een uiteenzetting over de relatie geloof en ethiek, en daarna een bespreking van twee casussen: abortus en reageerbuisbevruchting. Het is opmerkelijk dat in de protestantse bijdrage (van A.W. Musschenga) de relatie tussen geloof en ethiek vrijwel afwezig is. Wel brengt de schrijver zijn geloof ter sprake, maar in de ethiek speelt dat, inhoudelijk gezien, geen rol. Bij de roomskatholiek (Th.C.J. Biemer) is dat iets anders. Hij geeft het officiële standpunt van de bisschoppen weer, op zoek naar een kritische opening. De liberale jood komt in de buurt van de protestant uit, al gaat hij wel een andere weg. De orthodoxe jood staat dichter bij het officiële rooms-katholieke standpunt, om de posities wat globaal te schetsen. Het spijt mij dat men niet gezocht heeft naar een bijdrage uit orthodox-protestantse kring. Ik noem de naam van prof. Douma. Een bundel die standpunten, meer of minder breed gedocumenteerd, weergeeft, maar waarmee je verder niet zoveel kunt.

L. van Driel, De gereformeerde gezindte. Tussen verlichting en godsverduistering. Uitg. Kok, Kampen 1991. 114 blz. f 15,90.

We hebben geen gelegenheid voor een brede bespreking in een artikel. Daarom volstaan we met een korte aankondiging. De tekst van dit boekje is de uitwerking van een lezing voor christelijke gereformeerde predikanten en voor het COGG gehouden. De schrijver geeft een behoorlijk historisch overzicht en tekent de stand van zaken in de gereformeerde gezindte. Hij staat er welwillend kritisch tegenover en meent Groen van Prinsterer te kunnen aanhalen om de kerkelijke verdeeldheid als zonde en een stuk machteloosheid te typeren. De schrijver zelf wil de gereformeerde gezindte doen opgaan in één kerk (de Ned. Hervormde) en vindt de bijdrage van de Gereformeerde Kerken met haar nieuwe koersbepaling waardevol voor het te verwachten resultaat. Eerlijk gezegd vind ik die koers nu niet zo veelbelovend voor de toekomst van wat in Nederland gereformeerd wil blijven. Dat de belijdenis dan aan een grondige herziening toe is (al kan men het goede wel intact laten) zal duidelijk zijn. Ik erken dat we in moeiten zitten. Deze koers lijkt mij echter meer de moeite te versterken dan op te lossen. Het is mij niet duidelijk geworden hoe de ondertitel in de oplossing functioneert.

A.N. Hendriks, Tot alle rijkdom van een volledlg Inzicht. Meditatieve studies over gedeelten uit het Nieuwe Testament. Uitg. v.d. Berg, Kampen 1991. 157 blz. f 26,50.

De schrijver is (vrijgemaakt) gereformeerd predikant in Amersfoort. Hij heeft al heel wat gepubliceerd. Dit boek biedt precies wat de ondertitel belooft: meditatieve studies over gedeelten uit het Nieuwe Testament. De schrijver vertelt dat het gaat om aantekeningen die hij heeft gemaakt met het oog op zijn preken. Inderdaad heeft het boek meer weg van aantekeningen dan van preken, al kan men de verdeling er steeds nog wel in terugvinden. Het meditatieve overheerst wel de Studie, lijkt me. Overigens is dat geen bezwaar. Er worden soms verrassende inzichten geboden en dan weer heel praktische overwegingen aangeboden. Het boek lijkt mij toch meer geschikt voor persoonlijk gebruik dan voor bespreking in groepen. In elk geval een boek dat te denken geeft.

Gien Karsen, Mensen onder elkaar. Uitg. Kok, Kampen 1990. 111 blz. f 16,-.

Opnieuw een bundel overwegingen rond bijbelse figuren. Onder de titels: Echtparen, Familie, Vrienden, Medewerkers, Verbond met God worden bijbelse figuren behandeld; behalve in de laatste rubriek telkens twee. Het zijn geen meditaties, ook geen bijbelstudies; eerder zijn het vertellingen over de figuren met een praktische toepassing. Daardoor komt het morele op de voorgrond, het verkondigende van hun levensgeschiedenis gaat naar achteren. Ik vond dat in het bijzonder het geval bij de laatste schets: “Jezus, de Zoon van God. Ons voorbeeld”. De lezer voelt aan, dat dit boekje mij wat tegenviel, omdat het meer tussenmenselijk is dan mensen bespreekt die door God worden onderwezen. De titel is karakteristiek voor de inhoud.

Ds. H.J. Hegger, Gesprekken met Heada. Een briefwisseling tijdens de weg tot het licht. Uitg. Groen, Leiden 1991. 135 blz. f 19,95.

Ds. Hegger blijkt pastoraat per brief te bedrijven. Dit boek is daarvan de neerslag. Boeiend is het te lezen wat zijn correspondente (Heada) hem allemaal voorlegt en hoe hij vanuit de Schrift daarop ingaat. De briefschrijfster zit vooral met vragen over het geloof in God en de ervaring van Zijn nabijheid. Vaak is de HEERE zo ver van haar en zij van Hem. Op al die vragen gaat ds. Hegger met wijsheid en kennis van de Bijbel in. Wat mij nogal bezighield, was de vraag waarom de man van de briefschrijfster eigenlijk niet in het plaatje voorkomt. Daar had de zielzorger toch wat meer aandacht aan moeten besteden. Het is een boek vol van spiritualiteit, dat ook ingaat op de hedendaagse behoefte daaraan.

Donna Reid Vann, Stefan durft alles. Uitg. De Vuurbaak, Barneveld. 79 blz., gebonden f 15,90.

Een mooi geïllustreerd kinderboek over een jongetje dat aan de Rijn woont. Hij maakt een overstroming mee en bidt tot God om hulp.

A.P. Wisse, Kan ’t Jou schelen. Uitg. De Vuurbaak, Barneveld. 88 blz. f 15,75.

Een boekje met schetsen voor jongeren over thema’s uit het leven van elke dag. De schrijver dringt aan op keuzen die bijbels verantwoord èn noodzakelijk zijn!

Drs. Janneke Kok e.a., Incest. Een informatieve en praktische handreiking in bijbels licht. Uitg. Groen, Leiden 1991. 124 blz. f 18,50.

Dit boekje is verleden jaar reeds aangekondigd. We zijn blij dat het er is. Allerlei aspecten van incest komen aan de orde, zoals het feit zelf in een gezin, gevolgen, godsdienst en seksueel misbruik, de incestdader, Signalen van incest, signalering naar hulpverlening, pastoraat en incest. In het algemeen kan gezegd worden dat dit boekje praktische voorlichting en hulp biedt. Het wijst een weg in de problemen en gaat evangelisch, mild en liefdevol (naar alle partijen) te werk. De drie schrijvers maken niet duidelijk wie welk hoofdstuk heeft geschreven. Ze zeggen in hun “Ten geleide”, dat minstens vier onderwerpen niet behandeld konden worden. Het boekje biedt wat de ondertitel belooft: een informatieve en praktische handreiking!

Christelijke polltlek in een gesecularlseerd Nederland. Uitg. De Vuurbaak, Barneveld 1991. 43 blz. f 14,90.

Het boekje bevat drie lezingen die bij het twintigjarig bestaan van de Groen van Prinstererstichting zijn gehouden. Deze stichting is het wetenschappelijk instituut van het G.P.V. Het thema is behandeld door minister Hirsch Ballin, door drs. Klop (C.D.A.) en het Tweede Kamerlid Van Middelkoop. De eerste twee bijdragen zijn vooral van praktische aard. De derde gaat dieper, vooral in zijn kritiek op het C.D.A. Het boekje is wat mat geschreven.

De taken verdeeld. Gezin en werk In de Jaren ’90. G.S.E.V.-reeks 21. Uitg. De Vuurbaak, Barneveld 1991. 79 blz. f 14,90.

Een boekje over de taak van man en vrouw in een samenleving die eist dat ook de vrouw zal werken om onafhankelijk te zijn. Dat streven wordt doorlicht. Getracht wordt er een bijbelse houding tegenover te vinden. De man moet in het gezin ook zijn taak verstaan, en eventueel (een deel van) het werk doen. Een boekje dat door echtparen besproken zou moeten worden, althans de hoofdlijnen eruit.

Dr. P.H.R. van Houwelingen, 1 Petrus. Rondzendbrief uit Babylon. Uitg. Kok, Kampen 1991. 205 blz. f 37,50.

In de Derde Serie Commentaar op het Nieuwe Testament is nu deze commentaar op 1 Petrus verschenen. De delen over de Evangeliën zijn (tot heden) herschreven door prof. Van Bruggen. Dit deel vertoont dezelfde kwaliteit als die over de Evangeliën. Veel informatie, met duidelijke en tegelijk summiere verwijzingen. Bij moeilijke kwesties een opsomming van de argumenten voor en tegen, en tegelijk een verantwoording van de keus. Gedegen werk, dat niet opvalt door een verrassende uitleg, maar wel gekenmerkt wordt door een heldere redenering die veelal overtuigend is. De Inleiding vind ik inzichtgevend. Zo ook de uitleg van de moeilijke passage 3: 20-22. Een predikant kan veel profijt hebben van deze commentaar. Zo ook ieder die er niet tegenop ziet zich wat in te spannen. Vaktermen en -discussies zijn vermeden of in kleine letter ondergebracht. Een verrijking. We zien uit naar het volgende deel; wellicht van de hand van prof. Floor?

A.J. van Zuijlekom, De rljkdom van de wet. Heidelbergse Catechismus, zondag 34-44. Deel 5. Uitg. Van Wijnen, Franeker 1991. 123 blz. f 19,-.

De schrijver is (vrijgemaakt) gereformeerd predikant in Hattem. Hij schrijft een praktisch-preekgericht commentaar op de Catechismus. Dit vijfde deel behandelt de uitleg van de Tien Geboden. Het is populair van opzet, praktisch van toon. Voor preken over deze stof is wel iets meer nodig, lijkt ons!

Dr. F. Haarsma, Kandelaar en korenmaat Pastoraal-theologische studies over kerk en pastoraat. Uitg. Kok, Kampen 1991. 216 blz. f 37,50.

Opnieuw een bundel opstellen van de (nu emeritus) hoogleraar uit Nijmegen. Helder geschreven, met overtuiging en kennis van zaken. Ze gaan alle over de plaats van priesters en leken in de huidige Rooms-Katholieke Kerk, over de koers van die kerk, geredigeerd vanuit Rome, en bijgestuurd in de regio. De schrijver staat kritisch tegenover de koers van Rome en geeft de kritische priester en leek materiaal en bemoediging om het vol te houden. Sympathie en pijn typeren het boek, dat de vemieuwingen tot startpunt neemt en al te harde lopers enigermate tot de orde roept.

R. Schoonhoven en P.J. Verhagen, Met llchaam en zlel. Twee psychiaters over hun theorie en praktijk. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 1991. 189 blz. f 29,90.

Een boek van twee psychiaters over hun theorie en praktijk. In het eerste deel wordt een kijk op mensen gegeven. Vier gezichtspunten komen aan de orde: lichaam, gedrag, relaties en psyche. Daarnaast heelheid, heel maken en heil. In deel II gaat het over moeilijk in de omgang, over de zonde tegen de Heilige Geest (tamelijk uitvoerig) en over klaag(m)uurtje - verslag van een werkdag van een psychiater en van gesprekken met zijn patiënten (heel globaal). Op een eenvoudige manier wortdt heel wat vakkennis (uit verleden en heden) aan de lezer voorgelegd. Of de lezer er zelf ook mee uit de voeten kan, blijft voor mij de vraag. Wie echter over ziekten en stoornissen van de ziel (in relatie tot het lichaam) wat meer wil weten, kan hier veel leren. Interessant is het, dat Luther met zijn psychische en fysieke angst steeds weer ter sprake komt.

Uitgeverij De Vuurbaak. Uitgaven voor kinderen en jongeren:

Imka Ytsma-Wildeman, Ik ga slapen, Ik ben moe, met tekeningen van Anneke Kerstholt. 112 blz. gebonden f 17,50.

Tim Stafford, Arie-Jan zlt In de knoel een full-color prentenboek met een herkenbaar verhaal (4-8 jaar). 32 blz. gebonden groot formaat f 15,90.

Inge Oostdijk, Onder de Indruk. Jongerendagboek (12-16 jaar). 108 blz. 2e (herziene) druk. f 15,75.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.