+ Meer informatie

Crematie

7 minuten leestijd

Het verschijnsel.

Crematie is een vreemd woord voor lijkverbranding. Misschien zou men beter kunnen spreken van ver-assing. Door de hoge hitte verteert het lijk tot stof.

Het is ’n feit dat de mens sterft en de dood tot alle mensen doorgaat, waarbij het lichaam, waaruit de geest heenging. Het is niet juist om van „stoffeijke resten” te spreken; dit getuigt van te weinig waardering voor de betekenis van het lichaam als wondere schepping Gods. Daarbij heeft de christen op grond van het spreken Gods en het werk van Christus nog verwachting omtrent de wederopstanding van het lichaam. Het is dan ook geen onbelangrijke zaak wat er met het lichaam na het overlijden gebeurt.

Geen verzorging van het lichaam na de dood ziet met name het Oude Testament als een oordeel Gods. Verschillende instanties hebben met deze lijkbezorging te maken. De familie allereerst (op het platteland bijgestaan door de buren- of zg. „noabersplicht”.

De overheid treedt ook regelend op. Zij vraagt aangifte op doktersbewijs van overlijden. Ook geeft zij vergunning tot beǵraven, stelt de tijd vast waarbinnen de begrafenis moet plaatsvinden en richt gelegenheden in waar de begrafenis kan plaatsvinden en stelt daarvoor regelingen vast. Dit alles is geregeld in een begrafeniswet.

Tenslotte heeft ook de kerk met het sterven van haar leden en hun lijkbezorging te maken. Zie verder in dit artikel de paragraaf over „het standpunt van de kerken”.

Stand van zaken.

Uit de gegevens die hier volgen kan blijken hoe de stand van zaken is ten aanzien van de crematie in ons land Dit te weten geeft ons inzicht in het belang van deze zaak voor de toekomst. Uit de gegevens, die mij door iemand die zeer deskundig is op dit gebied, ter beschikking gesteld werden, blijke dat wij in de toekomst geplaatst worden voor de noodzaak ons rekenschap te geven van ons standpunt in deze zaak De propaganda voor de ver-assing van overledenen begon in het einde van de vorige eeuw. Zij kwam vooral van on- of antichristelijke zijde. Daar leefde een innerlijk verzet tegen de christelijke gedachtengang rondom het sterven en de lijkbezorging. Een absoluut materialistische wereldbeschouwing werkte dit in de hand.

Aanvankelijk vond deze propaganda weinig ingang.

Toch werd in Nederland een eerste crematorium gebouwd bij de begraafplaats Driehuis-Westerveld bij Santpoort waar in 1914 de eerste crematie in ons land plaats vond. Omdat de Begrafeniswet geen crematie kent, lokte dit een procesverbaal uit. Bij arrest van de Hoge Raad werd uitgesproken dat, waar de Begrafeniswet geen crematie kende, hier geen grond voor veroordeling aanwezig was.

Bij nadere uitspraak kon dus, als vallend buiten de wetgeving, de crematie plaatsvinden. De propaganda ging voort en het aantal crematies klom, zij het langzaam: in 1961 bijna 4000. In 1956 werd crematie toegestaan onder bepaalde voorwaarden.

In de zestiger jaren veranderde de situatie. De crematie kreeg dezelfde rechten als de begrafenis. In 1968 werden reeds plusminus 7500 overledenen ver-ast.

Wel gaf de wet enkele bepalingen: Een uiterste wilsbeschikking, om na zijn overlijden gecremeerd te willen worden, was niet meer nodig. Wel was na het overlijden een tweede lijkschouwing nodig door een onpartijdig geneesheer en voor elke crematie was een verklaring nodig van de officier van justitie dat er geen bezwaar tegen crematie was Men is bezig deze beperkende bepalingen ongedaan te krijgen).

Het aantal crematies nam toe, zij het in ons land met zo snel als in andere lan den. Engeland bv. had in 1974 een percentage van 59 pet. van de overledenen die gecremeerd werden.

In ons land was dat in 1975 een percentage van 26 pet. (Latere cijfers waren, op het moment dat ik dit schreef, nog niet bekend). Dit was dan reeds een totaal aantal van 29.863 in 1975.

Sprekend zijn daarbij de volgende cijfers: Van het totaal aantal in 1975 waren 16.281 zonder godsdienst geweest; 6.933 hervormd; 4.695 rooms; 319 gereformeerd.

Dat het aantal crematies plaatselijk zeer verschillend ligt is begrijpelijk. In Rotterdam bv. werd 45 pet. van de overledenen in 1974 gecremeerd. Uiteraard waren voor dit toenemende aantal crematies vele crematoria nodig. Nederland kende eind 1975 een aantal van 16 zulke inrichtingen, waarvan sommige met meer dan één oven zodat tegelijkertijd twee of meer crematies kunnen plaatsvinden.

Naar de gelegenheid die er is worden crematoria op of bij een kerkhof aangelegd, soms ook op afzonderlijk terrein. Alleen al in 1973 werden er 5 in gebruik genomen. De bouw vindt in veel gevallen door verenigingen plaats, in andere gevallen door gemeenten. Het wordt bijna een strijd onder plaatsen van enige grootte een crematorium te hebben. De overheid zal hierbij regelend moeten optreden omdat het bouwen van deze inrichtingen een heel kapitaal vraagt vanwege de esthetisch luxueuse verzorging.

Bij de ver-assing zelf ziet de familie niets. Zij ziet in de aula hoe de overledene neerdaalt naar de kelders, waar de ovens opgesteld zijn waarin het lichaam met kist en al, bij een temperatuur van plusminus 1000 graden Celcius in een uur verteert tot as.

Over die as, inderdaad de stoffelijke rest, beschikt de familie. De eerste keren was het mogelijk dat de familie dit stof nadat het uit de oven kwam, in een urn mee naar huis kreeg. Dit is thans verboden. In 90 pct. van de gevallen laat men vandaag de as verstrooien op het veld of op de zee. In andere gevallen worden de urnen voorzien van naam geplaatst in een zg. columbarium, een muur met nissen in het crematorium, of begraven in een urnentuin op de begraafplaats daarvoor ingericht. In een R.K. kerk in Oldenzaal heeft men in de kerk een nissenmuur gebouwd waar de urnen geplaatst kunnen worden.

Waarom ik bovenstaande vrij uitvoerig weer gaf? Om te doen zien dat wij in de toekomst voor deze sterk toenemende zaak geplaatst zullen worden. Het ziet er naar uit dat binnen niet te lange tijd de verhouding van crematie - begrafenis 1 - 1 zal zijn. Het kon dan wel eens zijn dat zij die na hun overlijden begraven wensen te worden, daarvoor een duidelijke beschikking moeten maken.

Motieven

Waarom wil met crematie en wat zijn de achtergronden voor de propaganda daarvoor? Er is in de motieven voor de ver-assing, meen ik. enige verschuiving op te merken. Toen in de vorige eeuw de absoluut materialistische levens- en wereldbeschouwing hand over hand toenam, kwam hieruit ook de gedachte van crematie op. Dood was dood en daarmee uit. Wat bijbel en christelijke traditie daaromtrent zeiden was fantasie. Bij dit stof-geloof paste de crematie als de uitdrukking van een anti-christelijke levens- en wereldbeschouwing. Later, en ook nu, kwamen meer humanitaire motieven voor crematie de aandacht vragen. De kerkhoven vragen veel ruimte, die beter gebruikt kan worden. Het zuiver houden van het milieu wordt door begraafplaatsen niet bevorderd.

Wat een andere sfeer geeft het esthetisch gebouwde en ingerichte crematorium dan het koude kerkhof en het kille graf en de langzame vertering van het lichaam. Daarbij heeft de veld winnende techniek een andere bezorging van onze overledenen mogelijk gemaakt. De mens kan ook dat beheersen. Waarom zou hij het niet doen? En dient hij daarmede de overblijvende medemens niet door hem van vele problemen en lugubere gedachten te verlossen?

Ergens is de crematie een tegemoet komen aan de zucht van de huidige mens om al wat herinnert aan de gebrokenheid van het leven, weg te doen. De zieke naar het ziekenhuis of de verpleeginrichting; de overledene naar het rouwcentrum; het kerkhof omgetoverd in een aantrekkelijk park; de crematie in-plaats van de begrafenis. Zeker, ik wil niet voorbijzien dat over het algemeen onze behuizing krapper is en weinig mogelijkheden biedt voor bijzondere situaties. Het neemt echter niet weg dat er een zucht is om de ellende van het leven te verbergen achter de sfeervolle schijn.

Men moet voorzichtig zijn met de bewering dat de voorstanders van de crematie de opstanding der doden, waarvan de Schrift spreekt en die de gelovige belijdt, onmogelijk wil maken. Het staat zó dat het begraven worden de opstanding niet mogelijker maakt evenmin als de crematie haar onmogelijker maakt. Het stof van allen die overleden zijn vóór de dag der opstanding noch resten van de mens behoeven aanwezig te zijn om de wederopstanding mogelijk te maken. Wij GELOVEN de wederopstanding van het lichaam als een WONDER GODS. Daarbij, de Schrift spreekt van een ANDER lichaam dan dit graf-stoffelijk lichaam, dat in de opstanding ontvangen zal worden. Hoe? Daarover kunnen wij geen uitspraak doen, die meer zegt dan de Here openbaart.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.