+ Meer informatie

TER OVERWEGING

8 minuten leestijd

Dr. B. Loonstra, God schrijft geschiedenis. Disputaties over de Eeuwige. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2003, 240 blz. € 22,-

Opnieuw een boek van dr. B. Loonstra in de stijl die we van hem kennen: helder formulerend en prikkelend tot nadenken. Met deze publicatie beweegt Loonstra zich op het terrein van de dogmatiek. Het gaat hem er niet alleen om het getuigenis van de Schrift over God nauwkeurig na te gaan en weer te geven, maar hij zoekt ook het debat met allerlei hedendaagse opvattingen over God. Daarbij heeft hij zichzelf de eis opgelegd om in zijn betoog een zo groot mogelijke begripsmatige helderheid na te streven. Het resultaat is een boek dat o.a. ingaat op de openbaring van God in de Schrift, de goedheid van God en het raadsel van het kwade op aarde, de uitverkiezing door God en de keuzevrijheid van de mens, de verzoening door het offer van Christus en de verantwoordelijkheid van de mens voor zijn daden. De vorm waarin Loonstra deze onderwerpen bespreekt, is die van de ‘disputatie’. Deze vorm is in de middeleeuwen en in de klassieke gereformeerde theologie vaak gebruikt. Onder het stof der eeuwen vandaan gehaald blijkt deze vorm ook nu nog heel helder in beeld te brengen wat de vraag is waarom het gaat, welke argumenten pro en contra genoemd kunnen worden, wat het eigen standpunt is van de auteur en wat hij voor antwoord geeft aan de mensen die een andere mening zijn toegedaan. In kort bestek worden op deze wijze vele argumenten aangereikt die gebruikt kunnen worden in het gesprek met allerlei moderne theologen en met de hedendaagse natuurwetenschappen.

De kern van het boek cirkelt om de vraag hoe we kunnen spreken over Gods raadsbesluiten zon-der daarmee afbreuk te doen aan de keuzevrijheid en de verantwoordelijkheid van mensen. Loonstra gebruikt hiervoor het beeld van een schrijver (God) die alle vrijheid heeft zijn verhaal de vorm te geven die hij wil, maar die toch ook gaandeweg wordt ‘meegenomen’ door het verhaal. Zodat het verhaal in zekere zin zichzelf begint te vertellen. Door de raad van God niet alleen in verband te brengen met Zijn verstand en Zijn wil, maar ook met het gevoel van Zijn hart, wordt naar ruimte gezocht voor het reageren van God op het doen en laten van de mens (denk aan uitdrukkingen als ‘het berouwde de Here’ enz.). Toch vraag ik me af hoe reëel deze invloed van ‘het verhaal’ op ‘de auteur’ is. Met andere woorden: is het voorbeeld van de ‘Schrijver’ die door zijn verhaal wordt ‘meegesleept’ geen versluierend spreken dat de invloed van onze menselijke beslissingen en onze menselijke geschiedenis groter maakt dan die in feite is? (Denk in dit verband aan Rom. 9:19-23) Ook de gedachte dat de dood deel uitmaakte van de goede schepping (onder verwijzing naar Ps. 104, zie p. 72-78), gaat mij wat snel. Ik zie nog niet goed in hoe in deze gedachtelijn Rom. 5:12 een plaats kan krijgen (door de zonde is de dood de wereld binnengekomen).

Het voert te ver om in deze recensie breder op deze boeiende vragen in te gaan. Het lijkt me wel toe dat Loonstra nieuwe uitdagingen en nieuwe mogelijkheden biedt aan de gereformeerde theologie anno 2003. Loonstra geeft daarbij zelf aan dat zijn boek niet bedoeld is als het laatste antwoord op alle vragen, maar als eerste aanzet tot een hernieuwd doordenken over het spreken van de Schrift en het getuigen van de belijdenis met het oog op de hedendaagse vragen over God en mens.

dr. K. van der Zwaag, Afwachten of verwachten? De toe-eigening der heils in historisch en theologisch perspectief. Uitg. Groen Heerenveen 2003, 1098 blz. € 29,50.

Voor ons ligt een heel dik boek voor een relatief billijke prijs. En met een inhoud waar men met groot respect kennis van neemt. De ondertitel geeft al aan wat u kunt verwachten: een gang door de geschiedenis, vanaf de Reformatie, door de Nadere Reformatie en de afscheidingen in de 19e en 20e eeuw heen naar de strijd die vandaag de dag nog altijd gevoerd wordt rond het thema van de toe-eigening. Voor wat betreft de huidige stand van zaken wordt dan vooral beschreven hoe in en rond de Geref. Gemeenten ermee wordt omgegaan. De heersende gedachten daar (met name geëxpliciteerd door ds. A. Moerkerken) zijn niet onbestreden. Vroeger al was er veel twijfel over de juistheid van een en ander (men denke bijv. aan de strijd rond ds. R. Kok), nu is het er ook - men zie de publicaties van dr. Blaauwendraad en de discussies rond de jongerenavonden. De auteur heeft diepgravend werk geleverd, en de zaken keurig op een rij gezet. Zal het in het kerkelijk gesprek worden opgepakt? De geschiedenis heeft geleerd dat dit geen vanzelfsprekendheid is. De auteur verdient het wél! Er is aan het boek één minpuntje: het bevat 6259 (u leest het goed) noten, gepaard aan heel veel citaten. De auteur is zeer belezen, maar dit had echt minder gekund; niet alles hoeft op die manier gedocumenteerd te worden.

J. Jans, drs. F.S.L. Koopmans, dr. W.H. Velema, Mateloos. Over verslavingsproblematiek. Serie ‘Praktisch & Pastoraal’. Uitg. Groen Heerenveen 2003, 144 blz. € 14,50.

Het is een verdrietig onderwerp: verslaving. En terecht wordt opgemerkt dat dit kwaad, zoals alle andere zonden, niet aan de gemeente van Jezus Christus voorbijgaat. Daarom is dit deel van deze serie, die in een duidelijke behoefte voorziet, zeer welkom. De heer Koopmans (directeur van een ontwenningscentrum) gaat in op de achtergronden, oorzaken, herkenning en voorkomen van verslaving. De heer Jans schrijft over de mogelijke uitweg en de relatie tot de verslaafde medemens. Prof. Velema neemt een hoofdstuk voor zijn rekening waarin het gaat over de ‘ins en outs’ van dit alles binnen de christelijke gemeente. Hoe pijnlijk ook: een paragraaf over de specifieke gevolgen van deze zonde, wanneer ambtsdragers zich daarin misgaan, zou nuttig geweest zijn. Tenslotte: wanneer er op blz. 134 gepleit wordt voor een apart plaatsje aan de avondmaalstafel, waarin een verslaafde druivensap i.p.v. wijn kan drinken, zou ik pleiten voor een algeheel gebruik door de gemeente daarvan, om stigmatisering te voorkomen. De gemeente is toch één geheel?

drs. A.A. Teeuw, Genezing op het gebed? Over ziekte en gezondheid, ziekenzalving en bezetenheid. Uitg. Groen Heerenveen 2002, 112 blz. € 12,50.

De auteur is arts in een (op gereformeerde grondslag gevestigde) verpleeghuis te Ridderkerk. Hij gaat in dit boekje in op vragen die wel een mijnenveld genoemd kunnen worden: de verhouding van zonde en ziekte, gebedsgenezing, ziekenzalving (neen, aldus de auteur met o.a. een verwij-zing naar de visie van drs. M.C. Mulder - blz. 82), de plaats van de satan in het kwaad dat ons op deze aarde overkomt, bezetenheid in relatie tot psychische ziekte enz. Medische kennis wordt hier gepaard aan bijbelse kennis en vroomheid. Het resultaat is een heel waardevol boekje. Ambtsdragers zullen het op hun gang door de gemeente goed kunnen gebruiken.

dr. M.J. Paul e.a., Vertaling en vertolking van de bijbel. Uitg. Kok Kampen/De Groot Goudriaan 2003, 186 blz. € 12,90.

De hogeschool De Driestar organiseerde een studiedag over het in de titel genoemde onderwerp. Men had ontdekt dat het gebruik van de Statenvertaling in toenemende mate onder studenten problemen rond de verstaanbaarheid oproept. Zoals bekend zijn er momenteel verschillende projecten inzake bijbelvertaling, zoals de NBV enerzijds, maar ook de herziening van de Statenvertaling anderzijds. In dit boek vindt men een weerslag van de gehouden inleidingen en workshops. Er is een brede opzet geboden: van dr. M.H. Lang, die sprak over de NBV, tot ds.Tj. de Jong, die het had over de Statenvertaling als bron, vastigheid en norm van de gereformeerde religie. Soms bieden de auteurs niet veel meer dan een oratio pro domo, maar vaak is er ook sprake van fundamentele bezinning rond dit zo heikele thema. In ieder geval zal het toch hopelijk duidelijk zijn dat er rond het gebruik van de Statenvertaling echt iets moet gebeuren, wil deze op zinvolle wijze gelezen blijven worden.

Hans Bouma, In de schaduw van de psalmen. Uitg. Kok Kampen 2002, 156 blz. € 14,95.

Hans Bouma heeft zich laten inspireren door de 150 Psalmen en heeft bij iedere Psalm de inhoud ervan zoals die op hem overkomt - al of niet verkort - weergegeven. Dat levert soms verrassende doorkijkjes op; soms ook wordt er iets essentieels weggelaten (bijv. de notie van Gods toorn in Psalm 6, of de doorgaande trouw in Psalm 100). Maar dan zegt de dichter terecht dat de oorspronkelijke Psalmen voor hem vorstelijker overeind blijven dan ooit. ‘Daar zijn het ook bomen voor, bomen van liederen. Mijn teksten hebben maar een bescheiden karakter. Ik schreef ze in hun schaduw.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.