+ Meer informatie

Geestelijke „ligging” 1

9 minuten leestijd

HET VERSCHIJNSEL

Opmerking vooraf

In deze opmerking vooraf zou ik er voor willen waarschuwen geen te grote verwachting van deze artikelen te koesteren. Immers het is allereerst niet mogelijk al wat met dit onderwerp samenhangt in een paar artikelen saam te brengen. Er zitten zeer veel aspecten aan wat met deze titel „Ligging” aangeduid wordt, of althans getracht wordt aan te duiden. Daarom plaatsen we het woord ook tussen aanhalingstekens. Dat wijst op het aparte van het gebruik van dit woord voor deze zaak.

Vervolgens moet gezegd dat er over wat wij ligging noemen — voor het vervolg laat lk de aanhalingstekens maar weg — nog niet zo heel veel nagedacht is. Wie er zich mee bezig houdt betreedt een vrijwel onontgon nen gebied. Dat maakt dus voorzichtigheid geboden. Men dient zich hierbij voor krasse uitdrukkingen, die de indruk zouden kunnen wekken dat men het allemaal wel weet, te wachten. Men kan trachten hier enkele stippellijnen te trekken, waarlangs men kan proberen verder te denken. Dit te doen lijkt mij toch wel van betekenis. Immers indien ergens, dan speelt de ligging, in b.v. de gereformeerde gezindte in ons land, een zeer belangrijke rol. En men kan gerust zeggen dat ook in de kerken, waartoe wij behoren, deze zaak, zij het dan veelal op de achtergrond, van beduidende betekenis is. Dan zal men moeten bedenken dat er over dit verschijnsel van de ligging nog niet zoveel op schrift gesteld is. Zij, die zich met de praktische theologie bezig hielden en houden hebben aan dit onderwerp niet de aandacht besteed, die het wel waard was.

Toch is het onderwerp van belang voor de ambtsdragers in de gemeente. Zij komen met het verschil in geestelijke ligging, bij het bezoeken van de gemeente, in aanraking en hebben er in prediking en huisbezoek rekening mede te houden. De moeilijkheid hierbij is, dat zij zelf, bewust of onbewust, ook een bepaalde ligging hebben, die zij zo maar niet afschudden. Vanuit de eigen ligging beziet en beoordeelt men zo gemakkelijk hen, die een andere ligging hebben. En dit brengt dan veelal moeilijkheden mee.

Het ligt in mijn bedoeling een drietal artikelen te geven. Het eerste zal dan iets zeggen over het verschijnsel als zodanig; het tweede over de oorsprong en de achtergronden van dit verschijnsel; terwijl wij dan in het derde aandacht geven aan de benadering van de geestelijke ligging in de ambtelijke arbeid.

Het verschijnsel

Het woord „ligging” heeft in onze taal meer dan één betekenis. Het wordt letterlijk en figuurlijk gebruikt. Een goede ligging b.v. om te slapen; een gunstige ligging b.v. van een dorp, een stad. Het ziet dan op de aantrekkelijkheid van een woonplaats, mooie omgeving, goede verbindingen enz. In figuurlijke zin wordt het gebruikt om een religieuse instelling aan te geven. Men spreekt dan van „geestelijke” ligging. Men bedoelt dan de bepaalde wijze, waarop men geestelijke zaken aanvoelt, doorleeft en beleeft. Men zou ook kunnen spreken van een bepaalde „inslag”. Het gaat dan niet om een „richting”, misschien dat het woord „modaliteit” ook gebruikt zou kunnen worden (van het Iatijnse woord modus d.i. wijze waarop). In alle gevallen wordt er dan een geestelijke gesteldheid mee aangegeven. Het gebruik in het meervoud wijst er op dat er verschillende liggingen naast elkaar of tegenover elkaar gevonden worden. Dit houdt meestal in dat de ene ligging over de ander een bepaald oordeel heeft.

Men spreekt van streken met een bepaalde ligging, van gemeenten, van groepen, van voorgangers, van personen met een bepaalde ligging.

Merkwaardig is dat bepaalde plaatsen een bizondere ligging hebben in onderscheiding van de omgeving, waarin ze gevonden worden zo b.v. Staphorst en Rijssen, beide plaatsen in Overijssel, die elk voor zich een bizondere ligging hebben in tegenstelling met hun omgeving. Het is lang niet altijd gemakkelijk om de oorzaak daarvan aan te wijzen, maar het verschijnsel is duidelijk te constateren.

Aardrijkskundig gezien biedt ons kleine land merkwaardige tegenstellingen in geestelijke ligging. Ik noem er enkele: Noord-Holland en Zeeland zijn geheel anders; zo ook de West-Veluwe en Drenthe. Groningen en Friesland zijn anders dan het Oosten van Overijssel. Het rivierengebied van Zuid-Holland is heel anders dan de Oost-Veluwe en de Achterhoek. Er zijn meer van deze tegenstellingen aan te wijzen. Het merkwaardige daarbij is dat in deze bepaalde gebieden ook weer onderscheid valt aan te wijzen wat geestelijke instelling betreft. Zo hebben b.v. in Friesland de bewoners van de z.g.n. „Wouden” een geheel andere inslag in geestelijk opzicht dan de bewoners van de kleistreek. Hetzelfde wordt ook wel in andere gebieden aangetroffen. Het Groningse Westerkwartier is anders van inslag dan het gebied ten oosten van de Lauwerszee in dezelfde provincie.

Over het algemeen kan men zeggen dat het verschil in ligging wordt aangetroffen in alle protestantse kerkgroeperingen, maar wel het strekst onder die van de gereformeerde gezindte. Het wordt ook aangetroffen bij die kerken, die overigens als een eenheid gezien worden. Het komt ook in de Gereformeerde Kerken voor. Zo heeft b.v. de Geref. Kerk van Dokkum een andere inslag dan die van Almkerk of Urk. Dit geldt ook wel van de Gereformeerde gemeenten. De gemeente van Oudemirdum heeft een andere ligging dan die van Tholen. Hetzelfde is aan te treffen in onze eigen kerken. Er is verschil in ligging tussen de kerk van Groningen en die van Scheveningen alsook tussen die van Aalten en die van Bunschoten.

Daarbij doet zich het verschijnsel voor dat in sommige gemeenten er ook nogal verschil van ligging is bij de gemeenteleden onderling. Door immigratie sterkgroeiende kerken bemerken dit duidelijk en hebben daar soms moeilijkheden mee.

Het gaat hier dus om een algemeen verschijnsel dat ook niet nieuw is, omdat het niet aan de tijd of de huidige gesteldheid van de mensen zijn oorsprong ontleent maar aan allerlei andere dieper liggende oorzaken.

Wat is het eigenlijk?

Wanneer wij nu enige nadere bepaling van de ligging zoeken, kunnen we wel zeggen dat het hierbij niet gaat om leerverschillen of een kerkelijk standpunt. Het kan wel zo zijn dat een bepaalde ligging leidt tot een bizondere nadruk op een deel van de leer of het kiezen van een plaats in een kerkelijk verband. Maar dit vloeit dan uit de ligging voort.

Bij de ligging is ook de erkenning van het gezag van het Woord Gods niet in geding. Bij verschillende liggingen is er veelal volkomen overeenstemming over de waarheid Gods zoals, die in de H. Schrift tot ons komt. Ook moet hier weer bijgezegd worden dat een bepaalde ligging wel kan leiden tot een bepaald verstaan van de Schrift of een bepaalde hantering daarvan. Hetzelfde kan ook gezegd worden van de belijdenis, zoals wij die kennen in de Drie Formulieren van Enigheid. Maar ook hier zal een bepaalde ligging aanleiding kunnen zijn tot een eigen wijze van gebruik en verstaan van deze belijdenis, bij een algemene erkenning daarvan. Het gaat in een ligging niet allereerst over een verschil in wat men dan wel het voorwerpelijke als zodanig noemt.

Wanneer wij over ligging spreken in geestelijk opzicht gaat het over de bizondere persoonlijke, onderwerpelijke, wil men: subjectieve instelling, opneming en verwerking van datgene wat van Godswege tot ons komt en door ons ontvangen wordt. Het gaat hier dus niet om datgene wat de Drieëge God vóór ons en ook aan ons en in ons doet maar om de manier, waarop dat door ons ontvangen wordt en wij daartegenover staan of uit leven.

Misschien laat het moeilijk omschrijfbare zich in een beeld benaderen: Het kan zaad van hetzelfde gewas zijn, dat na dezelfde bewerking van de bodem, door dezelfde hand gezaaid, toch straks als het opgroeit het stempel vertoont van de bodem, waarin het gezaaid is. De klei, het zand en de veenbodem geven niet precies hetzelfde gewas. Het type is anders.

Het is dezelfde God, die alles in allen werkt maar daardoor wordt het eigene van onze gesteldheid niet opgeheven. En het is iets van deze „bodem”gesteldheid, die in de ligging openbaar komt. Ik kom op dit beeld nog wel eens terug.

Hier komt nog bij dat door de oneindige rijkdom van de openbaring van Gods heilswerk, waarover Hij in zijn Woord iets openbaart, het mogelijk is, dat een bepaald facet van deze openbaring ons het meest aanspreekt. Wij kennen ten dele en wij profiteren ten dele en wij kennen het gemakkelijkst en wij profeteren het liefst over datgene wat bij onze ligging aansluit.

Waarin openbaart zich dit?

Al naar de ligging is zal de openbaring zijn in het leven. Niet dat men altijd op een bewuste wijze dit beleeft. Er is in elke ligging iets vanzelfsprekends. Men ziet, men denkt, men verwerkt het nu eenmaal zó omdat men zó of tot zulk een groep behoort, die aan ons gelijk is …

Zo kunnen er verschillende typen van geestelijk leven ontstaan. Er wordt dan op verschillende manieren over geestelijke zaken gesproken, er wordt een bepaalde houding in het leven aangenomen, die tot een bepaalde levensstijl voert.

Er worden verschillende accenten gelegd b.v. ten opzichte van de „drie stukken” ellende verlossing en dankbaarheid.

Het Woord Gods wordt gelezen en verstaan naar men zelf is. Het spreekt vanzelf dat hier gemakkelijk eenzijdigheden naar verschillende kanten kunnen ontstaan. Men krijgt dan bepaalde „ismen”. Zo b.v. intellectualisme, mysticisme, practicisme. Gemakkelijk omringen dan de liggingen elkaar met vraagtekens en veroordelingen, terecht of ten onrechte. Men loopt ook gevaar een bepaalde ligging voor de waarheid, of de „oude waarheid” te houden en tot staving van deze mening bepaalde Schriftwoorden te gebruiken. Soms is men door deze liggingen niet meer aanspreekbaar voor elkaar.

Men loopt dan gevaar elkaar geheel niet meer te verstaan en zich volkomen tegen elkaar af te zetten, terwijl dit in heel veel gevallen beslist niet nodig was.

Ik hoop dat duidelijk geworden is dat wij in de ligging met een verschijnsel te doen hebben waarvoor wij oog moeten hebben, omdat het een zeer belangrijke zaak voor het leven van de gereformeerde gezindte in ons land en ook voor ons eigen kerkelijk leven is.

En van de ambtsdragers mag toch minstens gevraagd worden dat zij daarvoor een open oog hebben en daarover ook eens een open gesprek kunnen voeren, waarbij men zich niet bij voorbaat tegen elkaar afzet of elkaar verdenkt.

Een volgend artikel hopen we dan te zoeken naar aanwijsbare oorzaken voor het verschijnsel van de ligging. Voor zover deze althans te benaderen zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.