+ Meer informatie

EEN ONGEKUNSTELD CREATIEF DRIETAL

17 minuten leestijd

Een Brabants boerke slaat aan het schetsen. Een gepensioneerde Gereformeerde-gemeenteman gaat draaiorgeltjes bouwen. Een afgekeurde banketbakker maakt furore met baksels van keramiek. Creatie ve gaven laten zich niet knechten. Vroeg of Iaat komen ze eruit. Bij Wiel Coppis heeft het wel even geduurd. Bahlman is al vanaf z'n jeugdjaren aan het 'knoeien' met orgels. En Harthoorn begrijpt nog steeds niet wat hem overkomt met z'n bouwwerken van klei. „'t Is gewoon een wonder." Een rondrit langs een ongekunsteld creatief drietal.

AIs een buitenbeentje ligt het boerderijtje van Wiel Coppis langs de weg naar het bedevaartsoord Smakt. Op de grens van Holthees, tegenover het sportveld. Aan dit stukje grond is hij z'n leven lang trouw gebleven. In het boerderijtje werd hij geboren. Z'n broers en zussen trokken allemaal weg, maar Wiel bleef met z'n moeder in het geboortehuis achter. De woonkamer wordt zelden gebruikt. In de keuken voelt Coppis zich beter thuis. Aan de tafel in het midden van het vertrek nemen we plaats, tegenover elkaar als veekopers. M'n gastheer heeft de pet nog op. In de houtkachel gloeit het vuur. Op het gasstel suddert vlees. Boven de keukendeur hangt een door de Zuid-Nederlandse Zuivelbond toegekend "Diploma als bewijs van praktische bekwaamheid in het melken". Achter het keukentje ligt de stal, waar acht melkkoeien en wat jong vee op stro staan. Een bevoorrechte Belgische knol heeft een eigen hok. De overige drie werkpaarden van Coppis zijn gehuisvest in een verbouwde kippeschuur. „Pas op da' ge de kop nie stoot", waarschuwt hij als we ze gaan bezichtigen.

Armoe en ziekte
Het boerenbedoeninkje werd door vader Coppis opgezet. Geld was er nauwelijks, dus de > goedkoopste grond die er was werd aangekocht. Niks dan zand. Thij, de oudste van de jongens, moest het klooster in om priester te worden. Zo was de regel in een goed rooms gezin. Het werd niets, maar op de boerderij kwam hij niet meer terug. Jo, de tweede zoon, had een goed kopke en werd verzekeringsagent. Wiel was de derde. Na hem kwamen er nog zeven. „We waren zo arm as een luus. Toen stierf ook ons vader nog in de jaren veertig. Die was misschien maar een 45 jaar, die mens, da' weet ik nie zo krek. De tiende mos nog geboren worden. Die kwam met kersmis." Zo goed en zo kwaad als het ging tobde moeder Goppis voort, bijgestaan door haar kroost. Na verloop van jaren verminderde het aantal eters. Een deel vond een levensgezel, anderen stierven aan de geheimzinnige ziekte die ook vader Coppis naar het graf had gesleept.

Afbouwen
In '64 nam Wiel het boerderijtje over. Naast het boerenwerk reed hij melkbussen en bieten en hield voor burgers in het dorp en de paters van "Christus Koning" de moestuin bij. Van de zeventien klanten heeft hij er nog één over. Hij is onlangs 63 geworden en wil z'n agrarische loopbaan langzaam afgaan bouwen. Toen zijn moeder dement werd en thuis niet meer was te handhaven, kwam hij alleen te zitten. Aanspraak had hij niet. Vandaar dat hij op een mistroostige zondagmiddag een potlood vatte en begon te tekenen. Z'n eerste portretten maakte de Brabantse landbouwer op de onbedrukte zijde van een oude kalender. Drees senior, de paus en zanger André Hazes staan broederlijk op één blad. De een overgenomen uit een oud boek, de volgende uit de krant, de derde van Troskompas.

Rommel
Van rangen en standen trekt Coppis zich niets aan. Elk gezicht dat hem aanstaat is geschikt. Dat criterium staat garant voor een boeiende en veelkleurige collectie. Nationale grootheden, "een kind van ons Riek", Michiel de Ruyter, "de zwager van mien bruur", supporter ome Dirk van FC Utrecht, sportman Ton Thelosen en "ons moeder" voordat ze dement werd. Het eerste echte schetsboek opent met het portret van de Duitse veldmaarschalk Rommel. Niet uit sympathie, maar omdat hij zo'n markant hoofd had. Ook aan de schets van Lubbers liggen geen bijzondere bindingen ten grondslag. „Of ik nou een peerd nateken of Lubbers, da' kan me niks schelen. As ik er maar aardigheid in heb. Die zigeunerin is ook goed gelukt, waar?" Niet elk portret is geslaagd. Dat erkent de tekenaar ook ruiterlijk. Jan Pelleboer en prins Claus zijn wat mismaakt uit het potlood gekomen. Maar Willem van Oranje lijkt weer heel aardig.

Leuke plaatjes
Ter afwisseling kopieert de keuterboer stads- en dorpsgezichten, prenten van monumentale gebouwen en schilderijtjes van Rien Poortvliet. Over les nemen heeft hij nooit gedacht. „Daar begin ik nie an. Dan he' ge die verplichting, waar. Ik doe 't alleen op zondagmiddag, as 't regent, 'k Weet nog veel te goed hoe 't ging met ons Thij. Kwam-ie moei uut z'n werk, kon-ie weer naar tekencursus. Hij heeft wat zitten schelden 's avonds. Moest die neus of dat oog weer over. Dan paste dat weer nie. Nee, daar begin ik nie an. Ik doe 't voor m'n plezier. En wat erin zit, dat kump vanzelf Dat zie' ge ook bij goeie voetballers. Het zit erin geboren of het zit er niet in." In het dorp weet slechts een enkeling van zijn talent. Op straat heeft hij zich nog nooit met potlood en schetsboek vertoond. De gedachte alleen brengt al het schaamrood op z'n kaken. „Dan zeggen ze: „Wat scheelt Wiel? Ziet-ie ze vliegen?" Met mooi weer heb ik die gedachte wel 's gehad, om lekker buiten te gaan zitten tekenen. Maar dan denk ik: och, ge ziet van die fijne leuke plaatjes. Dan kan ik toch net zo goed as 't regent hier aan tafel gaan zitten."

Harmonium
De 74-jarige Bahlman, Rotterdammer in hart en nieren, geeft evenmin veel ruchtbaarheid aan zijn hobby. Die beoefent hij zelfs ondergronds, al is dat om puur praktische redenen. Zijn bezigheden vragen nogal wat ruimte. Het souterrain van de oude stadswoning aan de Putsebocht is grotendeels als werkplaats ingericht. Een draaiorgeltje bouw je nu eenmaal niet aan de keukentafel. Om maar te zwijgen over pijporgels. Het liefst was hij meubelmaker geworden, maar z'n vader had een baantje voor hem gevonden bij een tuinder. Na z'n trouwen kwam hij in een havermoutfabriek terecht, waar hij de machines bediende. In z'n vrije tijd prutste hij aan orgels. „Dat was al begonnen voor m'n trouwen. Je kent dat verhaal wel. Harmonium kopen en dan niet erop gaan spelen maar dat ding uit elkaar halen. Tot m'n schande moet ik zeggen dat ik prachtige orgelkasten heb afgebroken, die nu goud waard zouden zijn. Met spelen ben ik niet veel verder gekomen dan "U alleen u loven wij."

Sleepladenorgel
Door de organist van de Christelijke gereformeerde kerk aan de Putselaan werd zijn belangstelling voor pijporgels gewekt. Hij ging bij orgelbouwers kijken, schafte boeken aan en begon aan zijn eerste huispijporgel. In de jaren erna bleef hij eraan knoeien. Het zuiver pneumatische orgel werd omgebouwd tot een elektro-pneumatisch instrument. Het was kweekschoolstudent Henk de Gelder, nu muziekleraar aan de Rotterdamse scholengemeenschap Guido de Brés, die Bahlman attent maakte op een mechanisch sleepladenorgel dat te koop was. „Ik heb gezegd: joh, ik schei eruit. Altijd was ik met m'n eigen orgel in de weer. Dan bleef hier een toets hangen, dan daar. Het bleef een zorgenkindje." Ondanks zijn goede voornemen bleek het leven sterker dan de leer. Bahlman ging kijken en kocht het orgel voor duizend gulden. „Toen heb ik pas gezien hoe een mechanisch sleepladenorgel in elkaar zit en ben zelf zo'n ding gaan bouwen. Dat heeft me sindsdien nooit meer losgelaten. Een leraar van een van de jongens wou dat orgel wel kopen. Ik vond het prima, want ik wilde toch ook wel wat geld zien. Omdat ik nogal wat materiaal over had, besloot ik direct door te gaan en een tweede orgel te bouwen."

Stoommachient j es
Sindsdien ging de ondergrondse produktie van huispijporgels gestaag door. Hoeveel hij er precies gemaakt heeft, weet hij niet. In ieder geval meer dan twintig. Alle negen kinderen hebben een Bahlman-orgel. Andere exemplaren verdwenen naar vrienden, bekenden en predikanten. En naar slimmeriken die er handel in zagen. Een orgel dat hij voor zevenduizend gulden verkocht, zag de Rotterdamse ambachtsman na verloop van tijd in het Reformatorisch Dagblad voor zeventienduizend te koop staan. In 1978 werd hij afgekeurd vanwege ernstige longklachten. Na twee jaar was hij zo ver opgefleurd dat hij weer wat kon klussen. Hij schafte een draaibank aan, werd lid van een modelbouwclub en ging stoommachientjes maken. De resultaten staan her en der op het door hem zelfvervaardigde meubilair. Je kunt tenslotte niet de hele dag pijporgels bouwen. Zijn liefde voor het hout vond een uitweg in houtsneden van bekende bijbelse taferelen. Een > deel hangt in eigen woning. De rest ging naar de kinderen. Ook de fraai uitgesneden fronten van de pijporgeltjes maakt de Rotterdammer zelf „Het leuke is dat ik dat houtsnijwerk in de kamer mag doen."

Leuk modelletje
„Dat heb je als je haast vijftig jaar getrouwd bent", lacht z'n opgewekte echtgenote. „Dan mag alles. Je kunt wel op elk slakkie zout leggen, maar wat heb je daaraan? Hij zit 's avonds aan z'n bureau van die dingetjes te maken, ik zit te breien, we hebben een mooi orgelplaatje opstaan, echt gezellig." Hoewel er door de jaren een zekere gewenning is opgetreden, moet ze nog altijd iets wegslikken als er weer een orgel naar buiten wordt gedragen. „Ik hecht snel aan iets." Bahlman heeft daar geen last van. „Dat komt omdat ik de volgende altijd nog beter en nog mooier wil maken. In elk orgel zie ik weer foutjes. Nu ben ik bezig met een pianomodel. Echt een leuk modelletje."

Draaiorgelwereld
Op zaterdagmiddag komen de kinderen en kleinkinderen op de koffie. Twintig per keer, anders raakt de woning overvol. Drie jaar terug vroeg een Bahlman junior of vader niet eens een draaiorgeltje kon maken. Die moest even aan het idee wennen. Toen dat was gebeurd ging hij voortvarend aan de slag. Een succes werd het niet. De technische tekening die hij had bemachtigd was niet veel zaaks. Teleurgesteld hield de bouwer op. Een jaar later vatte hij de draad weer op. Een bevriende antiekhandelaar stond bereidwillig een pierementje in bruikleen af Met dit voorbeeld bij de hand was het zo gepiept. Het ene draaiorgeltje na het andere werd op stapel gezet. „Je weet zelf wel hoe dat gaat. M'n zoon wou er een, een dochter, een kleindochter, een meisje van hiernaast... Die zegt: „Buurman, ik moet toch nog een keer een draaiorgeltje van je hebben." Ik zeg: Nou kind, als je even geduld hebt, dan maak ik er een voor je." Langs onnavolgbare weg kregen ook handelslieden lucht van Bahlmans nieuwe activiteit. „Dan kom je in die draaiorgelwereld terecht. Dat is wel zo'n verschil met die pijporgelmannen. Dat is niet mooi meer." ,Je bent blij als die draaiorgellui weer buiten staan", vindt mevrouw Bahlman. Haar echtgenoot oordeelt milder. „Ze houden er een ander principe op na, maar verder zijn het jofele lui. Op een gegeven moment vroeg er een of we op zondag bij een draaiorgel van hem kwamen kijken, ik zeg: Joh, luister 's, wij gaan op zondag naar de kerk. „O", zegt-ie. „Nou ja, ieder z'n meug."

Naaimachine
Hoewel het niet alledaags is dat een eerbaar lid der Gereformeerde Gemeenten pierementen bouwt, heeft Bahlman er nooit last mee gehad. „Dominee Meeuse komt hier wel 's een enkele keer. Die heeft ook een pijporgel van me. Op een geven moment staat-ie naast me in de werkplaats en ziet een draaiorgeltje staan. „Wat kost dat?", vraagt-ie. Ik zeg: dominee, laten we nou even stoppen. Wil je Sarie Marijs in de pastorie hebben? Maar had ik er andere muziek bij gehad, dan had hij hem gegarandeerd gekocht." In het achterhoofd van de creatieve Rotterdammer speelt de gedachte om op basis van klavarskribo reformatorische draaiorgelmuziek te gaan maken. Tot nu toe ontbreekt daarvoor de tijd. In de werkplaats staan nog twee pijporgels en een draaiorgeltje op de helling. Een praktisch bezwaar van de draaiorgelmuziek was de hoge prijs. „Zo'n rol kost honderd gulden en dan heb je ongeveer zes versies." Inmiddels is dat probleem opgelost. Een oude naaimachine van moeder Bahlman is omgebouwd tot perforator. Met een door hemzelf gefabriceerde snijmachine snijdt de Rotterdammer het papier voor een nieuwe muziekrol op de gewenste breedte. Dan legt hij een gekochte rol eroverheen, geeft met viltstift aan waar de gaatjes in de nieuwe rol moeten komen en kruipt achter z'n naaimachine. „Da's nog gezellig werk ook, weet je dat."

Stroopwafels
Cornelis Jan Harthoorn is het gezelligheidsstadium al gepasseerd. Hij wordt opgejaagd en voortgestuwd door instellingen, organisaties en particulieren die het wonderkind uit Hardenberg hebben ontdekt. De afgekeurde banketbakker heeft er nog wat moeite mee om de belangstelling op ontspannen wijze te verwerken. Het is ook niet niks als vanuit de hele wereld interesse wordt getoond voor je werk. Tot voor kort was hij een onbekend man. Eenvoudig en goed gereformeerd. In de huiskamer een elektronisch orgel. Daarop "Het amen der kerk" van dr. J. van Bruggen. Naast het orgel staat het kunstwerk waarmee het allemaal begon. Het gemeentehuis van Bedum in keramiek, overkoepeld door een vitrine. De grondslag voor zijn huidige succes werd gelegd in zijn loopbaan als banketbakken Van stroopwafels klom hij op tot edele lekkernijen als bonbons. Voor vakbladen ontwierp hij bruidstaarten. Als geen ander kon hij met de slagroomspuit overweg. Tijdens zijn patroonsopleiding maakte hij een kerkorgel van suiker. Twee jaar later zes Amsterdamse geveltjes met een gracht ervoor. „M'n vader was er helemaal knots van. Die ging direct lantaarnpaaltjes maken van hout."

Afgekeurd
Toen er in de banketbakkerij niets meer te leren viel, besloot hij de opleiding tot kok voor de groot-dieetkeuken te gaan volgen. Hij vond een baan in Groningen en klom op tot chef-kok van een bejaardeninstelling in Hardenberg. Daar was hij actief tot hij zes jaar geleden na een leven van roofbouw instortte en volledig werd afgekeurd. „Dat kon ik heel moeilijk accepteren. Ik was opgevoed met de regel dat een mens hoort te werken. Je kunt toch niet de hele dag achter het orgel zitten of achter een boek." Om de tijd te vullen begon hij met klei te knoeien. Zijn eerste werkstuk borduurde voort op een bekend thema. Een Amsterdams geveltje, nu niet in suiker maar in keramiek. „Door vakmensen werd ik voor gek verklaard. Zo'n gevel zou bij het bakken absoluut krom trekken." Harthoorn was eigenwijs en liet z'n gevel toch bakken. Tot stomme verbazing van de geconsulteerde keramiekbakker in Hardenberg kwam het werkstuk kaarsrecht uit de oven.

Veere
De maker, die zich niets aantrok van de regels der kunst, was na dit succes volledig gegrepen door de klei. Anderhalve maand later kwam hij met het gemeentehuis van Bedum aan. Driedimensionaal, volledig op schaal, tot in de finesses gelijkend. Gevel voor gevel gevormd, met slib aan elkaar gelijmd en vervolgens van een dak voorzien. De pottenbakker gaf hem geen schijn van kans. Het bouwsel zou door de hitte tot ontploffing komen. „Ik kneep hem behoorlijk. Er zat enorm veel werk in. Maar hij kwam er heel uit. Je had die man z'n gezicht moeten zien. Het enige wat hij steeds maar zei was: ik snap er niks meer van." Na het gemeentehuis van Bedum kwam de vaart erin. Het Groningse Goudkantoor ging de oven in. De Korte Ademhalingsteeg in Zwolle. Het gemeentehuis van Ravenstein. De precisie waarmee de maker werkt wekte alom bewondering. Zelfs de muurankers ontbreken niet. Vier jaar geleden werd een eerste expositie gehouden in Bedum, geopend door de burgemeester. Voor Harthoorn was het een stimulans om door te gaan. Nog hoger op de ladder. Onder zijn handen verrees het gemeentehuis van Veere. De ornamenten spoot hij erop zoals hij in het verleden de versieringen op bruidstaarten spoot. Het bouwsel had een hoogte van 1.25 meter. Het kwam onbeschadigd uit de oven.

Oxyden
Nu zijn bekendheid toeneemt, groeit ook de medewerking van > gemeentebestuurders, aannemers en architecten. Van verschillende monumentale panden die hij in keramiek wilde kopiëren, kreeg hij bouwtekeningen. Dat vereenvoudigt het voorbereidende werk aanmerkelijk. De tekeningen van de buitenmuren van een te bouwen pand worden in Hardenberg op karton geplakt, en uitgeknipt. De ramen worden met een stanleymes uitgesneden. De kartonnen mallen die zo ontstaan besparen veel meet- en rekenwerk. Voor de kleuring van de gebouwen gebruikt de keramist oxyden, die in de klei worden aangebracht en meegebakken. Een voordeel daarvan boven glazuren is, dat de kleuren veel natuurlijker zijn. Daar stond in het begin een grote mate van onzekerheid over het resultaat tegenover. Elke keer was het weer afwachten hoe een mengsel zou uitpakken. Door proefplakjes te bakken weet de Hardenberger inmiddels aardig welke oxyden hij moet gebruiken en in welke concentratie, om een bepaald effect te krijgen. De plakjes heeft hij op "staalkaarten" geplakt en genummerd. De nummers corresponderen met de "recepten", die strikt geheim blijven. „Er zit ontzettend veel werk in. Elke keer stuit je op nieuwe problemen. Hoe krijg je het effect van een verweerde muur, om maar wat te noemen? Daarop zit je wel even te puzzelen. Op den duur gaat het natuurlijk steeds sneller, want ik kan nu nieuwe kleuren uit bestaande kleuren afleiden."

Madurodam
Een expositie in Madurodam maakte de Hardenbergse keramist in één klap bekend. Tot september is zijn werk te bezichtigen in een hal aan de Antwerpse Scheldekaai, waarin ook miniatuurstad Antwerpen is ondergebracht. Nieuwe exposities zijn in voorbereiding. Harthoorn kan het nog steeds niet bevatten. Nerveus voert hij me langs de ongeveer dertig werkstukken, met als zwaargewicht het Haagse Mauritshuis, dat niet minder dan zeventig kilo weegt. Voor het gemeentehuis van Veere wordt de ontroering hem te machtig. „Nou ziet u de voorkant, maar als u de achterkant ziet meneer, dan p:jhflkrijgt u nog meer tranen in de ogen. Vier en een halve maand ben ik eraan bezig geweest. Ik ben zelfwezen meten met m'n duimstokkie, ik ben door bosjes gekropen en over schuttingen geklommen om alles zo goed mogelijk te zien. Bekijk het maar eens goed. Eerlijk meneer, het is gewoon een wonder." De Belgen denken er net zo over. Uit de expositie in Antwerpen is het idee geboren om de begaafde Hollander een serie monumentale gebouwen uit de provincie Antwerpen te laten maken. Te beginnen met het bisschoppelijk paleis. Ook in Nederland lijkt er brood in de hobby van de voormalige banketbakker te zitten. De top van de krijgsmacht is zelfs al bij hem op bezoek geweest met de vraag of hij het blazoen van de verschillende krijgsmachtonderdelen in keramiek kan leve

Emotioneel
Als het aan Harthoorn ligt, laat hij de wao zo spoedig mogelijk achter zich. Zoals het er nu uitziet, moet dat zonder meer lukken. Mits het succes hem niet al te zeer opjaagt, want het is een nerveus bedrijf Komt een wapen krom uit de oven, dan is de schade te overzien. Maar de vernietiging van een werkstuk waaraan maanden is gearbeid, blijft een emotionele gebeurtenis. „Je kunt nooit met zekerheid zeggen dat het goed gaat. Elke keer neem je weer een risico. Er hoeft maar wat lucht in te naden tussen de muren te zitten en de hele boel ontploft. Dat heb ik ook meegemaakt. Een heel gebouw naar z'n grootje. Dat is wat hoor. Dan moet je niet te lang naar de stukken blijven kijken. In het vuilnisvat en opnieuw beginnen. Het is niet anders. Maar u kunt toch wel begrijpen meneer, dat ik bijna stond te huilen van blijdschap toen het gemeentehuis van Veere en het Mauritshuis er heel uitkwamen." «a

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.