+ Meer informatie

HET LIED IN DE EREDIENST

6 minuten leestijd

1.

De eredienst

Ons werd verzocht enkele artikelen te schrijven over bovengenoemd onderwerp. Aan dit verzoek willen wij graag voldoen, temeer daar dit onderwerp vandaag zeer aktueel is in dit eerste artikel willen we wijzen op de ere dienst zelt. Onder de eredienst wordt verstaan de openbare godsdienstoefening, d w.z. het wettig na ambtelijke samcnrocping samenvergaderen van de gemeente met de Heere. Er is in de eredienst een handeling van de zijde van God en een handeling van de zijde van de gemeente. De handeling van de zijde van God bestaat in het brengen van het Woord, in het uitdelen van het sakrament en in het geven van de zegen. De handeling van de zijde van de gemeente bestaat in het schuldbelijden, in de lolzegging, het gebed en de dienst der offeranden.

Deze elementen van de eredienst zijn bijbels. We vinden ze ook in de diensten van de eerste christelijke gemeenten. In Hand 2:42 lezen we, dat men was volhardende in de leer, d.i. het onderricht van de apostelen In ditzelfde vers wordt ook gesproken van de breking des broods. Het staat vast, dat hier ook op het Avondmaal gedoeld wordt. ln de samenkomsten werd gebeden en gezongen. De dienst der barmhartigheid nam ook een grote plaats in in het gemeente-leven In Hand 4 : 34 staat: „Want er was ook niemand onder hen, die gebrek had; want zovelen als er bezitters waren van landen of huizen, die verkochten zij en brachten de prijs van de verkochte goederen en legden die aan de voeten van de apostelen”.

De genoemde elementen dienen steeds door ons gehonoreerd te worden. ln het verleden werd dit ook zeer positief gedaan. We denken in dit verband aan de tijdgenoot van Calvijn, Farel. Hij zocht uitsluitend zijn kracht in wat God positief gebood. De lijnen werden door hem nog scherper getrokken dan door Calvijn. Hij weerde niet alleen alles dat in strijd was met de Schrift, maar hij aksepteerde ook met anders dan wat geboden is.

Is er voor een bepaald gebruik geen gebod, dan is er ook geen plaats voor in de eredienst. Hij schrijft in één van zijn werken: „Christenen, ziet tot eer van God, onze goede Vader, niet aan de gewoonten, noch de tijden en jaren, noch de mensen, noch de grote menigte, noch de schijn die alles hebben kan hetzij in kennis, deugd, leer, heiligheid of gezag, zelfs al zou het een engel uit de hemel zijn, maar bedenkt, neemt in aanmerking en onderzoekt naarstig alleen hetgeen de goede Zaligmaker, Jezus, heeft verordend en bevolen van Wie de Vader zegt: „Deze is Mijn geliefde Zoon, hoort Hem”.

Deze woorden zijn ook woorden voor onze tijd. Immers, vandaag willen velen geheel open staan voor de eisen van onze tijd. Alleen wat God geboden heeft, moet in de eredienst aangetroffen worden. En ai zou er iets zijn, wat niet in strijd met het Woord van God zou zijn, dan toch hebben we de vrijheid niet om het een plaats te geven in de eredienst. ln Gods huis ZIJ alleen wat ons opgedragen is. Daaraan moeten we genoeg hebben wanneer we staan in de vreze des Heeren Wie de Heere vreest, wil de Heere eren, ook in Zijn huis. Wie de Heere vreest, leeft ook bij de heerlijkheid van de eredienst Deze ligt bijzonder in de tegenwoordigheid van God. Immers Gods huis is de plaats van ontmoeting.

Die tegenwoordigheid, die ontmoeting is een wonder. Een ondoorgrondelijk wonder Het is een genade-daad des Heeren. Niemand heeft zich die tegenwoordigheid, die ontmoeting waardig gemaakt. Wanneer we onszelf enigszins kennen, wordt dit van harte beleden.

Nu maakt de Heere in Zijn goedheid ook steeds Zijn belofte waar: „Waar twee of drie in Mijn Naam vergaderd zijn, daar ben Ik in het midden” Die aanwezigheid des Heeren is groot en rijk Zij wordt bemerkt en laat veel na in het leven Wic het er om te doen is, zal veel van de Heere ontvangen, veel van de Heere leren. Zal Hem kennen en genieten. Zal door Hem ontdekt, maar ook bemoedigd worden. Zal door Hem gesterkt en geleid worden.

Wie nu hierbij leeft, heeft de plaats van Gods tegenwoordigheid, de plaats van ontmoeting hef. Wil ook steeds het gebod van God gehoorzamen. Immers, het is Zijn wil, dat men, bijzonder op de dag des Heeren, met de gemeente samenkomt. Wanneer we nu op dit samenkomen van de gemeente letten, dan moeten we dit nimmer vergeten (en laten we het onze kinderen inprenten), dat we hier niet te doen hebben met een menselijke uitvinding Niet de mensen zijn op het idee gekomen regelmatig „vergaderingen te beleggen” God nam het initiatief God de Heere roept samen. Hij nep de oud-testamentische gemeente op tot de tent der samenkomst te komen Het volk werd op vaste tijden in de Naam des Heeren opgeroepen voor Zijn aangezicht te verschijnen.

Nu weten we, dat de dienst in het Nieuwe Testament gewijzigd is, maar het gebod van samenkomen blijft van kracht In Zondag 38 van onze Heidelb. Catechismus staatterecht „Dat ik, inzonderheid op de sabbat, dat is op de rustdag, tot de gemeente Gods naarstiglijk kome, om Gods Woord te horen, de aakramenten te gebruiken, God de Heere openlijk aan te roepen en de armen christelijke handreiking te doen”.

Dat niemand van ons het met dit gebod makkelijk neme. Wie het met houdt, zegt tegen de Heere „neen”, en laat de hem aangewezen plaats in Zijn huis leeg Laten we niet menen, dat onwettig kerkverzuim iets onschuldigs is In Hebreen 10 staatP: „En laat ons onze onderlinge bijeenkomst niet nalaten, gelijk sommigen de gewoonte hebben, maar elkander vermanen, en dat zoveel te meer, als ge ziet, dat de dag nadert, want zo wij willens zondigen, nadat wij de kennis der waarheid ontvangen hebben, zo blijft er geen slachtoffer meer over voor de zonden”.

De gang naar Gods huis zij ook geen sleur, traditie. Het besef van te treden in de tegenwoordigheid van God zij steeds aanwezig. Regelmatig zij ons gebed tot de Heihge Geest, opdat we in de rechte gestalte, met een open oor en een ontvankelijk hart onze plaats innemen. De rechte gestalte: belijdend onze schuld en zonde, maar ook smekend om de genade en zegen des Heeren. Een open oor en een ontvankelijk hart om de woorden van God te horen en in ons op te nemen, opdat het amen na de preek onze hartelijke instemming heeft. Het zal waar en zeker zijn.

Wanneer dit werkelijkheid is, willen we ook zingen en dat niet omdat we moeten zingen. In het lied willen we dan vertolken wie de Heere is, wie wij zijn. Welk heil de Heere voor ons bereid heeft en wat wij van Hem begeren. Zo zij ons aller kerkgang. Zo zij onze gestalte in Gods tegenwoordigheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.