+ Meer informatie

TER OVERWEGING

3 minuten leestijd

Dr. J. Wesseling, De afscheiding van 1834 in Friesland. Deel III. De classes Sexbierum (Franeker), Sneek en Tjalleberd (Heerenveen) van de Afgescheiden kerken. Uitg. De Vuurbaak, Groningen. 438 blz. Prijs f. 49,50 (voor Vrienden van De Vuurbaak tot 1-12-1983 f. 42,50).

Met dit deel heeft dr. Wesseling zijn trilogie over de Afscheiding van 1834 in Friesland voltooid. Het is voor de eerste keer dat De Vuurbaak een deel van deze serie (er verscheen ook een trilogie over de Afscheiding in Groningerland) ter bespreking aan ons blad aanbiedt. Graag willen we niet alleen dit deel, maar ook de vijf andere delen hartelijk aanbevelen. Als herleefde kerk van de Afscheiding voeren we de pretentie nauw met de Afscheiding van 1834 verbonden te zijn. Als we die pretentie waar willen maken, kunnen we de geschiedenis niet negeren of bagatelliseren. Integendeel, de geschiedenis van die Afgescheiden kerken zal ons in hoge mate interesseren. In deze boeken wordt de geschiedenis vooral van de plaatselijke kerken verteld. Daar immers klopt het hart van de kerk. Slechts nu en dan dringt daarvan wat door in de „grote” geschiedbeschrijving. Tegenwoordig is er gelukkig veel aandacht voor de „kleine” geschiedenis, voor wat plaatselijk gebeurde. Dan komt alles veel dichter bij; als eigen voorgeslacht erbij betrokken blijkt te zijn. „De historie gaat door het eigen dorp” — zo noemde wijlen de heer A. Algra zijn serie over de Friese dorpsgeschiedenissen. Algra vergat daarbij de kerkgeschiedenis niet. Wesseling belicht deze voor „het eigen dorp” met betrekking tot de Afscheiding. Het is opnieuw in het deel dat nu voor ons ligt, een zeer boeiende aangelegenheid, juist in Friesland waar een halve eeuw na de Afscheiding de Doleantie veel meer om zich heen grijpt dan bijv. in Groningerland. Het zou de moeite waard zijn juist aan de hand van de lokale geschiedenis dit na te speuren op achtergrond en oorzaak. Veel onttrekt zich evenwel aan onze naspeuringen. Onze lezers in Franeker, Harlingen, Sneek, Heerenveen en omgeving zullen met name dit deel ter hand nemen om iets te weten te komen van de vroegere geschiedenis van hun gemeenten. Maar niet alleen zij die in het gebied van de besproken classes wonen resp. daaruit af komstig zijn, zal het interesseren hoe het met de Afscheiding daar ging, ook zij die niet zo’n persoonlijke relatie tot dat gebied hebben, zullen een boek als dit met vrucht, met zegen kunnen lezen. Wat verandert er veel in zo’n anderhalve eeuw, althans uiterlijk! Wat blijft de mens „een mens”, ook de kerkmens! Innerlijk dezelfde, toen en nu! Misschien maakt men zich daarom — toen en nu — zo druk over uiterlijkheden om dat onbekeerlijke „innerlijk” te camoufleren? En zó met een boog om de eis tot bekering heen te lopen? leder mag voor zichzelf antwoorden! In dit verband: ook in dit deel wordt de naam van wijlen ds. J.R. Kreulen nog al eens genoemd. Op blz. 245 enz. wordt verteld hoe moeilijk hij het gehad heeft in Workum, zelfs geschorst werd. In het Jaarboekje van onze kerken 1899 vertelt ds. Kreulen zelf alleen dat hij „onder lief en leed” daar heeft gewerkt en van het „leed” alleen dat hij „ernstig krank door zenuwkoortsen” is geweest en lang gekweld bleef „met binnen-koortsen, waarschijnlijk door klei- en zeelucht”. Och ja, waarom ook het oude zeer opgehaald, het ambtelijke leed dat geleden werd om… te weinig in de gemeente komen, geen orde op de catechisatie, geld lenen èn geheelonthouding! Ja, ménselijk blijft de geschiedenis wel!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.