+ Meer informatie

kleine christelijke partijen

6 minuten leestijd

Ook de SGP/GPV/RPF-fractie in de deelgemeente Kralingen stelde zich bij monde van P. A. Verkade te weer. „Wij moeten betalen voor wat anderen niet kunnen. Het gaat hier om de onmacht van anderen ten koste van onze kleine partijen. Dat is niet alleen ondemocratisch, het betekent ook kwaliteitsverlies", aldus Verkade destijds.

In de loop der tijd werden nog zes deelgemeenten ingesteld. In 1974 Prins Alexander, in 1980 IJsselmonde en Centrum Noord, in 1981 Kralingen en Overschie en in 1982 Hillegersberg/Schiebroek. Opvallend is de nieuwe centrale doelstelling van deze politieke decentralisatie naar het wijkniveau: bewonersparticipatie die via inspraak en zeggenschap van door verkiezingen aangewezen vertegenwoordigers op een „ordelijke wijze" worden geregeld en derhalve gelegitimeerd. De tijd heeft geleerd dat de territoriale decentralisatie een geschikt instrument is om als overheid relaties met de bevolking te onderhouden. Naast de overdracht van bestuurlijke bevoegdheden hebben de deelgemeenten een budgetbestedingsrecht. Daardoor kan men zelf beslissen hoe de bijdrage uit de gemeentekas kan worden besteed. Pas in 1987 werd besloten een deelgemeentefonds in te stellen. Daarmee kregen de deelgemeenten het recht om zelf hun budget over de verschillende begrotingsposten te verdelen. In essentie werd met dit besluit het deelgemeentebestel voltooid.

In de afgelopen jaren is veel gesproken over nieuwe ideeën en visies op de inrichting van de samenleving. Daar bestond alle aanleiding toe nadat de verzorgingsstaat onbeheersbare trekken begon te vertonen. Onder de vlag van begrippen als „de zorgzame, verantwoordelijke samenleving" en de „houdbare verzorgingsstaat" werd de discussie gevoerd. Als onderdeel van „het Nieuwe Rotterdam" is ook een visie ontwikkeld op de inrichting van de toekomstige, grootstedelijke samenleving, waarvoor het maatschappelijk draagvlak steeds groter wordt.

Over een nieuwe herkenbare koers is men het vrij snel eens geworden. Ze wordt samengevat in drie onderdelen: de overheid moet een vitale overheid zijn (rechtmatig, rechtvaardig, zorgvuldig en snel de taken uitvoeren); de overheid moet zich inzetten voor kwaliteit van service en dienstverlening (dienstverleningsoptiek) en de overheid moet nieuwe sociale verbanden scheppen en bestaande sociale verbanden vernieuwen. In dat licht diende de positie en de bestuurlijke functies van het deelgemeentebestel opnieuw te worden vastgesteld of te worden herijkt.

Het sleutelbegrip waarover overeenstemming werd bereikt, was: complementair bestuur, als karakteristiek van het zogenaamde Rotterdamse model. Met dat begrip wil men streven naar samenhangende, elkaar aanvullende activiteiten. Het centrale stadsbestuur —de gemeenteraad— bepaalt op hoofdlijnen de inhoud en de organisatie van het beleid. Binnen een door de gemeenteraad vastgesteld kader, bepalen de deelgemeenten de invulling en uitvoering van dat beleid voor het eigen territorium. De essentie van complementair bestuur ligt niet in de verdeling van macht of het delen van bevoegdheden, maar in het bundelen van energie. Om het toekomstige deelgemeentenbestel daarheen te leiden, besloot men vorig jaar tot een aanpassing van het huidige bestel, neergelegd in de nota "Binnengemeentelijke decentraUsatie". En daarover is het een en ander te doen geweest.

Xategorieëi^^

Uiteindelijk kwam men tot de conclusie dat, wanneer het deelgemeentenbestel een herkenbare en duidelijke functie heeft in de Rotterdamse samenleving, dit voor de hele stad moet gelden. En zo gaat het in 1994 gebeuren, dat met uitzondering van de grootstedelijke functie van het stadscentrum, het deelgemeentenbestel in de hele stad zal worden ingevoerd. Terecht hebben niet minder dan 74 organisaties en instellingen in een brief aan het stadsbestuur gevraagd een onderzoek in te laten stellen naar het maatschappelijk draagvlak van het deelgemeentenbestel. Deelraadsbestuurders werden door enkele organisaties afgeschilderd als „een stelletje machtsvogels". Anderen noemden de deelgemeenten „een speeltuin voor lokale bestuurders" of „fröbelwerk in de kweekbak voor politici".

Stadsbestuur noch deelgemeentebesturen hebben het verzoek ter harte genomen. Het nieuwe deelgemeentenbestel komt er dus aan. Daarbij heeft men wel gekozen voor een beperkt aantal deelgemeenten van voldoende omvang. Gekozen is voor een indeling naar kleine deelraden (minder dan 20.000 inwoners), middelgrote deelraden (tussen 20.000 en 55.000 inwoners) en grote deelraden (meer dan 55.000 inwoners). In de categorie 'klein' blijft alleen Hoek van Holland bestaan. Tot de middelgrote deelraden zullen behoren; West, Delfshaven. Noord, Kralingen en Hoogvliet. Grote deelraden zullen zijn: Zuid, Charlois, IJsselmonde, Prins Alexander en Noordrand. Tevens is ervoor gekozen het aantal deelgemeenteraadsleden te beperken. Het maximum is thans 35 leden. Laatstgenoemde aanpassing wordt al vanaf 6 maart van kracht. Vooruitlopend op de nieuwe situatie in 1994 worden ook de grenzen van enkele deelgemeenten aangepast.

\Protest%

De kleine christelijke partijen (SGP, GPV en RPF) zijn thans in zes van de negen deelgemeenten vertegenwoordigd: Centrum Noord, Hillegersberg/Schiebroek, Charlois, Prins Alexander, IJsselmonde en Kralingen. In grote lijnen kunnen de kleine fracties in deze deelgemeenteraden instemmen met de voorgenomen plannen, zij het dat men zich keert tegen de voorgestelde beperking van het aantal raadsleden. „Dat staat haaks op de doelstellingen van het bestel. De kiesdrempel wordt daardoor hoger en daardoor komen veel groeperingen buiten spel te staan", zo betoogde destijds SGP/GPV/RPFdeelraadslid W. de Jager in Prins Alexander.

De Jager confronteerde de deelraadsvoorzitter met diens eigen woorden: „De vermindering van het aantal deelraadsleden is niet ingegeven door bezuinigingen maar door het feit dat het de grote partijen aan bemanning c.q. bevrouwing ontbreekt om de zetels te bezetten". „Armoede ten top", aldus De Jager. „Zo springen grote partijen dus om met de democratie als zij onmachtig zijn om voldoende mensen te recruteren. De kleinere partijen moeten daar dan maar onder lijden".

Verschraling

Ook tijdens de behandeling van" het nieuwe deelgemeentenbestel in de gemeenteraad van Rotterdam noemde A. D. den Braber de limitering van het aantal deelraadszetels „een verschraling van de democratie en een verzwakking van de bestuurskracht". Den Braber baseerde dit oordeel op de van allerwege geroemde inzet van de kleine partijen.

Om te mogen stemmen voor de deelgemeenteraad moet men ten minste achttien jaar zijn en binnen de deelgemeentengrenzen wonen. In tegenstelling tot de situatie bij de gemeenteraad mogen ook buitenlanders meedoen die zich bij de burgerlijke stand hebben ingeschreven. Het opkomstpercentage bedroeg bij de laatste verkiezingen (1987) ongeveer 60 procent. Wanneer op 6 maart dit percentage weer wordt gehaald, komt de combinatie SGP/GPV/RPF waarschijnlijk alleen nog terug in de twee grootste Rotterdamse deelgemeenten Prins Alexander, (74.000 inwoners) en Charlois (69.000 inwoners).

Opmerkelijk is het dat de kleinste deelgemeente. Hoek van Holland (9000 inwoners), te kennen heeft gegeven over voldoende bestuurskracht te beschikken om als zelfstandige gemeente de locale en regionale taken aan te kunnen. Men zegt daar over een deskundig bestuur met een goed ambtelijk apparaat te beschikken. Sinds 1914 is Hoek van Holland onderdeel van de gemeente Rotterdam. Het ziet er naar uit dat dit zo blijft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.