+ Meer informatie

Post uit Jeruzalem

3 minuten leestijd

Mijn vrouw Judith en ik hadden drie dagen doorgebracht in Caïro om Nederlandse vrienden te bezoeken. Onze reis terug naar Jeruzalem ging niet zo voorspoedig als we hadden gedacht.

De taxi stond al klaar op de woensdagavond van vertrek. De rit van drie kwartier door het verkeer van Caïro is een belevenis. Toeterende auto's die van alle kanten naderen, voetgangers die nog net voor de motorkap wegspringen en ezels met een kar op de autoweg. Toen we de vertrekhal binnen wilden stappen, wachtte ons een onaangename verrassing. "Tel Aviv? El Al?" De politieman keek bedenkelijk. "Wacht maar even een halfuur en kom dan terug." We dachten dat het om een spontaan opgeworpen bureaucratisch obstakel ging.

Na een halfuur ondernamen we een tweede poging, nu bij een andere politieagent. Ook hij liet ons niet door. Hij verwees ons door naar het loket inlichtingen. Daar gaf de lokettist ons het advies bij het kantoor van de El Al navraag te doen. Toen we na veel vragen het goed verborgen kantoor hadden gevonden, bleek het te zijn gesloten. De politieman voor die deur zei in gebrekkig Engels dat het pas de volgende middag zou opengaan en dat er dan ook een vlucht zou zijn.

We namen plaats in een ruimte naast de vertrekhal waar we wel mochten zitten. Onze vlucht was inderdaad niet aangegeven op het bord van de vertrektijden. We waren de enige westerlingen in dit vertrek in de tijd van ramadan. Na een tijdje ondernamen we de laatste poging om de vertrekhal binnen te komen. Opnieuw kregen we te horen dat er geen vlucht zou zijn. De man bij de inlichtingen pakte nu een boek waarin de vertrektijden stonden opgeschreven. "Vandaag geen vlucht", zei hij. "Morgen geen vlucht. Vrijdag om acht uur een vlucht."

We besloten het op te geven. We liepen terug naar de taxistandplaats. Aan taxichauffeurs geen gebrek. De ene chauffeur begon aan mijn arm te trekken en een andere aan de tas. Toen een van hen de kofferbak opendeed, sloeg de ander deze scheldend weer dicht. We besloten ons uit de voeten te maken uit deze ruziënde menigte en eerst een fles water te kopen. Het was donker en drinken op straat mocht weer.

Toen we even later terugkwamen bij de taxistands, kwam er een agent met een grote helm op het hoofd op ons af. Om hem heen de boze taxichauffeurs. Ik dacht even dat zij hun beklag hadden gedaan en dat we nu ook nog moeilijkheden met de politie zouden krijgen. Maar hij liet ons rustig een keuze maken en zei tegen de anderen: "Genoeg jullie." Zonder te protesteren dropen ze af.

De volgende dag begaven we ons naar het El Al-kantoor op een eiland in de Nijl. Moeilijk te vinden, maar vooral herkenbaar aan de grote hoeveelheid politie op straat. De laatste meters kregen we politiebescherming. Een mevrouw zei dat er inderdaad vrijdag een terugvlucht was. Ze kon niet verklaren waarom de verkeerde vertrektijd op de tickets was aangegeven. Ze plakte er stickers op met nieuwe vertrektijden. Gelukkig verliep de exodus de volgende dag probleemloos.

Later hoorden we van ons reisbureau in Jeruzalem dat El Al de vertrektijd plotseling had gewijzigd. Het reisbureau had ons verzekerd dat herbevestigen van de terugreis niet meer hoeft. We dienden een klacht in bij El Al en vroegen om vergoeding van de extra kosten - en wachten nu maar af.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.